Wat heeft de moderne mens aan de lessen van Sunzi? Wie heeft er nog een leger, laat staan een fatsoenlijke tegenstander? Het blijkt dat zijn De kunst van het oorlogvoeren goed toepasbaar is op het strijdperk van tegenwoordig: het kantoor.
Hoe kom je als overwinnaar uit een strijd? Het is terug te brengen tot vier eenvoudige regels:
Ken de ander, ken uzelf,
En uw overwinningen lopen geen gevaar,
Ken de hemel, ken de aarde,
En uw overwinningen kennen geen einde.
Ze komen uit de nieuwste vertaling van De kunst van het oorlogvoeren van Sunzi (zelf kende ik de auteur als Sun Tzu). De eerste directe vertaling vanuit het Chinees is gemaakt door Mark Leenhouts, die het boek ook becommentarieerde.
Er is twijfel of Sunzi heeft bestaan, maar onbetwist is dat zijn werk een klassieker is. Om maffiabaas Tony Soprano vrij te citeren: ‘De meeste mensen die ik ken lezen Prins Machiavelli. Dat is niet slecht, maar dit boek gaat strategisch veel dieper.’
Lang geleden heb ik Sunzi ook gelezen. Ongetwijfeld aangespoord door Tony Soprano. Het viel me tegen: weinig gewelddadige passages, en ik vroeg me vooral af wanneer de oorlog nou zou beginnen.
Nu, jaren later, zie ik dat het een geweldige tekst is. Uiteraard bevat het werk strategische lessen over de manieren waarop je de vijand eronder krijgt, maar de echte schoonheid zit in de eenvoud. Het is geen wonder is dat dit boek na 2.500 jaar nog altijd relevant is; het gaat eerder over macht dan over strijd, en de regels van macht zijn de afgelopen eeuwen onveranderd gebleven. De macht hult zich altijd in nevelen, en dat is precies waarover oorlogvoering gaat; hoe dwing je de tegenstander zijn kaarten op tafel te leggen?
Sunzi is daar duidelijk over: de winnaar van de strijd is niet per se degene met het grootste leger, maar de leider met de grootste vastberadenheid en kennis. Als je de tegenstander beter kent, kun je niet verliezen. Ik moest even aan de chaotische terugtrekking van Amerika uit Kabul denken.
Maar wat hebben wij, stervelingen, aan deze les? Wie van ons heeft er nog een leger, laat staan een fatsoenlijke tegenstander?
Dat brengt ons bij het moderne strijdperk: het kantoor. Elke goed functionerende organisatie is een spiegel van haar leiderschap. Net een leger. De medewerkers voelen haarfijn aan hoe de ideeën van de leider zich vertalen naar het dagelijkse werk.
‘Het overwicht van de ware strijder is daarom als het omrollen van een ronde steen op een berg, boven een dal van duizend vadem diep; zo wordt overwicht zichtbaar.’
Zo gaat dat: een leider die de controle heeft over zijn organisatie, is onaantastbaar. Hoe krijg je die controle? Simpel: ken uzelf en ken de ander. Het maxime van Sunzi.
Hoewel… dat klinkt simpel, maar de werkelijkheid is complex. Als het eenvoudig was, had iedereen het gekund. Jaarlijks reizen managers en strijders bij karrenvrachten naar leiderschapsinstellingen als Nyenrode in Breukelen of Insead in Fontainebleau om de regels van Sunzi te internaliseren. In het heden gebeurt dat middels powerpointpresentaties en groepssessies. Wat leren mensen daar?
‘Te veel beloningen uitloven is een teken van benauwenis, te veel straffen uitdelen een teken van nood; de mannen eerst afschrikken en hen vervolgens zelf vrezen is het toppunt van onkunde.’
De principes van de strijd zijn op alle situaties toepasbaar. De oorlog win je in de voorbereiding; een goede voorbereiding zorgt voor kalmte binnen de eigen organisatie. En kalmte bewaren is misschien nog wel moeilijker dan de vijand te belagen. De grootte van de organisatie is eigenlijk niet zo belangrijk, leert Sunzi, als het organiserende principe maar werkt.
‘Als de generaal niet streng genoeg is, zich zwak toont en onduidelijke instructies geeft, waardoor er geen rust in de rangen heerst, geen regel in de opstellingen huist, volgt er wanorde.’
Duidelijk: als de generaal zijn best niet doet, hoe moet een voetsoldaat zich dan voelen? Dat is de kern van de kunst van het oorlogsvoeren: er is een hiërarchie, en het moreel van de soldaten weerspiegelt het karakter en de kunde van de leider.
Wanorde is de vijand. Vanaf daar gaat het van kwaad tot erger. ‘Wordt er ernstig gefluisterd, in kluitjes bij elkaar, dan heeft men het vertrouwen in de mannen verloren.’
Als ik een ding heb geleerd uit de praktijk, is het dit: een strijd, welke dan ook, kan op veel manieren misgaan. Daar zit de crux. De kunst van het oorlogvoeren wordt door velen beoefend, maar door weinigen beheerst.
De eenvoudigste regel is tegelijkertijd de moeilijkste: ken uzelf. Dat kan helemaal niet! Denk alleen al aan het gegeven dat je nooit echt kunt weten hoe je op anderen overkomt. En dat je schrikt wanneer je je eigen stem hoort bij een opname.
Dit fascineerde me aan De kunst van het oorlogvoeren: de eenvoud is verraderlijk. Ook al ken je de regels van Sunzi, van Machiavelli én Mazarin uit het hoofd, dan zegt dat nog altijd weinig over je kwaliteiten als leider.
Goed leiderschap heeft een aantal vereisten die je kunt aanleren. Bijvoorbeeld een goede voorbereiding en het vinden van goede adviseurs. Maar overzicht houden tussen hoofd- en bijzaken is al moeilijker. En er sommige eigenschappen, zoals charisma, gevoel van zelfvertrouwen en opofferingsbereidheid, zijn nauwelijks aan te leren.
Je hebt het of je hebt het niet. Toch putte ik troost uit Sunzi door de volgende alinea:
‘Winst komt toe aan degene die het meeste latjes verzamelt bij de tempelraadpleging, niet aan degene die daar maar weinig latjes verzamelt. En als veel latjes winst betekent, en weinig latjes niet, wat dan te denken van wie geen enkel latje verzamelt?’
Wat betekenen die latjes? Dat is een metafoor voor voorbereiding: de best voorbereide strijder maakt een goede kans.
Sunzi: De kunst van het oorlogvoeren. Uit het Chinees vertaald en toegelicht door Mark Leenhouts. Athenaeum; 192 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant