Home

Dubbelslag op WK allround bevestigt wederopstanding van Noorwegen als schaatsnatie

Langebaanschaatsen Ragne Wiklund en Sander Eitrem werden dit weekend in Heerenveen wereldkampioen allround. Na hun olympische medailles is duidelijk: Noorwegen is definitief terug als schaatsnatie. „Dit heeft echt wat losgemaakt.”

Sander Eitrem met de Noorse vlag in Thialf, nadat hij op de tien kilometer wereldkampioen allround is geworden.

Tweeëndertig jaar geleden, achtentachtig jaar geleden. Het was alweer even terug dat een Noorse schaatser het WK allround won. Bij de mannen was dat Johan Olav Koss, in 1994. Bij de vrouwen: Laila Schou Nilsen. In 1938, een tijd dat de wereldkampioen schaatsen ook nog alpineskiën, tennis en handbal kon beoefenen. En meedeed aan de rally van Monte Carlo.

Sinds dit weekend staan er twee nieuwe namen in de boeken. In Heerenveen werden Ragne Wiklund en Sander Eitrem wereldkampioen allround. Na hun medailles op de Olympische Winterspelen in Milaan-Cortina bevestigden ze met hun doppeltseier (dubbelslag) de wederopstanding van Noorwegen als schaatsnatie, na dertig jaar onafgebroken Nederlandse dominantie. De Nederlanders speelden dit toernooi geen rol van betekenis: Marijke Groenewoud won zilver bij de vrouwen, de mannen vielen geheel buiten het podium.

Het decor voor de Noorse triomf was ijsstadion Thialf in Heerenveen, het toernooi – WK allround in een olympisch jaar – eentje waarvan de winnaars doorgaans in twee smaken komen: een complete outsider die de afgematte helden van de Winterspelen verrast, óf de koning(in) van de Spelen die nog één keer zijn of haar suprematie laat zien. Vier jaar geleden kwamen de winnaars uit de laatste categorie, met zeges van Irene Schouten en de Zweed Nils van der Poel – inmiddels allebei met schaatspensioen.

Zo‘n uitgesproken favoriet was er dit jaar niet. Bij de vrouwen oogde tweevoudig olympisch kampioen Francesca Lollobrigida vermoeid: na dag één was duidelijk dat ze niet zou meedoen om de titel. Bij de mannen had het te maken met tweevoudig olympisch kampioen Jordan Stolz (21), die had besloten mee te doen aan het WK sprint én het WK allround: acht afstanden schaatsen in vier dagen. Zou hij desondanks als sprinter in staat zijn de allrounders te verslaan, zoals twee jaar geleden op het WK in Inzell?

Twee meter lang schaatswonder

Wereldkampioen sprint werd Stolz niet: op donderdag en vrijdag was Jenning de Boo hem de baas op drie van de vier afstanden. Iets meer dan twaalf uur later, op zaterdag aan het begin van de middag, stond Stolz alweer op het ijs, voor zijn derde 500 meter in drie dagen. Hij slaagde erin een enorm gat te slaan met de concurrentie. Ook op de 5.000 meter bleef hij overeind, al had hij naar eigen zeggen graag ,,een seconde of vier” sneller gereden. Na dag één zag het er niet slecht uit voor Stolz.

Enter Sander Eitrem (24), het bijna twee meter lange schaatswonder uit Ervik in midden-Noorwegen. Op de Spelen in Milaan had hij goud gewonnen op de 5.000 meter. Zijn olympische 10.000 meter viel tegen: hij was ziek geworden: keelpijn, koorts, malaise. Trainen kwam er na de Spelen aanvankelijk nauwelijks van, vertelde hij zaterdag na de 5.000 meter. Een beetje op de fiets, en wat schaatsen op de buitenbaan van Oslo – „in de regen” – omdat het ijs in het Vikingschip in zijn woonplaats Hamar al was opgedoekt.

In Heerenveen bleek Eitrems vorm desondanks ongewijzigd goed. Zaterdag: nieuw baanrecord op de 5.000 meter (6.01,61). Zondag: een adembenemende rit tegen Stolz op de 1.500 meter, de sprinter tegen de langeafstandsman. Stolz reed een watervlugge eerste ronde, zat zelfs eventjes onder het baanrecord en won de rit. Maar Eitrem kwam dermate goed terug dat Stolz na afloop slechts een marge had van 23.7 seconden in het algemeen klassement – aanzienlijk minder dan de 30 seconden die hij meende nodig te hebben. Het vuistje dat Eitrem na zijn rit de lucht in stak, zei voldoende.

Op de tien kilometer, de laatste afstand, bleek vervolgens hoe moegestreden Stolz was – en hoe goed Eitrem. De Noor versloeg zijn rivaal met meer dan een ronde voorsprong – zijn inhaalmanoeuvre in de Ireen Wüst-bocht ging maar nèt goed. Terwijl Eitrem onder luid gejuich zijn coach omhelsde, moest Stolz nog aan zijn laatste rondje beginnen. Uiteindelijk wist de Amerikaan niet eens een medaille te winnen: zilver en brons gingen respectievelijk naar Metodej Jilek (Tsjechië) en Vladimir Semirunniy (Polen).

Hardlopen met de hond

Dan de vrouwen. Daar was na dag één duidelijk wie de grootste kanshebber was: Ragne Wiklund (25) uit Oslo. Gouden medailles had ze niet gewonnen in Milaan: twee keer zilver, één keer brons. Met name op de 1.500 meter was het verschil minimaal: 0.06 seconde achter olympisch kampioen Antoinette Rijpma-de Jong. Toch had ze ,,op al die afstanden bijna het gevoel dat ik had gewonnen”, vertelde Wiklund zaterdag na de 3.000 meter – zoveel ,,aardige berichtjes” had ze gekregen.

Moeite om zich na de Spelen weer op te laden voor het WK had ze niet, zei Wiklund. „Ik vond eigenlijk dat ik wel weer genoeg rust had genomen.” Tussen Milaan en Heerenveen was ze wezen skiën, hardlopen met de hond en – onvermijdelijk in Noorwegen – langlaufen. Al had ze van dat laatste wel een beetje spijt gehad: „Na afloop was mijn hele lichaam verzuurd.”

De Noorse Ragne Wiklund op weg naar winst op de drie kilometer.

In de eerste afstand van de vierkamp, de 500 meter, bleef stayer Wiklund zaterdag verrassend goed overeind ten opzichte van de winnaar, de Japanse Miho Takagi (31), die in Heerenveen de laatste schaatskilometers van haar carrière reed. Na de 3.000 meter, de tweede afstand van de dag, stonden beiden schaatsers in het algemeen klassement exact gelijk, tot op de honderdste seconde.

Op zondag nam Takagi op de 1.500 meter in een rechtstreeks duel weer afstand van Wiklund. Maar de laatste en beslissende rit, de 5.000 meter, won Wiklund overtuigend – en ze kroonde zichzelf daarmee tot wereldkampioen. Takagi nam afscheid van het schaatsen met een bronzen medaille. Een dag eerder had een andere schaatsgrootheid, de Tsjechische Martina Sablikova (38) ook al afscheid genomen van het schaatspubliek in Thialf – met een staande ovatie en veel tranen.

In de arrenslee

En zo zaten er zondag aan het einde van de dag twee Noren in de arrenslee op het ijs van Thialf. De zeges van Eitrem en Wiklund vormen het laatste bedrijf in de comeback van Noorwegen als schaatsland. Op een allroundtoernooi nota bene – iets wat onder de traditioneel ingestelde schaatsliefhebbers in Noorwegen „groter is dan olympisch goud”, aldus bondscoach Bjarne Rykkje na afloop.

Na de triomfen van Johan Olav Koss (drie keer olympisch goud in 1994) belandde het Noorse schaatsen in een langdurige crisis. Er waren incidentele successen, maar een dominante kampioen stond niet meer op. Een vicieuze cirkel was het gevolg: minder interesse van het grote publiek, minder sponsoren, nóg minder successen, et cetera. In Noorwegen raakte het schaatsen op het tweede plan, achter andere wintersporten als biatlon en langlaufen.

Een keerpunt was de komst van Rykkje als bondscoach, in 2019. De oud-schaatser, zoon van een Noorse vader en een Nederlandse moeder, vond met de Noorse schaatsers een middenweg tussen de Noorse traditie van brute duurtrainingen op de fiets en de Nederlandse school van veel uren op het ijs. Hij had het geluk dat hij de beschikking kreeg over de drie van de meest getalenteerde Noorse schaatsers in lange tijd: Eitrem, Wiklund en Peter Kongshaug (in 2023 wereldkampioen op de 1.500).

Eitrem werd vorig jaar Europees kampioen allround, reed begin dit jaar een nieuw wereldrecord op de 5.000 meter (5.58,52) en won olympisch goud op die afstand in Milaan. Wiklund kon in de afgelopen seizoenen niet altijd even goed omgaan met de verwachtingen en worstelde enige tijd met rugproblemen. Dit seizoen reed ze bevrijd rond, met drie medailles op de Spelen als resultaat – en nu dus de wereldtitel in Heerenveen.

Sponsoren in groten getale

Anders dan in Nederland, met vier commerciële schaatsploegen, is het voor Noorse schaatsers altijd sappelen. Weinig sponsors, weinig geld van het Noorse olympisch comité. Maar de ongekend succesvolle reeks van de afgelopen maanden heeft in zijn land „echt wat losgemaakt”, vertelde Rykkje zondagavond. Sponsoren melden zich plots in groten getale. „Mijn baas bij de schaatsbond zei van tevoren: het zou fijn zijn als er dit weekend weer iets gebeurt, dan heb ik wat extra speelruimte. Nou, ik heb ervoor gezorgd dat-ie wat speelruimte heeft gekregen.”

Sander Eitrem, vers van de arrenslee en de lauwerkrans nog om zijn schouders, zei te hopen dat zijn successen hem een wat stabieler financieel bestaan zullen brengen. „Ik hoop dat ik dit jaar een appartement kan kopen in Hamar. Tot nu toe huur ik, want ik heb nauwelijks inkomsten.” Een manager gaat er nu ook komen, zei Eitrem. „In de eerste plaats voor de sponsoren, en in de tweede plaats omdat ik nog zeker tien jaar hoop te schaatsen.”

De Japanse Miho Takagi besloot haar carrière met een derde plaats.

Schaatsen

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next