Tadej Pogacar begint vandaag in Strade Bianche aan zijn wielerseizoen. De Italiaanse gravelkoers is een speeltuin voor de Sloveen, die al drie keer met grote voorsprong won. Kan hij ditmaal tegenstand van een negentienjarig supertalent uit Frankrijk verwachten?
Vorige week gebeurde iets opvallends in het wielrennen. Terwijl Nederland naar Mathieu van der Poel in de Omloop Het Nieuwsblad keek, werd in Zuid-Frankrijk de klimkoers Faun-Ardèche Classic verreden. Met 45 kilometer te gaan zette een rijzige renner van Decathlon zich op kop van het peloton.
Het tempo ging flink omhoog. Gezichten werden grimassen, favorieten moesten lossen. Matteo Jorgenson kon als enige het wiel houden. Even later, terwijl de Decathlon-renner een slokje van zijn bidon nam, moest ook de Visma-kopman eraf. Dat is te zien in onderstaande video.
Zo begon Paul Seixas aan een ongelooflijke solo. De negentienjarige Fransman won met bijna twee minuten voorsprong. De demonstratie was voor kenners een bevestiging van wat ze al vermoedden. Van wat ze een week eerder hadden gezien, toen Seixas topklimmers als Juan Ayuso en João Almeida het nakijken had gegeven in de Ronde van de Algarve.
De Franse pers ging vol op het orgel. "Seixas-masterclass", kopte sportkrant L'Équipe en Le Parisien sprak van "Seixas-mania". Oud-coureur en teammanager Marc Madiot noemt zijn piepjonge landgenoot "de uitverkorene" en plaatst hem nu al in de top vijf van beste renners ter wereld. De superlatieven buitelen over elkaar, maar zijn ze terecht?
De naam van Seixas gonst al een tijd door wielerland. Het wonderkind uit Lyon won bij de junioren alles waar hij zijn zinnen op zette en deed vorig seizoen bij zijn WorldTour-debuut doodleuk direct met de wereldtop mee. Dit jaar heeft Seixas dus wéér een stap gezet.
Dat is goed nieuws voor de neutrale kijker, want Pogacar heeft de wielersport in een ijzeren greep. De Sloveense veelvraat wordt in het eendagswerk soms uitgedaagd door Van der Poel, maar bij beklimmingen en meerdaagse wedstrijden staat de winnaar vooraf vast. Die dominantie doet de sport én hemzelf geen goed. Waar zou Roger Federer zijn zonder Rafael Nadal, of Muhammad Ali zonder Joe Frazier?
Het is dus wachten op een uitdager van Pogacar. Jonas Vingegaard snoepte hem twee Tour de France-zeges af, maar is sindsdien een edelfigurant in de Pogacar-show. De Belgen schoven Remco Evenepoel naar voren, maar de kleine Vlaming is te kwetsbaar in het hooggebergte. Ondertussen breidt Pogacar zijn erelijst uit en worden de koersen waaraan hij meedoet steeds voorspelbaarder.
Gaat Seixas het wielrennen van die eentonigheid verlossen? De cijfers zijn veelbelovend. Hij is wat betreft prestaties en vermogens een stuk verder dan Pogacar op die leeftijd was. Daar staat tegenover dat de 27-jarige 'Pogi' tot dusver elk seizoen beter is geworden. Seixas moet nog bewijzen dat zijn spectaculaire groeicurve zich doorzet. Bovendien doemt een ander probleem op.
De Franse pers vormt misschien wel de grootste tegenstander van Seixas. Frankrijk smacht al ruim veertig jaar naar een Tour-winnaar. Iedere jonge renner die goed bergop kan fietsen, wordt gebombardeerd tot de nieuwe Bernard Hinault. Voormalige talenten als Thibaut Pinot en Romain Bardet gingen daar bijna aan ten onder.
Ook Seixas wordt vergeleken met vijfvoudig Tour-winnaar Hinault, maar lijkt niet te bezwijken onder die druk. Collega's omschrijven hem als nuchter en bescheiden. De 1,86 meter lange tiener studeert in zijn vrije tijd bedrijfskunde. In interviews kiest hij rustig en zorgvuldig zijn woorden.
Aan zijn ploeg zal het niet liggen. Decathlon heeft geld én torenhoge ambities. De Franse formatie wil op den duur de machtsblokken van UAE en Visma bedreigen. Niet voor niets werd onlangs de Nederlandse topsprinter Olav Kooij aangetrokken, met in zijn kielzog landgenoten Daan Hoole en Cees Bol.
De roep in Frankrijk wordt steeds luider om Seixas komende zomer in de Tour te laten debuteren, maar die knoop heeft zijn ploeg nog niet doorgehakt. Wél mag het supertalent zich vandaag in Strade Bianche meten met Pogacar. Wielerliefhebbers gaan er eens goed voor zitten.
Source: Nu.nl sport