Bij de Rubaya-mijn in Oost-Congo, waar 15 procent van de wereldwijde coltanproductie plaatsvindt, zijn donderdag tweehonderd mijnwerkers omgekomen. Dat zegt de Congolese regering in Kinshasa, die de mijn probeert terug te veroveren van rebellengroep M23. Wat is er aan de hand?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.
Wat is er donderdag precies in Rubaya gebeurd?
Dat is onduidelijk. Rubaya ligt in Noord-Kivu, de Oost-Congolese provincie die rebellengroep M23 vorig jaar met hulp van buurland Rwanda veroverde. De Congolese regering in Kinshasa begon twee weken geleden met een offensief om de mijn terug te veroveren.
Volgens M23 vielen er donderdag doden door een bombardement, maar zou het dodental slechts 5 zijn. De regering in Kinshasa, die geen toegang heeft tot Rubaya, zegt dat er 200 mijnwerkers omkwamen, maar dat de doden vielen na een aardverschuiving veroorzaakt door regenval. Het dodental van 200 wordt bevestigd door lokale bronnen, met wie nieuwssite Al Jazeera sprak.
Het is in ieder geval de tweede keer in korte tijd dat mijnwerkers om het leven komen bij Rubaya. In januari stierven ook al 200 mijnwerkers. Volgens M23 had het regenseizoen toen een modderlawine veroorzaakt, waardoor een deel van de mijn instortte.
Waarom wordt er ondanks die gevaarlijke omstandigheden doorgewerkt?
Het antwoord is: geld. Rubaya is een kleine stad op zo’n 60 kilometer afstand van de grote stad Goma. De grond zit er vol met ’s werelds meest begeerde waardevolle metalen zoals coltan en tin, die worden gebruikt voor batterijen van elektrische fietsen en telefoons. Vanwege de aanwezigheid van deze metalen wordt Oost-Congo al decennialang geteisterd door conflict.
Sinds anderhalf jaar gaat het overgrote deel van het geld dat in Rubaya wordt verdiend naar M23. Die rebellengroep maakte in januari 2025 een opmars in de Congolese provincies Noord- en Zuid-Kivu, maar ze veroverden Rubaya al in april 2024. Met de handel in coltan verdient M23 sindsdien 800 duizend dollar per maand, concludeerde een expertgroep van de Verenigde Naties. Dat geld komt vooral binnen door belasting te heffen bij handelaren en tussenpersonen.
Uit satellietbeelden van Oost-Congo blijkt dat de coltan die in Rubaya wordt gewonnen met vrachtwagens naar buurland Rwanda wordt gebracht om daar de wereldmarkt op te gaan.
Wie zijn de mijnwerkers in Rubaya?
Rubaya is een zogenoemde artisanale mijn. Duizenden lokale mijnwerkers, veelal mannen maar ook vrouwen en kinderen, komen dagelijks naar de open kuilen die in en rondom Rubaya zijn gegraven om met eenvoudige werktuigen of met de hand de grondstoffen op te graven. Het is zeer gevaarlijk werk, blijkt uit de vele ongelukken die er gebeuren. Maar voor veel mijnwerkers is het de enige beschikbare inkomstenbron.
Als de grond zo vol grondstoffen ligt, waarom wordt er dan niet op industriële schaal gemijnd?
In theorie zou dat kunnen. In het zuiden van Congo wordt op sommige plekken wel industrieel gemijnd, bijvoorbeeld door Chinese en Australische mijnbouwbedrijven. Maar in Oost-Congo is dat veel moeilijker te organiseren vanwege het gebrek aan infrastructuur en het voortdurende conflict. In totaal zijn er zo’n 120 verschillende milities in het gebied actief.
Toch zou de Congolese regering het liefst zien dat er industrieel gemijnd wordt in Rubaya, omdat dat meer geld oplevert. De Amerikaanse president Donald Trump, die op het gebied van grondstoffen de strijd met China wil aangaan, heeft daar wel oren naar. Rubaya verscheen dan ook onlangs op een lijst met mijnen waarvan Kinshasa de mijnbouwlicentie aan Amerikaanse bedrijven wil toekennen.
Er is alleen één probleem. Zo lang M23 de mijn controleert, kan Kinshasa niets aan de Amerikanen beloven. Het is daarom geen toeval dat het Congolese leger twee weken geleden begon met een serie aanvallen op M23-doelen in de buurt van Rubaya.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant