Home

Politiechef ‘baalt enorm’ na beschuldiging dat agenten onterecht snuffelden in het politiesysteem over Lisa

Politieonderzoek moord op Lisa Binnen het politiekorps ontstond de afgelopen dagen groeiende onvrede over verwijten aan 1.700 agenten die in het politiesysteem naar informatie over vermoorde tiener Lisa keken zonder dat zij een geldige reden zouden hebben gehad. Nu verontschuldigt de plaatsvervangend korpschef zich alsnog.

Bloemen en kaarsen langs de Holterbergweg in Duivendrecht, eerder deze maand, bij de gedenkplek voor de vorig jaar vermoorde tiener Lisa.

De leiding van de Nationale Politie is de laatste dagen druk met excuses maken. Begin deze week liet plaatsvervangend korpschef Wilbert Paulissen weten dat de politie verontschuldigingen had aangeboden aan de familie van de vermoorde Lisa uit Abcoude. Uit intern onderzoek was gebleken dat 1.700 agenten uit het hele land waarschijnlijk zonder geldige reden in de politiesystemen hadden gezocht naar informatie over de gewelddadige dood van de 17-jarige.

Dit weekend ging de politie opnieuw door het stof – ditmaal richting de eigen medewerkers. „Het is nooit onze intentie geweest om collega’s onterecht te beschuldigen”, schrijft Paulissen in een intern bericht op intranet, in handen van NRC. „Dat wordt door velen van hen wel zo ervaren en daar baal ik echt enorm van.”

De verontschuldiging volgt na dagen van groeiende onvrede binnen het korps. Agenten voelen zich onterecht als gluurders neergezet door hun eigen leiding en minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD). De ophef draait om een lijst met zo’n 1.700 agenten die het systeem raadpleegden over de zaak-Lisa, terwijl zij niet direct bij het onderzoek naar de moord betrokken waren.

Het begon met een intern signaal, zegt Robbert Salome, woordvoerder van de korpsleiding. „Binnen een eenheid hoorde een medewerker zijn collega’s praten over de zaak Lisa, en diegene vroeg zich af hoe het kan dat zij zoveel details kennen. Dat leek te komen uit de politiesystemen”, zegt hij. De medewerker maakte er een melding van, waarna integriteitsonderzoekers zijn gaan kijken wie er in de systemen heeft gezocht. Het blijken ruim 1.900 agenten te zijn. Salome: „Dat is wel een heel groot aantal.” Zo’n tweehonderd hadden een logische reden, omdat zij direct of indirect met het onderzoek te maken hadden. Dan blijven er nog 1.700 agenten over, niet alleen uit Amsterdam maar uit het hele land. Salome: „Als een collega uit Sittard in het systeem kijkt naar wat er in Amsterdam aan de hand is, roept dat de vraag op of dat wel functioneel is.”

Uitleg aan agenten gevraagd in brief

Al deze 1.700 medewerkers kregen een brief, waarin staat dat ze uitleg moeten komen geven over het bevragen van het systeem over Lisa. Het is de eerste keer dat de politie op zo’n grote schaal medewerkers om opheldering vraagt over zoekgedrag, zegt Salome. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens wordt geïnformeerd over het mogelijke ‘datalek’, net als de nabestaanden van Lisa.

Vervolgens besloot de politie om er een persbericht van te maken. Salome: „We wilden maximaal transparant zijn. En bovendien: als je 1.700 medewerkers een brief stuurt, weet je dat het toch wel naar buiten komt.”

Het bracht een eigen dynamiek op gang. Toen minister David van Weel (Justitie en Veiligheid, VVD) begin deze week voor de camera’s verscheen, noemde hij de handelwijze van de agenten, die nog moeten worden gehoord, „absoluut onacceptabel”. Zij hadden volgens hem „waarschijnlijk” geen goede reden om in de systemen te kijken. Bovendien deed Van Weel er nog een schepje bovenop: hij stelde dat het dossier over Lisa mogelijk onterecht is geraadpleegd. Daar is in deze zaak echter geen sprake van. Politiedossiers zijn extra beveiligd. De agenten keken vooral mee in het meldkamersysteem, het GMS, waar bijvoorbeeld het signalement van de verdachte wordt verspreid.

Veel boosheid binnen korps

Het leidde tot veel boosheid binnen het korps. „Er is al geoordeeld nog zonder dat wij gehoord zijn” zegt een rechercheur die net als andere politiemensen niet wil dat de naam, die bekend is bij NRC, wordt genoemd. Hij is een van de 1.700 aangeschreven agenten. „Voor mij bevestigt dit dat de korpsleiding totaal geen weet heeft van hoe er wordt gewerkt.” Het meelezen met meldingen van andere eenheden is namelijk staande praktijk binnen de politie, zegt de rechercheur. „Bij grote incidenten open ik het systeem, in de hoop dat ik van betekenis kan zijn. Het gebeurt regelmatig dat ik na aanleiding van een melding tips krijg van collega’s die zelf niet betrokken zijn bij het onderzoek, maar mogelijk wel iets weten over de verdachte.”

Dat beaamt Nine Kooiman, voorzitter van politievakbond NPB. „Als er een voortvluchtige moordenaar vrij rondloopt, dan gaan politiemensen uit het hele land meehelpen en meedenken”, zegt zij. „Dat is geen gluren uit nieuwsgierigheid, dat is gewoon goed politiewerk.”

Ook hulp van agenten buiten Amsterdam is dan welkom, zegt Kooiman. „Intern was al bekend dat het mogelijk om een asielzoeker ging. Dan wil je dat ook collega’s in Budel of elders in het land alert zijn. Daarnaast lezen ook zedenrechercheurs mee in de systemen. Stel dat iemand een link ziet met een eigen zaak, dan kan dat waardevolle informatie opleveren. Het zou niet de eerste keer zijn dat een tip uit een andere eenheid helpt om een dader op te pakken.”

De ophef leidde ertoe dat plaatsvervangend korpschef Paulissen dit weekend op het intranet van de politie terugkomt op de eerdere uitlatingen. „We zien en horen de brede kritiek en trekken ons die aan”, zegt hij onder meer. Hij belooft na te gaan wat er mogelijk is misgegaan. „We vragen ons inmiddels af of we niet teveel mensen hebben aangeschreven”, licht zijn woordvoerder Salome toe. „We zijn nu met de mensen zelf in gesprek. Als blijkt dat een groot deel van de collega’s niks verkeerd heeft gedaan, hadden we een groter voorbehoud moeten maken in onze communicatie.”

Tegelijk blijft de omgang met de politiesystemen een belangrijk punt van aandacht voor de korpsleiding. Jaarlijks doet het integriteitsmeldpunt diverse onderzoeken naar agenten die onrechtmatig politiegegevens hebben opgezocht. Een ervaren rechercheur in de Randstad wijst op de laagdrempelige systemen die door de politie worden gebruikt. „Iedere politieman kan op z’n mobieltje tegenwoordig live incidenten inzien en dat maakt het erg eenvoudig om vanuit nieuwsgierigheid mee te lezen.” De telefoon van een politieagent is sinds een jaar of tien een geavanceerde computer. „Je kunt alles opzoeken. Dat vraagt van de gebruiker wel enige discipline.”

Een andere leidinggevende agente in een regionale eenheid zegt dat „er grenzen zitten aan willen weten wat er speelt. We moeten heel zorgvuldig omgaan met privacygevoelige gegevens. Dat is ook politiewerk.”

De aangeschreven rechercheur, een van de 1.700 meekijkende agenten, ziet dat probleem niet. „Grote incidenten zijn meestal niet gebonden aan één regio. Je wil in zo’n situatie zo snel mogelijk die verdachte opsporen. Dus hoe meer collega’s er dan meekijken en meedenken, hoe beter.”

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next