Home

Het belasten van vermogens moet veel simpeler, via een vast percentage

Het kabinet moet met een rechtvaardige oplossing komen voor het belasten van vermogen. Anders wordt de indruk versterkt dat het een regering voor de rijken is.

Een belasting voor de allerrijksten van 2 procent, zoals de Franse econoom Gabriel Zucman voorstelt? Wenselijk, zeker, maar in de praktijk onmogelijk, oordeelt staatssecretaris Eelco Eerenberg in een brief aan de Kamer. Veel te ingewikkeld.

Eerder trok minister Heinen al een eigen voorstel in. Een nieuw plan om vermogensaanwas te belasten stuitte op zoveel protest bij vermogenden dat Heinen en Eerenberg zich genoodzaakt zagen de maatregel te verzachten.

Vermogensbelasting heffen is nog helemaal niet eenvoudig, zo blijkt elke keer. Integendeel. Het lijkt met de dag ingewikkelder te worden.

Het aantal verschillende vermogensbestanddelen is snel gegroeid: naast spaargeld, aandelen en onroerend goed zijn er exotische en grillige investeringen zoals cryptovaluta bijgekomen. Omdat de rendementen fors uiteen kunnen lopen, is het bijna onmogelijk om de belasting helemaal eerlijk te krijgen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De politiek moet bovendien niet alleen rekening houden met een vermogende en dus agressieve tegenlobby, maar ook met de Hoge Raad, die het sinds enkele jaren als zijn taak ziet om te beoordelen of met de heffing van vermogensbelasting het eigendomsrecht uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wel wordt nageleefd.

Vermogensbelasting heffen kan op vele manieren. In het vorige millennium koos Nederland voor een klassieke vermogensbelasting. Nederlanders betaalden een vast percentage van hun vermogen aan de fiscus.

Bij de belastingherziening van 2001 onder leiding van de financiële whizzkids Gerrit Zalm en Willem Vermeend werd voor een andere aanpak gekozen. Voortaan werd niet het vermogen, maar het rendement op het vermogen belast. Of althans een fictief rendement. Dat lag vast, waardoor in de praktijk nog steeds een vast percentage van het vermogen moest worden betaald: 1,2 procent. Het was dus deels een cosmetische operatie.

Toen de Hoge Raad hier een streep door haalde, omdat het echte rendement – zeker voor spaarders – door de extreem lage rente veel lager lag dan het fictieve rendement, koos het kabinet er niet voor om weer terug te gaan naar 2000, maar sloeg het een veel hobbeliger weg in. Voortaan wilde het kabinet het daadwerkelijke rendement gaan belasten.

Dat leek logisch en eerlijk, maar het is ook ongelooflijk complex. Bij elke oplossing worden bepaalde groepen ten onrechte benadeeld of juist bevoordeeld.

In plaats van stap voor stap steeds verder vast te lopen in dit fiscale moeras, is het verstandig om pas op de plaats te maken. Moet de vermogensbelasting in antwoord op de toegenomen complexiteit niet juist drastisch worden versimpeld?

Het probleem is urgent. De groeiende vermogensongelijkheid werkt ontwrichtend op de Nederlandse samenleving. Als het kabinet niet met een krachtig antwoord komt, wordt de indruk versterkt dat het een kabinet voor de rijken is, zeker als minister Heinen nog vaker bezwijkt onder de lobby van vermogend Nederland.

Het is het overwegen waard om terug te keren naar 2000 en een vast percentage van het vermogen te heffen. Om te voorkomen dat de Hoge Raad weer ingrijpt, zou nog een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen spaargeld – een lager percentage – en andere vormen van vermogen, zoals nu in de overbruggingsregeling ook wordt gedaan.

Net als bij de inkomstenbelasting kan het kabinet met belastingschijven werken, zodat de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen dragen. Dan hoeven politici ook hierbij nog maar aan twee knoppen te draaien, wat het politieke debat veel overzichtelijker maakt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next