Home

Hersenonderzoeker Dick Swaab: ‘Het is niet bewezen dat sporten gezond is’

Hersenonderzoeker Dick Swaab schreef een ‘neurobiografie’ voor zijn 15-jarige kleinzoon. ‘Ik hoop dat hij dit boek later leest en zal denken: mijn opa had een wat moeizame start, maar vervolgens een interessant leven.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

Op weg naar zijn werkkamer bij het Herseninstituut in het Amsterdamse AMC, stopt de 81-jarige neurobioloog Dick Swaab even bij de kamer met vriezers. Daarin liggen zo’n half miljoen stukjes gedoneerde hersenen, keurig in verschillende potjes en zakjes verpakt. Swaab trekt een blauwe plastic handschoen aan en toont de roze-achtige deeltjes die na overlijden uit de schedel zijn gehaald. Met grote voorzichtigheid legt hij de kroonjuweeltjes van de neurowetenschap weer terug.

Al een kleine zestig jaar domineren de roze kwabjes het leven van de emeritus hoogleraar die nog altijd werkweken van zestig uur maakt. Dat waren er vroeger tachtig, bijvoorbeeld in de dertig jaar dat hij directeur was van het Nederlands Herseninstituut en de twintig jaar dat hij de Nederlandse Hersenbank, die hij in 1985 oprichtte, bestierde. Daarnaast was hij niet alleen hoogleraar in Nederland, maar ook in China.

Zijn bekendheid bij het grote publiek ontstond onder meer door zijn onderzoek naar de grote invloed die de omstandigheden in de baarmoeder op de hersenontwikkeling hebben. En hij haalde het nieuws toen hij meldde dat wetenschappelijk onderzoek laat zien dat niet alleen de hersenen van vrouwen en mannen verschillen, maar ook die van homoseksuele en heteroseksuele mensen. Dat laatste leverde hem naast veel aandacht ook de nodige bedreigingen en bommeldingen op. En nogal altijd staat hij bekend om zijn soms stellige opmerkingen, waar niet alle neurobiologen of wetenschappers uit andere disciplines het mee eens zijn.

Op zijn werkkamer serveert hij een kop thee met drijvende dennennaaldjes, meegebracht uit China – waar hij kind aan huis is. Naast de twee koppen staat op zijn bureau ook een torenhoge stapel boeken met alle vertalingen van zijn in 2010 verschenen bestseller. Van 我即我腦, Мы — это наш мозг, 우리는 우리 뇌이다, Somos nuestro cerebro, Nie sme našijat mozăk, Ek is my brein, ofwel We zijn ons brein werden wereldwijd meer dan 500.000 exemplaren verkocht. Toen het boek in 2010 verscheen vonden sommige lezers het lastig te verkroppen dat we volgens de professor geen ziel of eigen wil hebben, maar slechts willoze robotjes zijn die doen wat onze roze massa ons ingeeft. Dat je karakter bij geboorte grotendeels vastligt – door je genetische achtergrond en de negen impactvolle maanden in de baarmoeder – vonden veel mensen ook geen al te bemoedigende boodschap.

Nu is er een nieuw boek: Hersenonderzoeker bij toeval, een neurobiografie. Hierin tekent Swaab zijn herinneringen op aan alle ontwikkelingen die hij meemaakte binnen het hersenonderzoek, maar ook aan meer persoonlijke zaken, zoals de herinneringen aan zijn ouders, die de kleine Dick geboren zagen worden tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog.

Hoe was uw tijd in de baarmoeder?

‘Ik heb het geluk gehad dat ik in de Hongerwinter ben geboren, want de kinderen die in het eerste trimester de Hongerwinter hebben meegemaakt, kregen op latere leeftijd bovengemiddeld veel problemen, zoals een hoge bloeddruk en psychiatrische moeilijkheden. Door een tekort aan voeding in de eerste drie maanden van de zwangerschap, kregen ze als volwassene vasculaire problemen, maar ook meer kans op schizofrenie, op een antisociale persoonlijkheid, en noem maar op. Zullen we je en jij doen?’

Vind je het een goede vraag voor op een eerste date? Om naar iemands tijd in de baarmoeder te informeren?

‘Zeker, want die tijd is zeer bepalend. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe Trump het in de baarmoeder heeft gehad, maar dat zijn op zich wel interessante vragen.’

Jouw moeder kreeg een pistool van een Duitse soldaat tegen haar hoofd terwijl jij in haar baarmoeder zat.

‘Ja, haar stress is enorm geweest, dat kan niet anders. Mijn vader was Joods, en had een schuilplaats tussen het plafond en de vloer. Als hij daarin kroop en zijn hoofd opzij deed, paste hij er precies in. Op een dag, twee maanden voor mijn geboorte, kwamen de Duitsers binnen, terwijl hij daar verscholen zat. Ze zochten mannen die getuige moesten zijn van de executie van 29 Nederlandse gevangenen als represaille voor de moordaanslag op Herbert Oelschlägel van de Sicherheitsdienst, een paar dagen ervoor. Ze hebben toen een pistool op de slaap van mijn moeder gezet en riepen: ‘Waar is je man?’ ‘Schiet maar’, zei mijn moeder, ‘ik weet het niet.’ Daarna vertrokken ze onverrichter zake.

‘De stress die zoiets veroorzaakt, kan het kind meer kans geven op depressie of andere psychiatrische problemen later in het leven. Vrouwen die vluchten, die in oorlogssituaties zitten, hebben bijvoorbeeld meer kans op een kind dat schizofrenie krijgt. Dat geldt voor meer psychische aandoeningen: als je een aangeboren gevoeligheid hebt voor depressie en er iets in je leven gebeurt waar de meeste mensen boos of verdrietig over worden, word jij depressief. Je overreageert met je stresssysteem op negatieve gebeurtenissen.’

Hoe komt het dat jij die dans ontsprongen bent in de baarmoeder?

‘Ik ben als puber toch wel depressief geweest. Alleen heeft niemand dat toen gemerkt.’

Want dat zei je niet?

‘Nee. Daar heb ik niemand mee lastiggevallen. Ik had suïcidale gedachten, maar dat wisten mijn ouders ook niet.’

Weet je waardoor je die depressie en suïcidale gedachten kreeg?

‘Ik denk door de geslachtshormonen, zoals meestal. Die zijn een enorme belasting voor je hersenen. Je moet in die fase leren omgaan met een anders functionerend brein, en daar kan dan nog maar weinig bij komen. Ik kan het niet relateren aan specifieke tegenslag of problemen, behalve in zijn algemeenheid: de puberteit is een lastige periode voor iedereen. Je moet je nieuwe zelf leren uitvinden.’

In je boek schrijf je dat sommige depressieve mensen een suïciderisico hebben en andere niet. En dat die doodswens in de hersenen zichtbaar is. Is het dan pure mazzel dat jij dat niet in je brein hebt zitten, waardoor je suïcidale gedachten nooit realiteit zijn geworden?

‘Ja. Je ziet moleculaire verschillen tussen mensen die wel suïcidale gedachten hebben en tot een suïcide komen en mensen die weleens suïcidale gedachten hebben maar niet tot suïcide overgaan. En dat is interessant, want dat wil zeggen dat er blijkbaar mechanismen in het brein zijn die dat kunnen tegenhouden. Daar zou je chemisch op in kunnen spelen.’

Zou jouw gevoeligheid voor depressie een effect van de oorlog in baarmoedertijd kunnen zijn?

‘Je kunt het ook omdraaien: de oorlog heeft minder effect gehad dan-ie had kunnen hebben. Want ik ben er in ieder geval zo uit gekomen dat ik redelijk kon functioneren. Ik heb mijn boek opgedragen aan mijn 15-jarige kleinzoon Alexander, en daarin schrijf ik: ‘Ik hoop dat je dit boek later leest en zal denken: hij had een wat moeizame start, maar vervolgens een interessant leven.’ Er zijn genoeg mensen die veel meer pech hebben gehad dan ik.

‘Ik werd uit mijn depressie gered door het wedstrijdroeien, wat ik heel leuk vond om te doen, en later, vanaf mijn 17de, door verliefd te worden op Patty, met wie ik nu 63 jaar samen ben en een zoon en een dochter heb.’

Je hebt weleens gezegd: ‘Doordat ik in de Hongerwinter ben geboren, heb ik een asociale persoonlijkheidsstoornis. Ik heb een ontzettende hekel aan verjaardagen.’ En ook dat je autistische trekjes hebt.

‘Ja, al is dat ook wel iets wat ik graag als smoes gebruik om niet naar verjaardagen te hoeven. Maar het klopt, ik heb er wel wat eigenschappen van. Ik voel me het meest aangenaam als ik een beetje met rust word gelaten.’

Tijdens de bevalling moest je moeder met spoed met paard en wagen naar het ziekenhuis worden gebracht. Is die dosis cortisol nog slecht voor het kind?

‘Ik ben zo lang mogelijk in de baarmoeder gebleven, 43 weken, het was tenslotte een van de weinige leefbare plekken in hartje winter. Vervolgens kwam de baring niet goed op gang, en moest mijn moeder naar het ziekenhuis voor een tangverlossing. In de Hongerwinter was er geen licht, geen warmte, geen elektriciteit, en de gynaecoloog kon die ingreep niet thuis bij kaarslicht uitvoeren. Er was ook geen benzine, dus werd mijn moeder vervoerd in een ambulance die werd getrokken door een paard van de beschuitfirma Haust. Dat dier was eraan gewend bij iedere kruidenierswinkel te stoppen, dus dat bleef hij ook doen toen hij de ambulance trok. Na de moeizame bevalling moest mijn moeder weer snel terug naar huis, want mijn vader lag daar onder de vloer. Dat allemaal bij elkaar zal zeker voor een hoger cortisolgehalte hebben gezorgd, maar dat is niet ongebruikelijk bij bevallingen. Of ik tijdens die bevalling in nood kwam, weet ik niet. Mijn moeder wist dat niet omdat ze onder narcose was, en mijn vader was er dus niet bij.’

Je ouders spraken verder nauwelijks over de oorlog. ‘Intussen zijn de wonden die de oorlog geslagen had, wel aan de volgende generatie doorgegeven’, schrijf je. Als er thuis niet over werd gesproken, hoe zag je die wonden dan toch?

‘In de eerste plaats door het zwijgen, het niet beantwoorden van vragen. Maar ik zag het ook aan mijn oma, dat was een lastige vrouw. Zij was mijn pianolerares en ik zag dat ze niet met kinderen kon omgaan. Ze was nooit tevreden. Ik kan nóg de opluchting voelen toen ze wegens dementie werd opgenomen in het ziekenhuis. Daarna heb ik nooit meer een piano aangeraakt. Pas later besefte ik: wat zal zij geleden hebben onder het verlies van Juda, de broer van mijn vader. Maar als kinderen wisten we niets van de oorsprong van haar diepe verdriet om haar zoon, die met zijn gezin tijdens de oorlog in de Duitse concentratiekampen is vermoord.’

Ik begreep dat de verhalen uit de oorlog je nog altijd kunnen emotioneren.

‘Ja. Ik heb tot mijn 25ste jaar alle informatie over de Tweede Wereldoorlog als een spons opgezogen en was er altijd weer door aangeslagen. En in de dagen rond 4 en 5 mei kan ik de documentaires en interviews nog steeds niet aan me voorbij laten gaan. Maar ook de oorlogen die nu worden gevoerd kunnen mij erg raken. Toen de Russen in 2022 Oekraïne binnenvielen, vocht ik in mijn dromen zo hard mee tegen de invasiemacht dat ik mijn vrouw uit bed heb getrapt.’

Wat emotioneert je precies?

‘Ik weet het niet, ik denk er dan aan dat zoveel mensen het niet gehaald hebben. En ik zie de herhaling, overal. Daar kan ik me vreselijk over opwinden. De verrechtsing, de uiterst rechtse groepen die rond marcheren, ICE in Amerika, noem maar op. Ik vrees het toenemend populisme, van Wilders tot Trump, dat op basis van onderbuikgevoelens minderheden aanvalt. Populisten zijn de huidige fascisten, vind ik. We leven in een rotwereld.’

Wilders zei: ‘Dan worden ze maar wat armer in Afrika’. Trump spreekt over ‘America first’. Hoe verklaar je het breintechnisch dat die ‘ikke eerst’-houding nu zo populair is?

‘Ik weet niet of daar een specifieke hersenverklaring voor is, het zijn golfbewegingen die je in de samenleving ziet. Het gaat een tijd goed, en dan blijkt er toch een groep achter te blijven, waardoor de spanningen groeien. Die groep gaat zich organiseren, net zoals een mieren- of spreeuwenkolonie dat doet. Ze gaan als één organisme functioneren, en dat draagt allerlei gevaren in zich. Uniformen, een populistische leider, liederen, vlaggen, al die dingen versterken die zelforganisatie, met als gevaar dat het individu niet meer zelf nadenkt of verantwoordelijkheid voelt, maar als één orgaan tegen de rest in gaat.

‘Het heeft vooral met welvaart te maken. Als mensen het slecht hebben, gaat de prioriteit eerder naar: ik en mijn gezin. Je empathie houdt op bij je eigen cirkeltje. Met meer welvaart breidt die cirkel zich uit. Met het verdwijnen van de armoede in China zie je dat men geen honden meer eet, maar honden uitlaat. Ze maken nu zelfs monumentjes ter nagedachtenis aan de proefdieren. In Wuhan staat een enorm monument voor de apen die ze hebben opgeofferd voor het onderzoek naar covid. Daar leggen veel mensen een bloemetje bij.’

Trump erkent maar twee geslachten, voert een antitransgenderbeleid, en de optie X in het paspoort wordt niet langer toegestaan. Volgens hem is het overduidelijk dat je als man óf vrouw bent geboren, en dat dat biologisch vastligt. In je boek schrijf je dat er wel degelijk aangeboren verschillen zitten tussen de hersenen van bijvoorbeeld trans mensen en degenen die dat niet zijn. Snap jij waarom Trumps brein dat niet begrijpt?

‘Dat is een gebrek aan kennis. Een gebrek aan opleiding, aan niveau, aan alles. En hij is een enorme narcist.

‘Bij mensen die hun geslacht willen veranderen, zie je dat de structuur in de hersenen anders is. Die beslissing is voor jou in de baarmoeder gemaakt. Het is dus biologisch bepaald, niet zomaar een keuze.’

Er gaan ook geluiden dat de toegenomen vraag naar transoperaties en non-binariteit onder jongeren het gevolg is van de huidige tijdgeest. Bijvoorbeeld omdat meisjes het gevoel hebben dat ze niet aan het schoonheidsideaal kunnen tippen, voelen ze zich niet thuis in het vrouwenlijf.

‘Dat geluid hoor ik ook, maar dat klopt niet. Wat er gebeurt, is dat de kinderen die al jong weten dat ze van geslacht willen veranderen – ik ken er eentje die dat op zijn 2de jaar al wist – nu makkelijker geaccepteerd worden. Daardoor zijn degenen die ergens in het midden zitten nu ook naar voren gekomen. Net zoals je niet alleen heteroseksualiteit of homoseksualiteit hebt, maar ook biseksualiteit, zo heb je bij genderidentiteit ook man, vrouw en alle variaties ertussenin.

‘Dus de drang was er in het brein al, en de toename komt doordat de drempel om ervoor uit te komen door acceptatie lager is geworden. Hetzelfde zie je bij homoseksualiteit. In landen waar het geaccepteerd wordt zie je het omhoog gaan tot het niveau waar het elders ook is.

‘Ik heb trouwens besloten dat ik voorlopig niet meer naar Amerika ga. Er zijn zoveel wetenschappers die hun financiering hebben verloren omdat hun onderzoek Trump niet aanstond. En er zijn zoveel transgender mensen die door Trumps beleid in de knoei zijn gekomen, en nu asiel hebben aangevraagd in Nederland. Het is vreselijk.’

Zit er nog beweging in het brein van Trump, denk je?

‘Dat ligt aan de plasticiteit van zijn brein. Maar die zou bij Trump weleens wat minder kunnen zijn, waardoor hij zo weinig leervermogen heeft. Hij is een slimme zakenman, maar hij heeft niet de achtergrond en de opleiding om dit soort lastige dingen te begrijpen. Maar vergis je ook niet in het leervermogen van de mens in zijn algemeenheid. Toen ik bedreigd werd, bommeldingen kreeg en college moest geven met bewaking, probeerde ik ook om met argumenten uit te leggen dat men het verkeerd zag. Dat hielp totaal niet. Dat heeft geen enkele zin. Het is overduidelijk dat vrouwen niet moeten roken tijdens de zwangerschap, toch gebeurt het nog. Er is nu een proef gaande waarin zwangere vrouwen cadeautjes krijgen als het ze lukt niet te roken. Kennis alleen is blijkbaar niet genoeg.’

Het commentaar op je bevindingen over het homoseksuele brein en op je boek We zijn ons brein lijkt wel minder heftig geworden dan destijds. In die zin lijken mensen wel wat op te kunnen schuiven.

‘Ja, mensen reageerden in eerste instantie heftig op het idee dat we geen hersenen hébben, maar onze hersenen zíjn. Prompt verschenen er boeken en artikelen met: ‘Wij zijn meer dan ons brein’. Wat dan?, vroeg ik. ‘De omgeving speelt ook een grote rol’, zeiden ze dan bijvoorbeeld. ‘Maar die werkt toch op je in via je brein?’, zei ik dan. Wij zijn ons hart was ook een boektitel, terwijl het hart slechts een domme pomp is die wordt aangestuurd door de hersenen. En: Wij zijn onze hormonen. Maar alle hormonen worden gereguleerd door het brein. ‘Wij zijn onze darmen’, werd er ook geroepen. ‘Ja, zo iemand ken ik ook’, heb ik weleens gezegd. Alsof die darmen zichzelf aansturen.

‘Maar het klopt dat we hierin wel wat zijn opgeschoven. Nederland heeft gelukkig een behoorlijke wetenschappelijke achtergrond, als je het vergelijkt met Amerika. De Chinezen hebben ook minder kennis van de wetenschap, maar zij willen graag leren, dat is een groot verschil. In Amerika merk ik alleen maar boosheid aan beide kanten. Amerika zakt weg, is mijn idee. Als je kijkt naar het aantal wetenschappelijke artikelen in goede bladen, dan is China Amerika inmiddels voorbijgestreefd. Je kunt voor ons onderzoek alleen maar hopen dat we onze banden met China zullen koesteren en niet meegaan in het vijandbeeld over China dat de VS entameert.’

Denk je niet dat China een verborgen agenda heeft?

‘Nee. Daar is niks verborgens of bedreigends aan. De Chinezen willen gewoon de beste zijn. Ik zeg altijd: ‘Jullie zijn het meest kapitalistische land dat ik ken.’ Ik geef cursussen aan de Zhejiang Universiteit in Hangzhou over alles wat in China moeilijk ligt, zoals homoseksualiteit, transseksualiteit, milieuverontreiniging en hersenontwikkeling, hersenveranderingen en criminaliteit en de doodstraf, euthanasie, en eindig altijd met dat de idealen van het communisme onmogelijk te bereiken zijn, want niemand is werkelijk gelijk en niemand heeft gelijke kansen. Maar ik zit nog hier, haha, en ik heb een visum voor tien jaar.

‘Zij zien vooral gevaar in mensen die zich in een groep organiseren, als eenling kun je zeggen wat je wil. Ik heb ook contacten met mensen die hoog in de hiërarchie zitten. Zij willen geen Chinees DNA naar Europa laten komen, omdat ze denken dat het DNA van Chinezen specifieke variaties heeft, en die zouden de basis kunnen zijn van een biologisch wapen. ‘Heb je weleens uitgerekend hoeveel Chinezen er buiten China leven?’, vroeg ik. ‘We kunnen van de ene Chinees na de andere het bloed afnemen, geen enkel punt.’ Toen moest mijn contactpersoon vreselijk lachen.

‘Natuurlijk zijn er ook dingen in China die niet deugen. We hebben het ook heel open over mensenrechtenproblematiek. Het scheelt misschien wel dat ik hersenonderzoeker ben. In academische kringen is er meestal meer vrijheid dan in andere kringen.’

De titel van je boek zegt dat je bij toeval hersenonderzoeker werd. Waarin schuilt het toeval?

‘Dat toeval begon al vanaf het allereerste begin, toen spermatozoïde en eicel bij elkaar kwamen waardoor ik voor de rest van mijn leven ben gevormd, en een bepaald karakter, interesses – zoals in de geneeskunde, mijn opa en vader waren beiden arts – , beperkingen en mogelijkheden meekreeg. En dan heb ik nog de mazzel dat ik gezond geboren ben. Een kind krijgen is een tombola. Als je iets weet over de moleculaire hersenontwikkeling, dan ben je verbaasd dat het soms goed gaat. Toen mijn kinderen nog in de baarmoeder zaten, was ik dan ook bang of alles wel goed zou gaan. Mijn vrouw had dat absoluut niet. Dat zegt ze nog steeds. Ze zat er helemaal niet over in.

‘En dan is er nog het toevallige feit dat ik een vader had. Dat heb ik te danken aan het ingrijpen van mijn moeder. Niet alleen doordat ze zich zo koelbloedig opstelde toen ze een pistool tegen haar slaap kreeg, maar eerder ook al.

‘In het najaar van 1943 werd er aangebeld door een man die vertelde dat zijn vrouw een ernstige bloeding had gehad, en of de dokter wilde komen. Mijn vader schoot te hulp, maar die man bleek een verrader te zijn. Hij kreeg 7,50 gulden aan kopgeld voor het aangeven van ondergedoken Joden. Mijn vader werd meegenomen naar een plek waar de Sicherheitsdienst zat. Mijn moeder, die verpleegkundige van beroep was, heeft toen haar uniform aangetrokken en is er, hoogzwanger van het jongetje dat vóór mij is geboren, achteraan gegaan. Toen ze mijn vader zag, deed ze alsof de bevalling begon en in de consternatie die ontstond, zijn ze samen weggerend. Daardoor kon ik geboren worden en later hersenonderzoeker worden.’

In tegenstelling tot je ouders ben jij wel veel over de oorlog gaan praten.

‘Ja, daar klaagt mijn zoon Roderick, die inmiddels 50 is, over. De oorlog hield hem daardoor ook erg bezig. Voor zijn verjaardag vroeg hij, toen hij nog op de lagere school zat, om tulpenbollen. Die plantte hij alleen niet, hij verstopte ze onder zijn bed. ‘Als er oorlog komt, wil ik wat te eten hebben’, was zijn verklaring.’

Kort na de geboorte van je kleinzoon kreeg je een boekje waarin je als opa wat feiten over jezelf moest invullen. Zou het niet leuker zijn om wat meer te vertellen dan die paar regels, schrijf je. ‘Hebben we zelf immers niet vaak vragen die we bij leven niet hebben gesteld, en nu is het te laat…’ Welke ben jij vergeten te stellen?

‘Een van de dingen die ik graag wil weten is: hoe kan het nou dat als je ondergedoken zit, je mensen behandelt en daarmee enorme risico’s neemt? Verder zijn het vooral kleine, praktische vragen.’

Het kindje dat ze vóór jou kregen, Hans, is overleden. Zou je daar meer over willen weten?

‘Ja, hij werd geboren met spina bifida, een open ruggetje. Enkele weken na zijn geboorte is hij aan een infectie overleden. Mijn moeder heeft altijd gedacht dat het was veroorzaakt door de stress op de dag dat ze mijn vader uit het SD-hoofdkwartier had gehaald. Ik heb tot aan haar dood vaak uitgelegd dat de hersenen en het ruggenmerg al in de eerste weken van de zwangerschap worden aangelegd, en dat in die periode ook een spina bifida ontstaat. Maar dat heeft ze niet willen horen.

‘Vanaf het begin was duidelijk dat de afwijking zo ernstig was dat Hans niet lang zou leven. Van mijn moeder hoorde ik later dat mijn vader het kind daarom niet in zijn armen wilde nemen.’

Snap je dat?

‘Dat is de clinicus in hem. Maar het zal een worsteling geweest zijn. Denk ik. Weer iets wat ik hem graag zou willen vragen, of het een worsteling was.’

Denk je dat hij zijn verdriet door die afstand kon weghouden bij zijn gevoel?

‘Ik denk het niet… Hij noemde de dag dat het kind begraven werd de zwartste dag van zijn leven.’

Hoe komt het dat hij het niet over dat grote verdriet wilde hebben?

‘Ik hoor hetzelfde van mensen die uit Oekraïne kwamen. Zij wilden er ook niet over praten. Ik denk niet dat die natuurlijke reflex snel zal veranderen. Ook al is de tijdgeest nu anders, het brein evolueert gewoon niet zo snel. Als je een baby van 40.000 à 50.000 jaar geleden nu zou laten opgroeien, ga je niet merken dat het een kind van tienduizenden jaren geleden was.’

Geloof je door al je kennis over het brein minder in therapie?

‘Bij sommige mensen helpt dat soms wel iets bij het leren omgaan met hun karakter, maar bij anderen niet. Mijn vader zei: ‘Verdringen is een goed mechanisme.’ Voor hem was dat zo.’

En jij, hoe doe jij dat bij je kinderen?

‘Ik ben net zo, denk ik. Mijn kinderen verwijten mij dat. Ze vinden dat ik te weinig praat over problemen. Ik zou zeggen: wees blij. Dat zeg ik ze ook altijd, haha.’

Heb je ook niet de neiging om het met je vrouw te bespreken als je ergens mee zit?

‘Ik heb de neiging om het eerst op te lossen en het dan te bespreken. Dat vinden mensen weleens moeilijk omdat ze graag betrokken zijn bij het vinden van de oplossing. Maar ja, ieder brein is anders. En dit is mijn brein.’

Ga je mensen minder dingen kwalijk nemen als je ze als een wandelend brein ziet?

‘Dat is wel zo. Je denkt: dat is jouw karakter. Maar het geeft je ook een stuk pessimisme mee. In de zin van: dat is jouw karakter en daar is verder ook niks aan te doen.’

Heb je desondanks weleens ruzie met je vrouw?

‘Ja, tuurlijk. Maar zelden. Ze weet ook van mij dat ik een hopeloos geval ben, dat ik niet te veranderen ben.’

Wat is er zo hopeloos aan jou?

‘Dat ik me heel veel terugtrek en bezig ben met mijn werk, en veel weg ben.’

Is het ergens ook een verslaving om de hele tijd te willen werken?

‘Ja, het is een drive. Het is een aangeboren afwijking. Ja, die heb ik.’

Toen Patty je weer eens naar Schiphol bracht, vroeg je zoon Roderick die toen een peuter was: ‘Woont papa hier?’

‘Ja.’ Lange lach. ‘Mijn zoon nam zich daardoor voor om niet zo hard te gaan werken als ik. Maar in zijn derde studiejaar sloeg de vlam er bij hem ook in. Hij is heel hard gaan werken. Hij woont nu in Singapore, waar hij hoogleraar is. Mijn bijdrage is misschien dat hij gespecialiseerd is in conflictmanagement. Hij klaagt dat ik zoveel over de oorlog bezig was, dat kan zijn interesse hebben gewekt. Zijn vakgebied is conflictmanagement en onderhandelingen.’

En heb je het dan over onderhandelingen op geopolitiek niveau, bijvoorbeeld tussen Rutte en Trump?

‘Ja.’

Het viel me op aan de collega-hersenonderzoekers die ik over je sprak, dat ze over het algemeen vonden dat Rutte goed met Trump omgaat. Dus niet kwaad worden of met een moreel vingertje wijzen, maar hem zien als iemand met een onverbeterlijk karakter en daar je gedrag op aanpassen.

‘Ik ben geen fan van Rutte, maar ik zie zijn aanpak ook als een noodzaak. Ik denk dat Rutte zich zo nu en dan stiekem dood geneert, maar dat hij ook weet dat dit de enige manier is, om hem te vleien als een klein kind. Ik denk dat zijn pragmatische aanpak beter werkt dan hem de waarheid zeggen.’

Er wordt aangeklopt door een jonge vrouw. ‘Sorry’, zegt ze, ‘ik kom later terug.’
Swaab: ‘Is het belangrijk?’
‘Nee, nee nee’, zegt ze, ‘komt goed.’

Swaab, als de deur weer dicht is: ‘Ze zijn gewend dat ik er voor ze ben. Het is een groep van zo'n twaalf man die hier onderzoek doet.’

Wat zijn ze aan het doen?

‘Ze onderzoeken veel verschillende dingen. Depressie, suïcide, ALS, anorexia nervosa, narcolepsie, de vroegste veranderingen bij alzheimer – en dan met name wat de oorzaak is van het geslachtsverschil. Want vrouwen hebben twee keer meer kans op alzheimer dan mannen.’

Dat heeft met de oestrogeendaling tijdens de overgang te maken, begreep ik uit je boek.

‘Dat wordt aangenomen, ja.’

Stel dat jij een vrouw in de overgang was, zou je dan om die reden aan hormoontherapie gaan?

‘Dat is wel verstandig, denk ik. En daar meteen aan beginnen. Want die oestrogenen kunnen juist averechts werken als je er pas mee begint als je de eerste klachten van een geheugenstoornis krijgt, denken we.’

Hoe groot is de kans dat ze iets op de ziekte van Alzheimer gaan vinden?

‘Niet groot, denk ik. Ik word steeds sterker in mijn overtuiging dat alzheimer een vervroegde, versnelde veroudering van het brein is. Je kunt die veroudering een beetje uitstellen door het brein vanaf het allereerste begin te activeren, maar je kunt de veroudering die er al is niet meer tegengaan.’

Je goede vriend en neuropsycholoog Erik Scherder is erg voor bewegen om de veroudering op afstand te houden. Hij vertelde dat jij altijd zegt: ‘Ik beweeg genoeg, ik adem.’

‘Wij hebben een weddenschap wie van ons beiden het oudst wordt. En ik hou me eraan, ik adem alleen, Erik beweegt heel veel, heeft zelfs een trapfiets onder zijn bureau.

‘Het is niet bewezen dat sporten gezond is. Op heel korte termijn zie je soms vasculair gunstige dingen en een betere conditie, maar het langetermijneffect kennen we niet. Als je een goede studie wil doen, moet je bij geboorte aselect de opdracht geven: jij moet bewegen en jij mag nooit bewegen. Dat kan natuurlijk niet.’

‘Bij dieren is er wel interessant onderzoek gedaan, dat juist het omgekeerde beweert. Er is bijvoorbeeld een publicatie, the evolutionary advantage of being stupid, dat gaat over schildpadden. Die kunnen zo ontzettend lang onder water zitten, omdat ze een heel klein laag metabool brein hebben en ze nauwelijks aan de oppervlakte hoeven te komen. Ze leven heel lang. Op de Galapagoseilanden zag ik een schildpad die Darwin ook gezien heeft.’

Wil je daarmee zeggen dat als je je metabolisme, ofwel je stofwisseling, zo laag mogelijk weet te houden, je nog wel een paar honderd jaar mee kan?

‘Dat soort dingen heb ik wel ingebracht in de discussie, ja. Vliegen hebben een hoog metabolisme als ze in de lucht vliegen. Als je ze tussen plastic platen houdt, waar ze wel rond kunnen schuimen maar niet kunnen vliegen, leven ze drie keer zo lang.’

Maar ja, hoe doe je dat, je metabolisme zo laag mogelijk houden? Intensieve cardio mijden?

‘Dat kun je alleen maar farmacologisch doen. Of op de manier waarop mensen met een hersenbeschadiging worden behandeld, namelijk door ze een temperatuur te bezorgen van rond de 30 graden. Dan zie je dat de schade aan de hersenen beperkt wordt.’ Lachend: ‘Ik doe het zelf al heel lang door vooral te bewegen in de vorm van een beetje in mijn kantoor te schuifelen.’

Wat zou er met jou gebeuren als je niet meer kon werken?

‘Dan zou ik snel degenereren, denk ik. Ik zou in elkaar ploffen. Ik denk dat de verhoging van de AOW-leeftijd in die zin ook een zegen is voor het brein. Niet altijd voor je lichaam als je fysiek zwaar werk hebt, maar voor je hersenen is het goed om bezig te blijven en nieuwe dingen te leren, dat kan mogelijk alzheimer uitstellen.

‘Ik heb ook een euthanasieverklaring voor als ik alzheimer krijg. Daarna gaat mijn brein naar de hersenbank. Verder merk ik het wel. Zo lang mijn brein maar goed blijft en ik de touwtjes in handen kan houden.’

Over je vader, die wel aan het einde van zijn leven alzheimer kreeg, waarna je hem op pijnlijke wijze zijn rijbewijs moest afpakken, schrijf je: ‘Toen mijn ouders eenmaal getrouwd waren, stond alles wat mijn moeder zei en deed in het teken van de dienstbaarheid aan de meest verwende man op aarde, onze vader’. Lijk jij, naast het harde werken en het niet delen van je diepe zielenroerselen, ook op hem in de zin dat Patty haar leven in dienst van jouw werk heeft gesteld?

‘Ja. Maar mijn vader is meer verwend, haha.’

Voel je je daar weleens schuldig over?

‘Ja. Maar ik heb het nu geprobeerd goed te maken. Ze heeft net vijf dagen met een hernia op bed gelegen, en toen ben ik zelfs naar de Albert Heijn gegaan.’

Cv Dick Swaab

17 december 1944 Geboren in Amsterdam.
1963 eindexamen Amsterdams Lyceum.
1963-1970 Geneeskunde aan Universiteit van Amsterdam (UvA).
1970 Promotie, UvA.
1972 Artsexamen, UvA.
1975 - 2005 Directeur Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek.
1978 - heden Leider Onderzoeksteam Neuropsychiatrische stoornissen, Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen
1979 - 2005 Hoogleraar neurobiologie, Universiteit van Amsterdam
1985 Oprichter en directeur van de Nederlandse Hersenbank
1998 Benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
2010 Publicatie Wij zijn ons brein.
2016 Publicatie Ons creatieve brein.
2017 - heden Hoogleraar aan Zhejiang University, Hangzhou, China
2026 Publicatie Hersenonderzoeker bij toeval. Een neurobiografie verschijnt bij Uitgeverij Pluim.

Swaab heeft tal van wetenschappelijke prijzen gewonnen, publiceerde meer dan 640 wetenschappelijke artikelen en was promotor van negentig promovendi, van wie er twintig hoogleraar zijn geworden.

Hij is getrouwd en heeft twee kinderen.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next