Martina Sablikova veranderde zo’n twintig jaar geleden het schaatsen met haar opvallende techniek en dominantie op de langste afstanden. Dit weekend neemt ze afscheid in Thialf.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Drieëntwintig jaar geleden stapte Martina Sablikova voor het eerst in haar leven een vol Thialf in en werd direct overvallen door paniek. Ze schaatste een 500 meter, liep vervolgens de hal uit en zei: ‘Oké, ik schaats hier nooit meer.’ Doodeng, al die mensen voor het 15-jarig Tsjechisch schaatstalent. ‘Verschrikkelijk.’
Inmiddels is het 2026 en neemt een van de grootste schaatsiconen van de afgelopen twintig jaar op 38-jarige leeftijd afscheid. In Heerenveen, in Thialf, in het stadion waarover ze voor het ingaan van dit olympische seizoen al dacht: als ik me kwalificeer voor het WK allround, is dat hoe ik wil eindigen: in een vol Thialf, voor al die enthousiaste mensen.
Er zijn iconen in het schaatsen, zoals Shani Davis, Sven Kramer, Ireen Wüst; schaatsers die grenzen verlegden. Die een scala aan prestigieuze titels pakten. Sablikova, kampioen uit een land zonder eigen ijsbaan, behoort zonder twijfel tot dat rijtje grootheden. Haar palmares staat vol indrukwekkende prijzen, maar zij bracht met haar succes ook een nieuwe aanpak mee.
‘Het is leuk als mensen je proberen te kopiëren’, zegt Sablikova zaterdagmiddag in Thialf. Haar faam begon rond 2006, toen ze zich steeds nadrukkelijker op de lange afstanden meldde. Ze viel op, als tengere vrouw van slechts 52 kilogram – relatief weinig voor een gemiddelde schaatser. Nog opvallender was haar techniek: ze verlengde haar bocht. Als concurrenten begonnen aan hun rechte eind, stapte zij nog minstens een, maar liefst twee keer extra over.
Op die manier liep ze haar bochten door tot zo’n dertig meter op het rechte eind. Een aanpak die navolging kreeg; veel schaatsers probeerden haar techniek te kopiëren. Bij Sablikova was de aanpak deels uit nood geboren, vertelt ze tijdens het WK allround in Heerenveen. ‘Omdat ik erg, érg, slecht ben op de rechte stukken. Dus hebben we heel hard gewerkt aan deze techniek.’ Dat deed ze thuis veelal op skeelers. Of op de ijsbanen van Collalbo en Inzell, waar ze naartoe trok om toch haar meters op het ijs te kunnen maken.
Sablikova schaatste in haar lange loopbaan naar drie olympische titels. In Vancouver pakte ze in 2010 goud op de 3.000 en 5.000 meter, vier jaar later won ze in Sotsji de 5.000 meter. Ze pakte daarnaast allerlei ander olympisch eremetaal. Ze verzamelde ook 21 wereldtitels: zestien op de WK afstanden, vijf keer was ze de beste allrounder ter wereld.
Beklijvend was het beeld van Ireen Wüst, in 2007 overstuur zittend onder een boom aan de rand van de buitenbaan van Collalbo. Ze was kort daarvoor als topfavoriete voor de Europese titel met drie honderdste punt verschil verslagen. Voor Sablikova was dat moment haar doorbraak: ze werd in Italië als 19-jarige de jongste Europees kampioene ooit.
Zelf keek Sablikova, afkomstig uit Moravië, een regio in oosten van Tsjechië, in haar jeugd op tegen Duitse voorbeelden als Claudia Pechstein en Anni Friesinger. Voor de huidige twintigers in het allroundschaatsen was zij ooit het voorbeeld. ‘Al toen ik een klein meisje was’, zegt Ragne Wiklund, zaterdag de winnares van de 3.000 meter in Heerenveen en leider in het tussenklassement. Joy Beune, de nummer vier in het tussenklassement op de WK allround: ‘Ze is een groot voorbeeld voor mijn generatie, maar ik denk ook zeker voor de generatie die gaat komen.’
Van de ruim tien miljoen inwoners in Tsjechië zijn er minstens acht miljoen die Sablikova kennen, stelt de perswoordvoerder van de Tsjechische schaatsbond. Ze behoort tot de top tien van bekendste topsporters uit haar land. De Tsjechische, gevraagd of ze in haar thuisland vaak herkend wordt: ‘Soms. Als ik ga shoppen, kijken mensen soms nog een keer om. Maar dan denken ze dat ik het vast niet ben.’ Er zijn Tsjechische kinderen gaan schaatsen door haar, weet ze. ‘Dat is geweldig, als je kinderen kunt inspireren.’
Wat ze hierna gaat doen weet Sablikova nog niet. Ze keek niet verder dan dit moment. Een ding weet ze wel: eerst wil ze rust. Even niets. Maar daarna meldt ze zich wellicht weer in het schaatsen, denkt ze. Al weet ze nog niet exact welke rol naast het ijs ze eventueel weer gaat vervullen. Wat de korte termijn betreft: twee jaar geleden was ze geblesseerd tijdens het WK allround in Inzell. Toen kon ze toekijken en bier drinken. ‘Pretty cool. Daar ga ik nu ook heel even van genieten.’
Tijdens de Olympische Spelen in Milaan was Sablikova ziek. Een waardig olympisch afscheid ging daarmee verloren. Maar ze rekende al langer op Thialf. Op de locatie voor de WK. Zondag worden na afloop van het toernooi de schaatsers die stoppen gehuldigd. Dan stapt ze naast onder meer Miho Takagi op het ijs voor een laatste ronde. Zaterdag schaatste ze haar eigen afscheid. Op de 3.000 meter, een van haar twee favoriete afstanden. Ze zal zondag niet meer in een wedstrijd in actie komen.
Ze had vooraf ingecalculeerd dat ze emotioneel zou zijn. Maar bij haar aankondiging voor de start en het applaus vanuit het volle stadion voelde ze veel meer emotie dan ze ooit had kunnen bedenken. ‘Het was zo groot. Ik heb de eerste twee rondes lachend rondgereden, omdat ik zo’n groot applaus hoorde. Ik dacht: o god, wat gebeurt er hier. Dat was geweldig, perfect. Maar de laatste ronde werd zwaar.’
Demonstratief schoof ze haar schaats naar voren bij het passeren van de finishlijn. Wetende dat ze nooit meer een wedstrijdmeter zal maken. ‘Dat besef was zwaar.’ Het plan om een ronde voor het einde omhoog te komen en rustig uitglijdend haar laatste 400 meter af te leggen was al voor het begin van het olympische seizoen gemaakt. Als ik me kwalificeer voor de WK allround, is dat hoe ik eindig, besloot ze ergens in de zomer. Zwaaiend schaatste ze naar 4.21,72.
Ze werd olympisch kampioen op de 3.000 meter. Ze won zes wereldtitels op die afstand. Maar zaterdagmiddag zegt ze over een van haar tragere 3.000 meters uit haar carrière: ‘Het was legendarisch voor me. De beste 3.000 meter ooit.’
Na de eerste dag op het WK allround gaat de Noorse Ragne Wiklund aan de leiding, voor de Japanse Miho Takagi. Marijke Groenewoud staat derde in het tussenklassement, voor Joy Beune.
Bij de mannen wordt het tussenklassement aangevoerd door Jordan Stolz, de Amerikaan die vrijdagavond nog het zilver pakte op het WK sprint en inmiddels zes afstanden heeft gereden in drie dagen. De Noren Sander Eitrem en Peder Kongshaug staan direct achter hem in het klassement.
Zondag worden de afsluitende twee afstanden gereden. De vrouwen rijden de 1.500 meter en de 5.000 meter. Voor de mannen staat de 1.500 meter en de 10.000 meter op het programma.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant