Home

Stel vaker de vraag wat in ons eigen belang is, ook over de Iran-oorlog. Al voelt dat nog onwennig

is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Lekker dingen vinden. Soms lijkt het of buitenlandpolitiek in Nederland zich daar nog steeds toe beperkt. Het was een luxe die we ooit gratis in het pakket kregen, samen met onze betrekkelijke irrelevantie en een beschermende Amerikaanse paraplu. Dat het een houding is die we ons niet meer kunnen permitteren, is nog niet helemaal doorgedrongen.

De oorlog die de Verenigde Staten samen met Israël begonnen tegen Iran, werd besproken in het vragenuurtje, de wekelijkse gelegenheid voor de Kamer om een bewindspersoon snel en kort naar een actualiteit te vragen. Er was net geen heel uur voor, want toen moest de voorzitter door naar de Odido-hack.

Premier Jetten en minister van Buitenlandse Zaken Berendsen hadden opgeroepen tot ‘terughoudendheid’. Twee dagen later had Berendsen daar iets aan toegevoegd: ‘begrip voor de toch ook risicovolle aanvallen van de VS en Israël’. In de tussentijd had VVD-leider Yesilgöz in haar nieuwe functie als minister van Defensie geen belemmering gezien om een eigen, enthousiaster geluid te laten horen: ‘Veel Iraniërs halen nu opgelucht adem.’

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Tegenover zo veel dubbelzinnigheid konden Kamerleden zich mooi profileren. De een vroeg waar de steun bleef voor de bevrijding van het Iraanse volk uit de klauwen van een moorddadig regime. Een ander sprak er schande van dat een onvoorwaardelijke veroordeling uitbleef, nu de VS en Israël het internationaal recht met voeten traden.

In tv-studio’s en op sociale media klonken vele echo’s van deze zelfde, vooral in morele termen gegoten argumenten, aangevuld met geopolitieke duiding die zelden over onszelf leek te gaan.

Een vraag die in Nederland nog niet van nature wordt gesteld: wat is in óns belang en – volgens mij onlosmakelijk daaraan verbonden – dat van Europa? Ook nog niet helemaal ingeburgerd is de vraag: moeten we iets doen?

De onwennigheid is begrijpelijk na driekwart eeuw waarin de VS onze schutsheer waren. Daarmee was het Amerikaans belang feitelijk altijd ons belang. En of we iets moesten doen, bepaalde Washington. Nu worden de VS zwakker én zijn ze ons vijandig gezind, dus we zijn plots op onszelf teruggeworpen.

Het zijn ook extreem moeilijke vragen. En ik kan ze dus ook niet goed beantwoorden, maar het gaat me hier nu meer om het sóórt denken dat we ons eigen moeten maken. Je zou bijvoorbeeld kunnen redeneren: Poetin vormt de meest directe bedreiging voor Europa en hij is van Iran afhankelijk voor handelsroutes en kernreactoren, dus het is goed nieuws voor ons als Iran wordt aangevallen. Met als belangrijke kanttekening: deze oorlog drijft de olieprijs op, wat het voor Poetin weer makkelijker maakt om de oorlog tegen Oekraïne te financieren.

Ik vermoed dat je, puur vanuit belang gedacht, op de korte termijn op meer pro’s voor ons uitkomt. Dat de VS de oorlogsmoeheid onder de eigen bevolking aanwakkeren en de arsenalen leegschieten op Iran, komt Europa immers ook niet beroerd uit. Dan staan er misschien minder snel Amerikaanse laarzen op de kusten van Groenland.

En sterkere Amerikaanse afhankelijkheid is óók welkom. Interessant is dat de VS zich hebben verkeken op de schade die Iraanse Shahed-drones kunnen aanrichten en dat ze nu aankloppen bij Oekraïne. Dat land produceert de beste afweer daartegen, omdat het door Rusland met uit Iran geleverde drones wordt bestookt. En nu mag Amerika die afweer best hebben, maar wel in ruil voor Patriot-raketten.

In zijn algemeenheid kun je misschien wel zeggen: álles wat Europa meer tijd geeft voor zijn militaire en economische inhaalrace is in principe gunstig voor ons. Dus ook deze oorlog.

Is het puur cynisch, dit type winst- en verliesrekenen? Dat hoeft niet. De Finse president Stubb en de Canadese premier Carney, die anders dan Nederlandse politici publiekelijk een doctrine uitwerken waarin hun handelen is geworteld, hebben het over ‘op waarden gebaseerd realisme’. Je laat niet de waarden los waarvoor je het uitéíndelijk doet, zoals mensenrechten, solidariteit, soevereiniteit en – jawel – internationaal recht. Maar je sluit ook je ogen niet voor de wereld zoals die is.

Je aanvaardt dat vooruitgang stapsgewijs en via omwegen gaat. Je haalt de banden aan met landen die je waarden delen, maar accepteert dat je partners nodig hebt die dat niet doen. Het was Carney die laatst in Davos het meest uitgesproken was tegen Trump. En het is Carney die nu zegt dat hij deelname aan de Iran-oorlog niet uitsluit. Canada had part nog deel aan de aanval door de VS en Israël, die ook vele burgerslachtoffers maakt. Maar het conflict heeft zich snel uitgebreid en dan kan het toch nodig zijn om bondgenoten tegen Iran te verdedigen.

Wat je hoopt is dat ook de leiders van Nederland voor zulke afwegingen een denkraam en een taal ontwikkelen. Zover zijn ze duidelijk nog niet. Want de beste strategie kan zijn om een genuanceerd standpunt in te nemen, maar genuanceerd is wat anders dan nietszeggend.

En die vraag wat te doen? Zestigduizend Nederlanders hebben Iraanse wortels en deze families zijn vaak gevlucht voor de Islamitische Republiek. Bij elk bombardement snijdt het regime in Teheran alle communicatielijnen door en zijn familie en vrienden daar onbereikbaar. Ook al toen dat regime in reactie op de laatste demonstraties voor vrijheid tienduizenden onschuldige activisten afmaakte. Dus misschien is alles in het werk stellen om Iraniërs van communicatiemiddelen te voorzien en dappere Iraanse stemmen te versterken, iets dat past bij onze waarden én belangen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next