DEN HAAG - De moord op de Haagse garagehouder Loek van Dam in 1992 blijft vrijwel zeker onopgelost. De verdachte in de cold case is vrijgelaten uit zijn voorlopige hechtenis, heeft zijn advocate Elizabeth Bijl aan Omroep West laten weten. Dat betekent vrijwel zeker dat hij vrijgesproken wordt. Tegen de nu 71-jarige Ruben B. is door het Openbaar Ministerie 14 jaar cel geëist voor de moord in 1992. Het OM bevestigt de vrijlating.
Loek van Dam werd van dichtbij en van achteren met zes kogels doodgeschoten in het kantoortje van zijn garagebedrijf in Den Haag. Dat gebeurde waarschijnlijk in de middag van 27 januari 1992, toen hij op het punt stond naar huis te gaan, want hij had zijn jas aan en zijn sleutels in zijn hand.
Hij zat wel in zijn bureaustoel. 'Het geeft het beeld van een executie', zei de officier van justitie tijdens de zitting. Er was geen worsteling geweest en Van Dam was niet beroofd. Zijn portemonnee met bijna 1800 gulden erin zat nog in zijn zak.
Ruben B. kwam na de moord in beeld als verdachte. Van Dam had een affaire met de vrouw van B. Zij werd door haar man mishandeld en zocht bescherming bij Van Dam. B. zat in 1992 enige tijd vast als verdachte, maar de zaak werd destijds geseponeerd wegens gebrek aan bewijs
De zaak kwam opnieuw aan het rollen na een anonieme tip in 2020 dat B. zijn destijds 15-jarige zoon de moord had laten plegen, waarna de politie de zaak opnieuw onderzocht. Ongeveer een jaar geleden werd B. weer opgepakt voor de moord.
In de aanloop naar de moord zou B. het slachtoffer hebben bedreigd met een vuurwapen. Maar B. ontkende dat voor de Haagse rechtbank. Hij zei dat hij alleen mondeling heeft gedreigd. In afgeluisterde gesprekken lijken familieleden te bevestigen dat de hele familie wel weet dat ofwel Ruben of een familielid de trekker heeft overgehaald, maar dat was volgens B. allemaal roddelpraat.
'Al die mensen zijn gehoord hè?', vroeg B. vorige maand aan de rechtbank nadat de getuigen waren voorgehouden. 'Maar wat is uiteindelijk daar de conclusie van?'
Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak was al duidelijk dat het forensisch bewijs dat het OM tegen B. heeft, niet veel meer omvatte dan het bewijs waarop de zaak in 1992 geseponeerd is. Met het opheffen van de voorlopige hechtenis lijken de rechters ook te concluderen dat, ondanks dat alles in de richting van B. wijst, niet wettig en overtuigend te bewijzen is dat hij schuldig is aan de moord op Loek van Dam.
De uitspraak in de zaak is op 24 maart.
Source: Omroep West Den Haag