Documentairemaker Maroesja Perizonius dacht dat ze haar jeugd in een Bhagwancommune achter zich had gelaten. Tot ze ontdekte dat de verwaarlozing en het misbruik van kinderen veel groter was. ‘Het draaide allemaal om de volwassenen.’
‘Just say yes.’ Vaak hoorde documentairemaker Maroesja Perizonius (54) dit motto als kind. Ze was 6 jaar oud toen haar moeder haar een zomervakantie meenam naar een commune van de Bhagwansekte, of preciezer: ze werd ingewijd als ’sannyasin’, het Indiase woord voor volgeling. En daar, in de commune, golden andere regels. ‘Het werd je als Bhagwanvolgeling aangeleerd om overal ‘ja’ op te zeggen. Je moest niet negatief zijn, je moest je ‘energie’, zoals ze dat noemden, delen. Er waren geen regels met betrekking tot persoonlijke contacten.’
Ze was 13 toen ze in de Amsterdamse commune, waar ze verbleef, meermaals werd misbruikt door volwassen mannen. ‘De sfeer in de commune was heel los en seksueel geladen, er bestonden geen taboes. Op monogamie werd neergekeken.’
De Bhagwanbeweging ontstond in de jaren zeventig in India, onder leiding van goeroe Bhagwan Shree Rajneesh, later bekend als ‘Osho’. Volgens Bhagwan kon je lichaam en geest bevrijden met meditatie, ongeremde emotionaliteit en seks. De aanhangers van de goeroe waren veelal rijke westerlingen, die door boeken of verhalen in contact kwamen met Bhagwans ideologie. Al snel na zijn opkomst ontstonden in meer dan vijftig landen communes, waarin honderden volgelingen samenleefden onder hetzelfde regime. Alleen al in Nederland bestonden vijftien van deze kleine samenlevingen.
Over haar jeugd en over het misbruik maakte Perizonius in 2004 de documentaire Communekind. En daarmee was de kous wel af, dacht ze. ‘Ik was eigenlijk helemaal niet van plan om na Communekind nog iets over de Bhagwansekte te maken.’
Dat veranderde na 2018, toen Netflix Wild Wild Country uitbracht. De zesdelige documentaireserie reconstrueert hoe Bhagwan en zijn volgelingen in 1981 begonnen met de stichting van de stad Rajneeshpuram, in de woestijn van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel de makers van de serie de geschiedenis van de sekte duiden, ontbrak volgens Perizonius het perspectief van de zogenoemde ‘communekinderen’.
En zij was niet de enige: in de jaren na 2018 deelden talloze ex-volgelingen en leeftijdgenoten van de documentairemaker hun ervaringen met seksueel misbruik in de communes in besloten Facebookgroepen. Voor Perizonius was het aanleiding om opnieuw de camera ter hand te nemen.
In Generatie Bhagwan gaat Perizonius in gesprek met leeftijdgenoten die langere tijd doorbrachten in Bhagwangemeenschappen. Ze interviewde meerdere oud-volgelingen van de beweging, zowel slachtoffers als daders. De film, in het buitenland uitgebracht onder de titel Children of the Cult, werd in het Verenigd Koninkrijk genomineerd voor een Bafta Award, de belangrijkste Britse filmprijzen, en was te zien op het Nederlands Film Festival. Zondag is de documentaire op tv te zien bij de NPO en op NPO Start.
‘Het was gebruikelijk om als jong tienermeisje te maken te krijgen met mannen die je lichaam bewonderden, of die de nacht met je wilden doorbrengen’, vertelt Perizonius. ‘Ik kreeg notitieblaadjes van mannen in de dertig, met teksten als: ‘Ik vind het heerlijk om met je naar bed te gaan, om je lichaam te voelen.’ Daar praatte ik wel over met vriendinnen in de commune, maar dergelijke toenaderingen worden steeds minder raar als je niet meer zoveel in de buitenwereld komt. Dan weet je niet meer wat normaal is.’
Een van de oud-volgelingen die centraal staan in de film is de Britse vijftiger Rosalind. Zij woonde als 15-jarig meisje in een bekende Bhagwancommune in Suffolk, en was jarenlang slachtoffer van seksueel misbruik. ‘Er was een man die een oogje op me had, maar ik wilde geen seks met hem. Hij bleef achter me aan zitten. Het advies van een moederlijke, lieve vrouw met wie ik dit probleem deelde was: ‘Geef er maar één keer aan toe, dan verliest hij zijn interesse.’ Op een avond trok ik mijn kleren uit en kroop ik bij hem in bed. Dat dat verkrachting was, kwam niet in me op. Niemand praatte erover’, vertelt ze.
Ook aan het woord komen Dickon en Sarito, nu vijftigers, die een periode woonden in Rajneeshpuram, de ‘supercommune’ die centraal staat in Wild Wild Country. Samen met Perizonius bezoeken ze het staatsarchief van Oregon, waarin tussen de vele voorwerpen en stukken over de commune slechts één artikel te vinden is over de verwaarlozing van kinderen in de sekte, gepubliceerd in 1985. Beide oud-volgelingen werden seksueel misbruikt door volwassenen van rond de 30 jaar oud, toen zij zelf niet ouder waren dan 14. Zodra de twee het artikel lezen dat voor hen op tafel ligt, barst Dickon in tranen uit. Sarito: ‘Er ligt zoveel pijn net onder de oppervlakte. Die eenzaamheid, dat verloren gevoel. Het duurde zo lang voordat het misbruik aan het licht kwam, maar in 1985 stond het al zwart op wit.’
Perizonius: ‘De Netflix-documentaire Wild Wild Country belicht geen verhalen van ‘normale’ volgelingen of kinderen, maar gaat vooral over de top van de beweging. Eigenlijk is dit altijd al zo geweest, dat gebrek aan ruimte voor kinderen. Ook in de communes groeiden die los van de ouders op. Het draaide allemaal om de volwassenen, zodat die voldoende tijd hadden voor hun eigen verlichting en ontwikkeling.’
‘Ik wilde niet dat Wild Wild Country de definitieve geschiedenis zou verbeelden van de sekte, en wil laten zien hoe die tijd écht was voor veel communekinderen.’
Generatie Bhagwan, zondag 8/3, 22.40 bij KRO-NCRV op NPO 2 en te zien op NPO Start.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant