Het persoonlijke is politiek, was de leus tijdens de tweede feministische golf. Om die reden vroegen we Volkskrant-lezers, in aanloop naar Internationale Vrouwendag, over hun eigen hoogte- en dieptepunten op het gebied van de vrouwenzaak. Een bloemlezing.
In 2026 was mijn persoonlijke boek klaar, een roman die zich uitstrekt over de tijd. Het vertelt het verhaal van het moeizame opklimmen vanuit de arbeidersklasse, een tocht vol angst om door de mand te vallen als ‘huishoudschoolmeisje’ in het professionele bedrijfsleven en in de corporate mannenwereld. Als eerste in mijn familie die de sociale ladder beklom, droeg ik voortdurend de last van dat onzichtbare oordeel.
Een van de grootste obstakels tijdens die klim was de afslag waar het bord stond ‘moeder worden’. De keuze om die afslag te mijden, betekent je eigen leven centraal stellen. Het is kiezen voor economische zelfstandigheid en voor een vrijheid die telkens opnieuw bevochten moet worden, omdat moederschap die vrijheid onherroepelijk inperkt. In de wandelgangen van bedrijven klinkt nog altijd: ‘Wanneer begin jij eraan?’ Een vraag die in feite geen ruimte laat voor een ‘nee’.
In mijn memoir klinkt één stem; mijn stem, maar het is een stem die verstrengeld is met een systeem dat in vijftig jaar nauwelijks is veranderd. Abortus staat nog steeds in het strafrecht. MeToo wordt weggelachen als betuttelend, alsof mannen plotseling ‘niets’ meer mogen. Het zijn geen incidenten maar patronen die zich in nieuwe gedaanten blijven herhalen.
Lise van de Kamp, Amsterdam
In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er nog volop gesproken over het truttige ‘dames en heren’ en werden jongens en meisjes aangesproken met ‘jongens’.
In de wachtkamer van de gynaecoloog werd omgeroepen wie er aan de beurt was, waarbij er onderscheid gemaakt werd tussen ‘mevrouwen’ en ‘mejuffrouwen’ (die laatsten hoorden daar eigenlijk niet te zijn). Bij mannen werd het onderscheid tussen gehuwd en ongehuwd nooit gemaakt, die heetten allemaal ‘meneer’.
Ik ben nooit gehuwd geweest, maar ik ben geen maagd meer. Ben zelfs al 57 jaar moeder. Maar volgens standaardformulieren kon dat niet: vulde je ‘ongehuwd’ in, dan moest je het vakje ‘kinderen’ overslaan.
Later sprak men wel van ‘vrouwen’ en ‘mannen’, maar de jeugd werd nog altijd aangesproken met ‘jongens’. Inmiddels spreekt men constant over ‘de mannen’ en ‘de dames’, vooral als het over sport gaat. En als het over een aantrekkelijke vrouw gaat: een ‘mooie dame’.
Wie bepaalt dat die vrouw een dame is? Ik ben een vrouw van 75 jaar en heb me nog nooit ‘dame’ gevoeld, en wil ook niet zo genoemd worden. Het irriteert me niet, maar ik voel wel een lichte wrevel als het gebeurt. Vooral omdat het impliceert dat een vrouw zich behoort te gedragen als een ‘dame’, volgens de ‘heren’ die volgens mij niet de leukste mannen zijn.
Maria Yperlaan, Huesca (Spanje)
Vlakbij mijn huis vonden drie verkrachtingen plaats in Wooncomplex Stek Oost. In dit complex wonen zo’n 250 studenten en statushouders samen in Amsterdam. De statushouders, bijna allemaal jongens, werden via het COA geplaatst zonder aanvullende voorwaarden of screening. De Nederlandse jongeren daarentegen kregen een duidelijke verplichting: minimaal één uur per week buddy zijn voor de jonge vluchtelingen uit onder andere Eritrea en Syrië. Het resultaat was een scheve verhouding in verantwoordelijkheden.
Op 15 januari wijdde Zembla een uitzending aan deze samenlevingsvorm. De incidenten in Stek Oost waren niet incidenteel. In anderhalf jaar tijd deden (oud-)bewoners meer dan twintig aangiftes vanwege aanranding en geweld, bleek al in 2022. In dat jaar werd een van de bewoonsters verkracht door een van de vluchtelingen, nadat zij hem Nederlands had willen leren. Uit de tv-uitzending blijkt dat het project schadelijk is voor iedereen: voor de vrouwen die geweld meemaakten, voor de statushouders die juist veiligheid en rust nodig hadden, en voor het draagvlak voor opvang in de buurt.
De gemeente betreurt de situatie, maar vergelijkt het ten onrechte met gewone studentenhuizen. Wat mij kwaad maakt, is dat de verantwoordelijke wethouders de verkrachtingen bagatelliseren in plaats van hun excuus aan te bieden aan de slachtoffers en doen alsof dit bij de risico’s van het leven hoort.
Evelien Polter, Amsterdam
Ik ben 74 jaar en ooit dacht ik dat we in het Westen de vrouwenrechten goed op orde hadden. Nee dus. In een artikel van het Europese Medicijnen Agentschap over zwangerschap en borstvoeding, staat nergens het woord ‘vrouw’. In plaats daarvan staat er ‘individuals’. Vrouwen zijn de helft van de wereldbevolking, maar worden hier uitgewist.
Het ergste voorbeeld van uitwissen: vrouwen in Afghanistan worden gevangen gehouden in onmenselijke omstandigheden en niemand neemt het voor hen op. Zelfs de IND wilde vrouwen terugsturen naar dit barbaarse land.
Ik erger me ook aan vrouwen die vrouwenrechten overboord gooien, en dan denk ik steeds vaker aan de uitspraak van Madeleine Albright: ‘Er is een speciale plek in de hel voor vrouwen die elkaar niet steunen.’ JK Rowling wordt bijvoorbeeld verketterd vanwege haar uitspraken over trans mensen, terwijl zij onder meer vrouwen in Edinburgh helpt met een opvangplek uitsluitend voor vrouwen.
Kortom, ik ben pessimistisch over de vrouwenrechten.
Lucie Jansen-Houbiers, Venray
Op het werk kreeg ik van een collega toegebeten een hysterische vrouw te zijn. Enkel omdat ik meedeed aan een discussie over vrouwenrechten in 2026. Geen unieke ervaring. Waarschijnlijk kregen wereldwijd op precies dat moment vele vrouwen het h-woord naar hun hoofd geslingerd.
Mijn werkplek is het Europees Parlement en ‘hysterische vrouwtjes’ was de kwalificatie die een PVV-politicus plakte op een debat tussen volksvertegenwoordigers over vrouwenrechten. We kunnen lang en kort praten over beleefdheid en omgangsvormen, maar hier is meer aan de hand dan enkel horkerigheid. ‘Hysterisch’ is een bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van het Griekse woord voor baarmoeder: ὑστέρα. De suggestie is dat overemotioneel en irrationeel gedrag samenhangt met het hebben van een baarmoeder.
Anno 2026 worden vrouwen in de politiek bewust weggezet als fundamenteel ongeschikt voor de politiek. Door hun biologische kenmerken. Verzet is op z’n plaats. Niet enkel vanwege een streven naar gelijkwaardigheid, maar ook uit bittere noodzaak. Te veel emotionele mannen beginnen de laatste jaren met de regelmaat van de klok oorlogen. Meer vrouwen in de politiek zijn simpelweg nodig om het gezond verstand weer te laten zegevieren.
Raquel García Hermida-van der Walle (D66), Brussel
Jarenlang heb ik me ingezet voor de strijd tegen huiselijk geweld. Als beleidsmedewerker verloor ik al mijn energie aan beleidsplannen en aan lokale, regionale en subregionale aanpakken. Er werd hard aan gewerkt, veel over geschreven en eindeloos over gesproken.
De laatste jaren kwam er dankzij wetenschappelijk onderzoek meer zicht op de oorzaken en mogelijke handelswijzen. Met herkenbare patronen, profielen en rode-vlaggen-signalen kwam gericht ingrijpen tegen huiselijk geweld eindelijk binnen bereik. Maar cruciale samenwerking ontbrak. De verschillende instituties, met hun uiteenlopende opgaven en gescheiden geldstromen, kwamen onmogelijk bijeen. Een doorbraak in de aanpak bleef uit.
In de zomer van 2025 liep ik in Rotterdam voor het eerst mee in de protestmars van de Dolle Mina’s. We waren met veel, we waren luid en we trokken de aandacht. Ook van de media. Er volgden meer marsen en vrouwen eisten de nacht terug. In de winter van 2025 kwam het kabinet met een ‘Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld’ en een nationaal telefoonnummer.
Is huiselijk geweld en femicide daarmee ten einde? Ik vrees van niet. Maar ik weet wel: deze Dolle Mina pakt haar strijd voortaan anders aan!
Dominique Meijer, Lochem
Steeds vaker, als ik weer iets hoor of lees over voetbalgeweld, Nieuwjaarsrellen en andere geweldsdelicten die door mensen worden gepleegd, denk ik bij mezelf: wat nou door ‘mensen’? Door mannen!
Onze gevangenissen zitten vol met mannen (94 procent), we voelen ons op straat onveilig door mannen, het hele justitiële apparaat is bezig om mannen te be(ver)oordelen. De tbs-inrichtingen zitten vol met mannen. We kunnen ons amper een voorstelling vormen van de kosten die al dit mannengedrag met zich meebrengt.
Vrouwen betalen daarentegen veel belasting, bouwen minder pensioen op, werken hard en hebben thuis meer taken dan mannen. Hoe vreemd is het dat hiervoor geen aandacht bestaat? Het zou in ieder geval niet meer dan redelijk zijn dat vrouwen
belastingkorting krijgen.
Discrimineren mag niet, maar laten we het dan ‘onderscheiden’ noemen. Klinkt liever. Een voorbeeld: omdat ik een vrouw ben, in het oosten des lands woon, krijg ik bijvoorbeeld levenslang no-claimkorting op mijn autoverzekering. Dit slimme, rechtvaardige en lieve gebaar van mijn verzekering zou breed navolging moeten krijgen. Ook van onze overheid.
Marrit Schaafsma, Hoge Hexel
In een voornamelijk door mannen gevulde ruimte zaten we met z’n vieren aan tafel toen zij aan ons vroeg: ‘Zijn jullie eigenlijk feministen?’
‘Ja natuurlijk!’, zei ik, waarna de focus van deze vraag niet lag op mijn antwoord, maar op het akelig stil blijven van mijn twee vrienden. Het gesprek viel dood, ik werd geprezen en de wereld ging weer door.
Maar ben ik wel een feminist? Wanneer een goede vriendin hier een gesprek over probeert aan te knopen, laat ik haar klaarblijkelijk in de steek. Ik ben in ieder geval niet het toonbeeld van een goede feminist. Ben ik dan een luie feminist? Zet ik me wel genoeg in voor een wereld waarin mijn toekomstige dochter vrij op kan groeien?
Als ik het al niet durf om mijn eigen vrienden te confronteren, ga ik dan ooit iemand aan kunnen spreken die zich op straat misdraagt? Misschien ben ik geen luie maar een laffe feminist. Hoog tijd om aan de slag te gaan.
Merlijn Däscher, Delft
Het persoonlijke is politiek. Nou en of! Geboren in 1961, als oudste meisje in een traditioneel en eenvoudig gezin, zou mijn toekomst zijn: school afmaken, werken, trouwen, voor kindjes en man zorgen.
Toch is het anders gelopen: studie gedaan, vriend en kindjes gekregen en blijven werken ondanks gebrek aan maatschappelijke medewerking (wel van mijn vriend), want het was immers ‘mijn keuze’.
Ik droomde nooit van een carrière of eigen bedrijf, maar hé, na m’n 45ste toch gedaan. En net toen ik zuchtend dacht dat het traditionele en masculiene nooit zou verdwijnen uit onze samenleving en uit onszelf – want het zit in alle haarvaten van alles en iedereen – was daar MeToo en zijn ook de Dolle Mina’s weer springlevend.
Mijn volwassen dochter doet het wel: gaan voor die promotie én voor een kind. Niks
schuldgevoelens. Er is hoop.
Marijke Lenders, Rosmalen
Er zijn tegenwoordig vrouwelijke vuilnisophalers, stratenmakers, bouwvakkers, steigerbouwers én heel veel meer dokters in het ziekenhuis zijn tegenwoordig vrouw. ‘En dan zit je opeens tegenover zo’n meisje dat zo oud is als je kleindochter en dat is dan de dokter’, zei mijn 95 jaar oude schoonvader – niet zonder meewarigheid.
Ik bezocht in februari het Frans Hals Museum in Haarlem met een expositie van Coba Ritsema (1876-1961). In haar tijd een tamelijk bekende kunstenaar, die diverse prijzen behaalde. Toch is haar naam bij het grote publiek onbekend gebleven. Zoals de ‘Guerilla Girls’ al schrijven: ‘Do women have to be naked to be into the Metropolitan Museum? Less than 5 percent of the artists in the modern art sections are women, but 85 percent of the nudes are female.’
Er gingen in de afgelopen decennia meer vrouwen in het onderwijs werken en de status van het beroep ging omlaag. Er werden meer vrouwen dokter en de status van het beroep ging omlaag. Het is mij een doorn in het oog dat de status van het werk van vrouwen in de publieke opinie lager blijft dan die van mannen. Want waarom kent iedereen Van Gogh, nota bene in de markt gezet door zijn schoonzuster, de weduwe van zijn broer Theo, maar kennen weinigen Coba Ritsema?
Ik hoop dat in de komende eeuw het gewicht van iemands prestaties, in welke vorm dan ook, niet wordt gerelateerd aan de sekse, maar louter aan de inhoud van de prestatie.
Irene Apperloo, Twello
Man, man... wat ben ik trots op onze dochter die voor haar master geschiedenis (van politiek en maatschappij) gaat onderzoeken wat de publieke herinnering is aan de tweede feministische golf. Titel op haar onderzoeksvoorstel: ‘Baas in eigen verhaal’, met een iconische foto van de Dolle Mina’s van weleer met hun ontblote buiken zo stoer demonstrerend voor legalisatie van abortus.
Nanette Haze (dochter van Bep, die ons voorleefde als financieel onafhankelijke en zelfstandige vrouw), Nijmegen
Ooit een maatschappelijke strijddag voor vrouwenrechten in het private en publieke domein. Ook in het Gooi waar ik, als echte Gooise Vrouw, ooit nog door de straten van Bussum Centrum trok voor mijn recht op abortus en waar ik vrije seks in Laren tot een kunstvorm verhief. Maar inmiddels verworden tot een vrijblijvende feelgood-happening met spirituele rituelen, workshops ‘sterk in je eigen kracht staan’ of ‘verwenmomentjes’ waar je je handen kan laten masseren of je snor op Arabische wijze kan laten scheren.
De verheerlijking van vrouwelijkheid als iets heiligs en zachts, met nadruk op Heilig Moederschap waar zelfs Meulenbelt zich nu aan overgeeft, maakt mij als Gooise feminist regelmatig wanhopig. Al deze ‘zachte kracht in vrouwelijke leiderschap’ heeft natuurlijk niets met emancipatie en al helemaal niets met vrouwenrechten te maken. Het erge is dat onze lokale vrouwelijke politici eraan meedoen. Het enige waar ze nog beetje warm voor lopen op vrouwenrechtengebied, is geweld tegen vrouwen stoppen omdat dat door de serviceclubs als goed doel is bestempeld. Maar een veilige vrouwenopvangplek, voldoende huizen voor moeders met kinderen, laat staan steun bij inkomen, opleiding, kinderopvang, dat krijgen vrouwen niet in onze regio. Dat is extreemlinks en woke.
Dus bestaat concrete hulp hoogstens uit het nummer van een goede advocaat. Die je dan als vrouw wel moet kunnen betalen. In het Gooi blijven de Gooise vrouwen mak als de schapen op het schilderijen van Mauve. Ze zien er allemaal hetzelfde uit en laten zich leiden door de mannelijke herders. En het erge is dat ze niet langer meer in een reservaat worden opgesloten, maar dat deze manier van leven door de hele wereld nu wordt overgenomen en de roep van vrouwen naar vrijheid en leven dreigt te laten verstommen. Ik heb alvast hier lokaal geen vrouw op wie ik kan stemmen gevonden.
Siska de Rijke, Bussum
‘Kom je?’ had hij gezegd. ‘Mijn moeder is gestorven.’ Een stem die twintig jaar geleden mijn hart sneller had doen kloppen. Hij wilde kinderen, ik was vijftig, hij vijf jaar jonger. Allebei hadden we al een kind. Het liep erop stuk.
‘Gecondoleerd,’ zei ik, toen we wat onwennig tegenover elkaar stonden op het Gare du Nord. We logeerden in een pied-à-terre van zijn familie. De kurk ging van de fles en we hieven het glas op zijn moeder. De volgende ochtend zat hij fris gedoucht in de kamer achter de laptop. Ça va? Ik knikte. Intussen was er een schattig meisje van een jaar of zes op het scherm verschenen. O, leuk, dacht ik, vast zijn kleindochter. Intussen pruttelde de koffie en geurden de verse croissants. ‘Papa, ben je daar?’
Ik slikte het laatste stukje croissant door, iets te haastig. ‘Papa?’, hoestte ik. Ja, hij had een dochtertje. Zijn vrouw was veel jonger. Maar ja… ik was toch de liefde van zijn leven. Ik beende naar de tafel waarop de laptop stond, ging in pyjama voor het scherm staan en zwaaide naar het meisje. Nu stapte de moeder in het beeld. Nog uitbundiger zwaaide ik. Ça va?
Valery Paulis, Maarheeze
Recht op abortus? Ook in Nederland rukken religieus georiënteerde organisaties en rechtse partijen op om de vrije keuze voor abortus te ondermijnen. Met zalvende woorden, maar de vrouwenonderdrukking spat ervan af. Verontrustend en alarmerend. Dus stapte ik een mentale drempel over en stond ik na zo’n 50 jaar toch maar weer opnieuw te demonstreren met een bord met de tekst: Baas in Eigen Buik. Het is nog steeds nodig.
Louise Sijbranda, Purmerend
Ik wil even iets kwijt over mansplaining. Niet om het goed te praten, maar om inzicht te bieden in de mannelijke drijfveer om de kwesties om hem heen uit te leggen. Ik ben een man geboren in 1969, opgegroeid in de heerlijke jaren zeventig en pas écht gaan nadenken in de jaren tachtig. Toen ik met mijn vrienden serieus over voetbal, het leven en de politiek ging praten was er altijd sprake van vette concurrentie. Wie kon meer spelers van Ajax opnoemen? Wie kon de ander in een politieke discussie overtoepen met betere inzichten?
Kortom: mansplaining was de core business van mannen en ik besef nu pas dat ik – als man – echt helemaal suf-gemainsplaind ben in mijn leven. Het is het machismo van nu. In plaats van je vaardigheid met bijl of geweer, moet je van je afslaan met argumenten en historische feiten. Niet alleen tegen je vrienden, maar ook om vrouwen in te palmen en op hun plek te zetten.
Dus als je weer eens zo’n mansplainer ontmoet, bedenk dan: hij weet niet beter. Hij jaagt op een mammoet of gaat alleen op de keeper af. Het komt uit dezelfde bron en is even lachwekkend.
Bas Fels, Heemstede
Waar blijft de verantwoordelijkheid van mannen bij het voorkomen van zwangerschap? Nu met DNA-onderzoek tegenwoordig goed is vast te stellen wie de vader van een kind is, zou men vaders kunnen verplichten, lange tijd, bijvoorbeeld twintig jaar, financieel bij te dragen aan de opvoeding van een kind.
Nu kunt u naar voren brengen dat vrouwen daar misschien misbruik van zullen maken. Welnu, als mannen dat niet willen, dan moeten ze zorgen dat het niet gebeurt. De condooms liggen bij de drogist naast de kassa.
Willy van der Putten, Amersfoort
Als kind zat ik in de jaren zestig van de vorige eeuw bij strenge nonnen op de lagere school. Een meisje moest haar plek kennen: ik moest braaf en ijverig zijn en me bijna onzichtbaar moest opstellen. Thuis waren we met vier zussen en werden we ingezet bij huishoudelijke klusjes, terwijl de twee broers buiten voetbalden.
Toen ik als puber verliefd werd op een jongen en wilde checken of het wederzijds was, kreeg ik een enorme donderpreek van mijn moeder. Een meisje hoorde te allen tijde af te wachten tot een jongen háár benaderde, anders zou ik al snel te boek staan als ordinair.
Mijn zelfbeeld als vrouw heb ik gedurende mijn leven bij elkaar kunnen sprokkelen; van onzichtbaar ben ik langzaamaan zichtbaar geworden. Het was een worsteling tegen de stroom van mijn opvoeding in. Groot is mijn geluk dat ik in de laatste tien jaar gezegend ben met zes kleindochters. Zij doen het mij voor: kijk oma, zó doe je dat! Ze dansen, springen, huilen, zijn boos, raken in paniek en lachen weer. En de school en hun ouders leiden dat in goede banen.
Ik vier Vrouwendag!
Marieke Doomen, Oosterbeek
Voor een foto zat ik op een omgedraaide stoel met mijn armen op de rugleuning en mijn benen wijd. ‘Ik raad vrouwen altijd aan om hun benen bij elkaar te houden’, zei de fotograaf. ‘Kun je je benen aan één kant van de stoel doen?’
Ik dacht aan de vele keren in het openbaar vervoer, het theater, de bierbanken op festivals waarbij mannen breeduit zaten waardoor ik, en vele andere vrouwen met mij, automatisch mijn benen nog wat dichter tegen elkaar aanklemde.
Ik dacht aan luidruchtige mannen die lachend worden bejegend waar luidruchtige vrouwen hysterisch worden genoemd, het hier heersende schoonheidsideaal dat vooral voor vrouwen geldt, het mannenlichaam dat nog steeds de norm is in medisch onderzoek, de discriminatie van vrouwen als het gaat om salaris, het gemorrel aan het recht op abortus, de beperkingen voor vrouwen als ze ’s nachts uitgaan.
Ik zette mijn voeten iets verder uit elkaar.
Annemarie Jongbloed, Haarlem
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant