Door een opengevallen dagboek komt Juliana op haar 16de gedwongen uit de kast, lang voordat ze zelf weet wat ze met haar gevoelens aan moet. Maar dan spreekt ze af met een meisje met rossig haar en kuiltjes in haar wangen.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Ze woonde met zes huisgenoten in een studentenwoning en kwam me tegemoet op station Hollands Spoor. In de bus naar haar toe had ik me afgevraagd: hoe begroet je iemand met wie je een eerste date hebt? Hoe begroet je je allereerste date ooit? Mijn hart bonkte zo hard dat ze het wel moest horen. In mijn handpalmen stond een plasje zweet, het liefst was ik meteen weer omgedraaid – en ook weer niet.
‘Al op mijn 16de was ik versneld en niet uit eigen beweging uit de kast gekomen. Toen mijn moeder op een dag mijn kamer schoonmaakte, was mijn dagboek toevallig opengevallen, daar waar ik opbiechtte dat ik op meisjes viel. Ik schreef over mijn crush op de hockeytrainster. Ik dacht dat ik wilde zijn zoals zij, tot ik begreep dat ik mét haar wilde zijn. Nogal schokkend, vond ik dat. Het heeft jaren geduurd voor ik klaar was voor liefde.
‘Dit mooie meisje met het rossige haar op Hollands Spoor, met diepe kuiltjes in de wangen, was de allereerste met wie ik durfde afspreken. Ik had haar ontmoet op Bumble, waar ik op aandringen van vrienden met tegenzin een account had aangemaakt. Nadat mijn moeder de bewuste passages had gelezen, had ze gewacht tot ik thuiskwam van school en me apart genomen. Ik had toevallig die dag bloemen bij me, dat deed ik wel vaker, om haar te laten blijken dat ik zo slecht nog niet was, ook al blowde ik vaak en was ik een sombere puber. Nu voelde het of ze me op het strafbankje zette.
‘Natuurlijk accepteerde mijn moeder mijn seksuele geaardheid meteen, zei ze, en liet het woord lesbisch vallen. Ik had een oom en een tante die gay waren, met wie ik niks gemeen had. Ik was nog aan het uitzoeken wat gay precies met mij te maken zou kunnen hebben. Hoezo lesbisch, waarom dat brutale stempel, alsof mijn moeder beter wist wie ik was dan ikzelf. Lesbisch. Zo’n definitief, hard en lelijk woord. Spreek het dan in het Engels uit, lesbian klinkt zoveel zachter. Maar dan nog.
‘Ik had er veel voor gegeven om gewoon onopvallend hetero te zijn. Op de middelbare school was ‘homo’ een scheldwoord en het neutralere homoseksualiteit was ik gaan associëren met het activisme van leerlingen met gekleurd haar die op paarse vrijdag vlaggen ophingen in de aula. Ik probeerde mezelf voor te stellen met een meisje in een relatie. Zou zij of ik dan later de klussen in huis doen? Zou ik de man in de relatie zijn? En waarom maakte ik me daar eigenlijk druk over, moest ik niet eerst eens gewoon op onderzoek uit?
‘Ik stribbelde tegen omdat ik mezelf gewoon niet kon voorstellen in de voorhoede. In groepen kon ik best van me laten horen, maar ik was liever een schaapje dan een wolf. Mijn omgeving kon nog zo hard roepen dat die geen moeite had met mijn homoseksualiteit, ik had dat wel. En het stak me dat mijn oma zei: je blijft toch mijn kleindochter. Alsof het iets was waar ik wel weer overheen zou komen.
‘Nu stond ik op het busstation, zij spreidde haar armen. Dus zo doe je dat, dacht ik opgelucht. Het plan was iets te gaan drinken op de Grote Markt, maar omdat er regen was voorspeld, stelde ze voor naar haar kamer te gaan. Mijn eerste date ooit en dan meteen naar haar kamer. Ik was nooit eerder zo dicht bij een meisje geweest van wie ik wist dat ze ook gay was en mogelijk geïnteresseerd in mij. Als mijn vrienden naar clubs gingen, koos ik liever veilig voor een drankje op een terras. Bang om op een heteromeisje te vallen dat zich dan misschien net zo bedreigd zou voelen als ik wanneer een man iets van me wilde.
‘Maar er was nog iets. Tot dan toe kon ik bij iedere coming-out, in telkens weer een nieuw gezelschap, erbij zeggen: misschien vergis ik me, want ik heb geen ervaring met vrouwen. Tot dan toe was de kans dat ik helemaal niet het vieze woord lesbisch was, maar de norm hetero, nog altijd aanwezig.
‘Op haar kamer dronken we thee en kon ik mijn ogen niet van haar lippen afhouden. Ze had heel blauwe ogen die licht leken te geven. Ik wilde haar zoenen. Ze zette een bakje chips neer. Ik heb een glutenallergie, zei ik, en ze verontschuldigde zich. Maar ik dacht: dat geeft toch niet, hoe kun jij dat weten? O, wat was ze knap. En wat waren haar lippen mooi roze. Als ze lachte zag ik een rechte rij witte tanden. Jij hebt vast een beugel gehad, dacht ik.
‘Ik had ineens het gevoel alsof ik een marathon had gelopen, voelde de uitputting van een eindeloze run en de euforie van de finish. Door met haar mee te gaan had ik niet één, maar duizend stappen tegelijk gezet. Eenmaal thuis moest ik me er zelfs aan helpen herinneren dat ik het tot voor kort heel moeilijk had gevonden dat ik op meisjes viel. Waarna meteen weer een volgende gedachte zich aandiende: hoe gaat het me lukken om voor altijd bij haar te zijn?
‘Tijdens de eerste ontmoeting had ik haar niet durven zoenen. Dat kwam een paar dates later pas, aangespoord door een klein fanclubje vrienden op de achtergrond. ‘Zou je... mag ik...’, begon ik toen we weer op haar kamer zaten. Ze keek me plagend aan en antwoordde: ik ga het pas doen als je eerst je zin afmaakt. Toen zoenden we, zo sexy, fijn en warm. Ik dacht niet meer na, niet over de jarenlange weerstand die me als verlamd had doen piekeren op mijn puberkamer, niet over mijn wens hetero te zijn, alle sombere gedachten verdwenen.
‘Binnen de kortste keren waren we elke dag samen. Toen ze voor haar studie op uitwisseling ging naar Dublin, zocht ik haar regelmatig op, lagen we hele dagen op bed en huilden bij het afscheid. Ieder gesprek bracht ons dichter bij elkaar, steeds verder ontwikkelden we een eigen taal. Nu wonen we samen, door de woningnood in een antikraakpand, onverwarmd, niet in de stad van onze dromen, maar het is wel een plek voor ons tweeën. Ik kan niet wachten om straks weer naar huis te gaan. We stoppen patat en glutenvrije kipnuggets in de airfryer en eten dat op onder een dekentje op de bank. Waar ben ik in hemelsnaam zo lang zo bang voor geweest?’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Juliana gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant