Met RUR verlegde Jan Lenferink de grenzen van de televisie, als een van de oervaders van de talkshow. Alles mocht, zolang het maar niet bedaagd was. Vrijdag overleed Lenferink, op 80-jarige leeftijd.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft met name over sport en media.
Op een zondagmiddag in het voorjaar van 1982 besloot journalist Nico Scheepmaker af te gaan op de geruchten die in hoofdstedelijke kringen rondgingen over een televisieprogramma dat niet op de televisie werd uitgezonden. Voor ‘Trijfel’, zijn dagelijkse column in de GPD-kranten, toog hij naar Richter, de discotheek in de Reguliersdwarsstraat waar de enigszins bekende Jan Lenferink zijn gasten op geheel eigen wijze inleidde en interviewde.
Rechtstreeks uit Richter heette het drie kwartier durende programma, kortweg RUR. Op het podium stonden drie rieten stoelen en een kruk voor de presentator, in de zaal keken honderd mensen toe. De videobeelden waren voor eigen gebruik, de radio-opname werd bij een Amsterdamse piratenzender uitgezonden.
Scheepmaker had het naar zijn zin. Hij vermaakte zich om de dynamiek tussen de drie uiteenlopende gasten – letterkundige en Ruslandkenner Karel van het Reve, journalist en schrijver Max van Rooy en zangeres en componiste Fay Lovsky. En vooral om het ijzersterke format van het programma.
Volgens die vaste formule kreeg de eerste gast gezelschap van de tweede, waarna beiden bleven zitten om gast 3 ook iets te kunnen vragen. ‘Een van de betere praatprogramma’s van Nederland, zou ik zeggen’, oordeelde Scheepmaker in zijn column. Hij dichtte RUR een kansje op televisie toe, bij de VPRO.
Het liep anders. Niet de VPRO waagde in 1983 de gok, maar Veronica. Lenferink mocht zich er elke veertien dagen bewijzen op de zaterdagavond. Dat Veronica-baas Rob Out zijn nek had uitgestoken, bleek wel uit de reacties op de eerste uitzendingen.
‘Oppervlakkigheid en saaiheid troef’, oordeelde De Waarheid. Het AD zag ‘drie kwartier gebabbel’ en in Het Vrije Volk noemde Coot van Doesburgh het ‘wonderbaarlijk’ om te zien hoe Lenferink de – naast seks – beloofde kunst, cultuur en wetenschap telkens wist te omzeilen, om zo snel als hij kon bij ‘des mensen lichamelijke pretfuncties’ uit te komen.
Spraakmakend was de praatshow, de eerste in zijn soort, in elk geval. Dat kwam door de dynamiek tussen de gasten: jarentachtigsterren als Tatjana en Vanessa zaten bij RUR op hetzelfde podium als serieuze schrijvers, advocaten en cabaretiers. En de vrijdag op 80-jarige leeftijd overleden Jan Lenferink schroomde niet om een vraag te stellen. Over drugs en seks ging het net zo makkelijk als over iemands slaaprituelen of laatste boek.
Als ‘rots in de branding der conversatie’, zo werd Lenferink steevast aangekondigd door Anton Kothuis. Toch zweeg de presentator het liefst. ‘Hoe minder hij er zelf aan te pas hoeft te komen, hoe beter’, schreef het Limburgsch Dagblad eind 1983, twee maanden na de eerste afleveringen op Veronica. Maar als het toch moest, deed Lenferink dat met een ‘snaakse, naar jongensachtige brutaliteit zwemmende opmerking of met een lichtelijk verwarring stichtende vraag.’
Lenferink luisterde alsof hij zijn eigen kijker was, zei hij tegen De Telegraaf: ‘Pas als ik vind dat het een beetje inzakt, ben ik de eerste om iets te zeggen.’ Achteloos moest zijn rol zijn, hoewel hij de tweewekelijkse uitzendingen minutieus voorbereidde en nachten kon wakker liggen van een minder goed gelukt gesprek.
Ook als hij ziek was, trok hij zijn karakteristieke gestreepte overhemd aan om – het vertrouwde glas melk op tafel – de verwarrendste vragen op zijn gasten af te vuren. In De Telegraaf: ‘Frequentie staat voor alles. De mensen verwachten dat er elke veertien dagen een RUR is en dan is er ook elke veertien dagen een.’
De voormalige schoolleraar had een studie gemaakt van praatprogramma’s. De Amerikaanse presentatoren Dick Cavett en Johnny Carson waren zijn grote voorbeelden. Van Carson leende hij zijn geliefde mantra dat een talkshow net zo goed is als zijn gasten, en net zo slecht als zijn presentator. ‘Een van de founding fathers van de talkshow op de televisie’, noemde Matthijs van Nieuwkerk Lenferink onlangs nog.
Lenferink benaderde gasten even snel als hij ze afschoot. Mensen ‘aan wier lippen je graag gaat hangen’ zocht hij, die met passie over zichzelf en hun beroep konden vertellen. RUR moest staan voor drie kwartier plezier. Bedaagd mocht het nooit worden, daar waakte hij voor.
Lenferink, geboren in Dalfsen, stamde uit een rooms-katholiek nest. Zijn vader was veehandelaar, zijn moeder baatte een café uit. Zijn accent zou hij nooit helemaal van zich afschudden, net als zijn lichte gestotter, waar hij als kind flink onder had geleden. Om ervan af te komen, had hij met een steen in zijn mond gelopen en zich schor geschreeuwd tegen de wind.
De grote stad had de jonge Lenferink altijd al getrokken. Toen hij 6 was, mocht hij een keer met zijn vader mee naar Zwolle. Hij zag er voor het eerst elektriciteitsdraden boven de weg hangen. Het beeld maakte grote indruk op hem.
Zijn studies Nederlands en psychologie in Nijmegen maakte hij niet af, maar door het redigeren van het universiteitsblad kwam hij wel in de journalistiek terecht. Zijn eerste stappen als presentator zette hij in de jaren zeventig op de Vara-radio bij Dit is het begin. Op televisie debuteerde hij bij het satirische VPRO-programma Het gat van Nederland, waaraan ook Kees van Kooten en Wim de Bie meewerkten.
Zijn doorbraak kwam voort uit een idee van Gert-Jan Dröge, de manager van club 36 op de schaal van Richter. Die zocht naar een alternatief voor de jazzoptredens op de zondagmiddag. Als presentator had hij zijn vroegere barman Jan Lenferink in zijn hoofd. Dröge, die zelf naam zou maken met zijn societyprogramma’s, zou RUR jarenlang produceren. De titel van het programma bleef lang behouden, doordat het na Richter vanuit achtereenvolgens de Roxy en café Royal in Amsterdam werd uitgezonden.
De stevige kritieken ten spijt liep een groot deel van het publiek met de snaakse Lenferink en zijn talkshow weg. In het vierde kwartaal van 1984 was RUR het populairste praatprogramma van Nederland geworden. Sonja op zaterdag, De tv-show met Ivo Niehe en Mies Bouwmans In de hoofdrol volgden op gepaste afstand. Dat bericht, een primeur van De Telegraaf, was volgens de krant ‘als een bom ingeslagen’ bij de Avro, een van de omroepen die het onderspit had gedolven.
Toch was Lenferink altijd op zijn qui-vive. Hij wist dat mensen er genoegen in zouden scheppen om hem ‘eens flink op zijn bek te zien gaan’. Het hielp niet mee dat hij, nog voordat hij op tv kwam, in de krant al een flink aantal (televisie)coryfeeën had beledigd. Als talkshowhost matigde hij zijn toon. Je weet immers nooit of je iemand nog eens te gast wilt hebben, legde hij uit.
Onderuit ging hij inderdaad. Het tv-experiment TV Puré zou verplichte lesstof op alle scholen voor journalistiek moeten worden, oordeelde Lenferink na het sneuvelen ervan. Erik van Muiswinkel recenseerde er onder zijn alter ego Erwin Tazelaar-de Jong net verschenen pornofilms, Rijk de Gooyer besprak het showbizznieuws, Gerard Reve sloot de dag af met een gedicht. Een mislukte kans voor de kijker, noemde Lenferink het probeersel waarop hij met trots terugkeek.
RUR kwam na zeven jaar Veronica terecht bij RTL4, RTL5 en SBS6. In 1992 verdween het een tijdlang van de televisie. Beter dan dat zou het niet meer worden, ook niet bij de opvolgers op de commerciële zenders die Lenferink maakte. Hoewel het Jerry Springer-achtige Lenferink! hoge kijkcijfers noteerde, vond RTL4-programmadirecteur Bert van der Veer het niet spraakmakend genoeg en haalde hij het van tv. Louter Lenferink hield het in 2002 twee weken vol op SBS6.
In 2003 kwam hij nog een keer terug met RUR op SBS6. Lenferink schaalde dat hoger in dan de versie uit de jaren tachtig. De gasten van weleer waren ouder geworden, waardoor Lenferink met ze kon reflecteren op hun carrières. En de zenuwen bij de presentator waren ervan af, waardoor het ‘tien keer zo leuk is om te presenteren’.
Lang bleef RUR 2.0 echter niet bestaan. Ilse DeLange, Hans van der Togt en Ed Nijpels waren op 19 april 2003 de laatste gasten in een roemrucht tijdperk dat, met onderbrekingen, twintig jaar had beslagen.
Sindsdien leefde Lenferink een teruggetrokken bestaan – kien op ontboezemingen over zijn eigen leven was hij ook als tv-persoonlijkheid nooit geweest. Die deelde hij hooguit op televisie, als het functioneel was voor het programma. Dat hij in werkelijkheid in 1945 was geboren en niet in 1948 (zoals altijd werd gedacht), was iets waar hij zelf om had kunnen gniffelen, zei zijn familie na zijn dood tegen het ANP.
Eigenlijk, bekende Lenferink, in het AD in 2003, heeft hij nooit begrepen wat de mensen zo leuk aan RUR vonden. Hij gedroeg zich er niet anders dan tussen zijn vrienden in het café. ‘Af en toe een serieuze noot, maar voornamelijk gewoon een beetje keet schoppen. En waarom ook niet? Je kan per slot van rekening zo onder een fiets komen. Of een biologische bom.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant