Home

Boekhandelaar Carel van Pampus (1955-2026) had het vermogen om tevreden te zijn

De laatste bladzijde Eigenlijk was Carel van Pampus geen bijzonder grote lezer; hij stond erom bekend dat hij boeken vaak niet uitlas. Met zijn boekhandel wilde hij ‘uitnodigen tot oponthoud’.

Carel van Pampus bij de etalage van zijn boekwinkel, ca. 2022

‘Uitnodigen tot oponthoud’, dat moet een boekhandel doen, vond Carel van Pampus. En inderdaad ademt De boekhandel van Pampus in Amsterdam-Oost op een maandagmiddag in januari een verlangen naar onthaasting. Er is koffie uit een hoogwaardige espressomachine en terwijl andere klanten door de winkel scharrelen, zit een man in een van de leren stoelen te lezen. Op het tafeltje naast hem staat een bosje tulpen en een ingelijst portret van de oprichter, die op 23 december overleed op zeventigjarige leeftijd.

Eigenlijk was Carel van Pampus geen bijzonder grote lezer; hij stond erom bekend dat hij boeken vaak niet uitlas. „Ik hoef niet te weten wie het heeft gedaan, maar wel aan wie ik het kan verkopen”, zei hij daarover tegen vaste klant (en journalist) Coen Verbraak bij een interview ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van de zaak. Uiteindelijk was het contact met de klanten zijn voornaamste vreugde – vandaar ook dat espressoapparaat en die gemakkelijke stoelen. Bovendien zorgde hij vanaf het begin voor een uitgebreid programma met lezingen, leesclubs en andere bijeenkomsten. De buurt liet zich inderdaad massaal verleiden tot oponthoud: aanvankelijk in een souterrain aan de KNSM-Laan, sinds 2022 wat meer ‘in de loop’ bij Winkelcentrum Brazilië.

Carel van Pampus in een van de gemakkelijke zetels in zijn boekhandel, 2012

Van Pampus was een beminnelijke en uitgesproken eigenzinnige boekhandelaar, vertelt Mieke van Dooren, die samen met Marianne Drissen drie jaar geleden begon als bedrijfsleider; ze hebben de zaak nu overgenomen. „Carel was bijvoorbeeld helemaal in zijn element op de jaarlijkse Beurs voor Kleine Uitgevers in Paradiso. Daar vond hij allemaal bijzondere uitgaven voor in de winkel.” Daar is het motto nog steeds dat de grote bestsellers er wel aanwezig zijn, maar dat die hun plaats moeten kennen: rechtop in de kast. De uitstallingstafels, vond Carel van Pampus, zijn voor boeken die we zelf interessant vinden. Daar konden „goede of foute” boeken bij zitten, „maar geen slechte”.

Sinds de komst van zijn nieuwe bedrijfsleiders was Van Pampus bezig de dagelijkse leiding uit handen te geven, al ging dat niet in alle opzichten vanzelf. Zo duurde het enige tijd eer hij in staat was om een dag met vrienden de stad uit te zijn, zonder naar de winkel te bellen om te vragen hoe alles daar verliep. Zoals op andere vrije dagen bleek dat een bezoekje voor de gezelligheid prima gecombineerd kon worden met de observatie dat dit of dat boek niet zo recht lag als het zou kunnen liggen.

Roze verf op gevechtsvliegtuigen

Carel van Pampus (van 17 november 1955) kwam uit een middenstandsgezin, zijn ouders dreven een kledingzaak. Via Katwijk en Gouda belandden ze in de jaren zeventig in Amsterdam, waar Carel landde op het plaatselijke Barlaeus gymnasium. „Dat hebben we geweten”, zei Carels zus Cecile tijdens de uitvaart. De school was in die dagen een broeinest van links radicalisme en binnen enkele maanden was Carel er volledig ingeburgerd, politiek en sociaal. Het leidde tot veel politieke discussies thuis aan tafel, waarin vader en zoon zo tegenover elkaar kwamen te staan dan andere gezinsgenoten weleens hun bord meenamen om de maaltijd in een kalmere omgeving voort te zetten. (Later, toen Carel eenmaal een boekhandel had, kwam zijn vader vaak langs, altijd met adviezen over hoe de zaak kon worden verbeterd.)

Op het Barlaeus leerde een groep jongens zichzelf bridgen, wat de concentratie onder schooltijd niet ten goede kwam, maar wel sterke banden smeedde: het groepje zou een halve eeuw later nog geregeld steeds samenkomen om te spelen en de toestand in de wereld door te nemen. In die wereld moest alles anders, vond de jonge Van Pampus. Hij sloop ervandoor bij de keuring voor militaire dienst en hij werkte enige tijd in de anarchistische boekhandel Het Fort van Sjakoo – onderdeel van de kraakbeweging die de hoofdstedelijke burgerij begin jaren tachtig deed beven.

Carel van Pampus, eind jaren zeventig

Van Pampus sloot zich aan bij de antimilitaristische actiegroep Onkruit. Die demonstreerde, verstoorde Defensiebijeenkomsten, bezette gebouwen, gooide roze verf op gevechtsvliegtuigen, ketende zich vast aan militaire (en andere) objecten. Ook braken de actievoerders in bij instellingen die banden met de krijgsmacht hadden en maakten ze de aldus buitgemaakte gegevens openbaar. Het liep voor Carel niet altijd goed af: bij een inbraak werd hij in de kraag gevat – en vervolgens veroordeeld.

Wat Carel later niet deed, was afstand nemen van zijn radicale verleden. „Carel is altijd anarchist gebleven”, zegt Thei van Lanen, die hem kende uit de kraaktijd en die deel uitmaakte van een groepje vrienden met wie Carel geregeld grote en kleine reisjes maakte.

‘Gewoon’ een secure en succesvolle ondernemer

Verleden werd het uiteindelijk wel, die actietijd. Van Pampus studeerde econometrie en kreeg een nette baan bij het opinie-onderzoeksbureau Nipo. „De ironie van het feit dat hij met zijn opvattingen uiteindelijk bij een marktonderzoeksbedrijf belandde, ontging hem niet”, zegt Mirko van Pampus, de oudste van Carels drie zoons. Dat de wereld niet zomaar voor kennisgeving kon worden aangenomen, maakte een belangrijk deel uit van hun opvoeding, wat niet betekende dat ze het altijd met elkaar eens waren, bijvoorbeeld over de vraag of betaald parkeren en toegangspoortjes in het ov nu wel of geen teken van oprukkend fascisme waren.

Toen Mirko voor het eerst een huis kraakte, stond zijn vader dezelfde avond met een krat bier op de stoep. Hij bleef volgens zijn zoon ook altijd open staan voor ‘nieuwe’ linkse thema’s als racisme en feminisme. Dat had alles te maken met Carels nieuwsgierigheid naar anderen en zijn vermogen om tevreden te zijn, zei Mirko bij de uitvaart. „Hij was lief maar niet braaf, slim maar niet bijdehand, alles van hoge kwaliteit maar niks chics. Hij was altijd stijlvol gekleed, maar had geen wit overhemd.”

Toen Carel na een reorganisatie bij het Nipo moest bedenken waar hij het laatste deel van zijn beroepsleven aan zou besteden kwam hij al snel uit bij de buurtboekhandel die vooral een ontmoetingsplaats moest zijn – en toonde hij dat hij ook ‘gewoon’ een secure en succesvolle ondernemer kon zijn – en een bindmiddel voor de buurt. Niet lang nadat die hem in het zonnetje had gezet bij het vijftienjarig bestaan van de winkel, bleek hij ongeneeslijk ziek. Op de rouwkaart stond een spreuk van Lao Tse: „Als je beseft dat je voldoende hebt, dan ben je werkelijk rijk.” Met eronder een aansporing van het illustere Sesamstraatduo Bert en Ernie: „Maak er wat van, maak er wat van. Als je ontevreden bent doe er dan wat an.”

In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Amsterdam

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next