Sinds de stijgende brandstofprijzen in Nederland trekken steeds meer automobilisten massaal naar de grens om daar hun tank te vullen. Vooral in België worden de laatste dagen opvallend veel Nederlandse kentekens gespot bij tankstations. Volgens sommige automobilisten scheelt tanken over de grens tientallen euro’s. Dat is voor veel Nederlanders reden genoeg om een kleine internationale expeditie te beginnen. “Het is wel een stukje rijden,” zegt een bestuurder terwijl hij zijn tank volgooit. “Maar als je het goed uitrekent, heb je de benzine voor de rit naar België er bijna weer uit.''
De stille oorlog tussen benzine en stroom
Elektrische rijders kijken ondertussen licht gefrustreerd toe. Sommige elektrische rijders blijven even staan kijken bij de pomp, alsof het een openluchtmuseum is voor fossiele brandstoffen. Zij moeten noodgedwongen langs de lange rijen benzineauto’s rijden zonder ook maar een druppel korting mee te kunnen nemen. De wachttijden bij sommige tankstations zijn inmiddels zo lang dat de file zelfs doorloopt in de omliggende straten, waardoor ook elektrische auto’s er vrolijk in vaststaan. Sommigen overwegen uit pure jaloezie tijdelijk een benzineauto te huren, al noemen deskundigen dat “een ingewikkelde vorm van protest”. Tot die tijd rest hen vooral één ding: langzaam langs de pomp rijden en doen alsof ze eigenlijk helemaal niet wilden tanken.
Tegelijkertijd krijgen sommige elektrische rijders binnenkort mogelijk juist geld als ze hun auto opladen. Volgens een nieuwe regeling kunnen ze certificaten verkopen via inboekdienstverleners aan brandstofbedrijven die hun uitstoot moeten compenseren. Dat betekent dat benzinerijders straks naar België rijden om geld te besparen, terwijl elektrische rijders thuis blijven om geld te verdienen.
Volgens experts ontstaat zo een nieuwe fase in de Nederlandse automobilistenoorlog: de benzinerijder die kilometers rijdt om goedkoper te tanken tegenover de elektrische rijder die thuis op de bank geld verdient terwijl de auto oplaadt. Sommige benzinerijders reageren inmiddels verontwaardigd. “Dus zij krijgen geld om te laden en wij rijden een halve provincie door voor korting?” zegt een automobilist. “Dit begint verdacht veel op oneerlijke concurrentie te lijken.”
Jerrycans en nationale trots
Bij verschillende tankstations net over de grens staan rijen auto’s met gele kentekens. Sommige automobilisten nemen het zekere voor het onzekere en vullen naast hun tank ook meerdere jerrycans. Volgens een man die zes jerrycans in zijn kofferbak zet, is dat vooral een kwestie van vooruitdenken. “Je weet nooit hoe duur het morgen weer wordt,” zegt hij terwijl hij probeert uit te rekenen of de benzine die hij net heeft gehaald nog wel in zijn auto past.
Belgische tankstations licht verbaasd
Tankstations in het grensgebied melden dat het de afgelopen dagen aanzienlijk drukker is dan normaal. Sommige Belgische pomphouders hebben inmiddels het gevoel dat ze per ongeluk een Nederlands filiaal zijn geworden. “De meeste klanten spreken Nederlands, betalen met Nederlandse pasjes en vragen waar de dichtstbijzijnde supermarkt met goedkope koffie is,” zegt een medewerker. Eén medewerker overweegt inmiddels een bord op te hangen met de tekst: “Welkom bij Tankstation Zuid-Nederland.”
Nieuwe Nederlandse vakantietrend
Veel Nederlanders combineren het tanken met een korte wandeling, een kop koffie of het bewonderen van het bord “Welkom in België”, waarna ze tevreden weer naar huis rijden. Sommige Nederlanders geven zelfs toe dat ze nog nooit zo blij zijn geweest om een grens over te steken.
“Normaal ga je voor vakantie naar het buitenland,” zegt een automobilist. “Nu ga je er gewoon heen om te tanken – en daarna meteen weer terug.”
Source: Fok frontpage