Home

De Libanese bevolking zit klem tussen Netanyahu en Hezbollah: ‘We sterven liever thuis dan op straat’

In Libanon voert het Israëlische leger zijn oorlog op tegen de pro-Iraanse militie Hezbollah, met meer dan honderd doden tot gevolg. Evacuatiebevelen leidden deze week in de hoofdstad Beiroet tot chaos. ‘Ik sterf liever thuis dan op straat.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

De ravage bij het hotel was immens. Glasscherven overal, een trappenhuis onder het bloed, het personeel in alle staten. Niemand had dinsdagnacht zien aankomen dat het Comfort Hotel, gelegen in de wijk Hazmieh (Oost-Beiroet), tijdens deze oorlog door een Israëlische bom geraakt zou worden. Voor het eerst in deze gevechtsronde belandde een christelijke Libanese wijk in de vuurlinie.

In de Libanese context is dat laatste – de christelijke identiteit – van belang: strijders van de pro-Iraanse militie Hezbollah zul je in zo’n wijk niet aantreffen. Waarom Israël dan toch de eerste hotelverdieping kapotschoot, is voer voor speculatie.

Er zou een Iraanse diplomaat hebben geslapen, opperde een Libanese krant. Onzin, zei de uitbater van het hotel tegen de pan-Arabische website The National. ‘We hebben de identiteitsbewijzen (van alle klanten, red.) gecontroleerd. Het waren gezinnen, moeders en kinderen.’

Netanyahu schakelt een tandje bij

Wat de toedracht ook mag zijn, het is duidelijk dat de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu (door het Internationaal Strafhof gezocht voor oorlogsmisdaden) in deze nieuwe, regionale oorlog een tandje bijschakelt.

Geen land in het Midden-Oosten blijft onaangeraakt. Bovenop de Israëlisch-Amerikaanse oorlog tegen Iran (en de Iraanse rakettenregen op de Golfstaten) is er nu een nieuwe oorlog in het toch al murw gebeukte Libanon. De eerste vier dagen vielen er 123 doden. Hezbollah vuurt op zijn beurt dagelijks raketten af richting Israël.

Het strijdtoneel breidt zich ieder uur uit. Donderdag kondigde het Israëlische leger een evacuatiebevel af voor het hele conglomeraat van zuidelijke buurten in Beiroet, ook wel bekend als Dahieh (letterlijk: ‘de buitenwijken’). Het zijn de wijken waar Hezbollah met harde hand een informeel geweldsmonopolie handhaaft, en waar leider Hassan Nasrallah twee jaar geleden werd gedood. Voor de oorlog woonden er naar schatting 700 duizend mensen, grotendeels sjiitische moslims.

Het hele gebied, smaalde de extreemrechtse Israëlische minister Bezalel Smotrich (Financiën), ‘zal eruit gaan zien als Khan Younis (in Gaza, red.).’ Als het aan zijn regering ligt, moeten alle inwoners de in het oosten gelegen bergen in, richting een handvol druzische en christelijke dorpen. In de praktijk lijkt dat ondoenlijk. Omdat de Libanese staatskas nagenoeg leeg is, zijn burgers aangewezen op eigen middelen. Niet iedereen kan zomaar weg.

‘Vanmorgen zijn we omgekeerd’

‘Ik heb 300 duizend pond (2,80 euro) bij me’, zegt de 49-jarige Ali Haydar aan de telefoon. ‘Waar moet ik heen?’ Na het Israëlische evacuatiebevel probeerde hij met zijn gezin te vluchten, inclusief zijn vier kinderen en zijn bejaarde moeder. Ze belandden in de file.

‘We hebben de hele nacht in de auto geslapen. We zijn tot 500 meter gekomen buiten de wijk. Vanmorgen zijn we maar omgekeerd.’ Met een zucht: ‘De vrouwen moesten onder een boom plassen. En allemaal omdat we toevallig sjiieten zijn en uit Dahieh komen. Niemand van ons zit bij Hezbollah, velen steunen de oorlog niet eens.’

Michael Young, een Libanese analist verbonden aan denktank Carnegie Middle East Center, denkt dat het evacuatiebevel bedoeld is om de sjiitische gemeenschap los te weken van Hezbollah. ‘In Dahieh had Hezbollah nagenoeg volledige autonomie. Daar wil Israël af. Dat doen ze door de sjiitische gemeenschap te breken. Die raken nu versplinterd en ontheemd, uit handen van Hezbollah.’

Anderhalf keer de provincie Utrecht

Minstens zo ingrijpend is een ander evacuatiebevel dat Israël deze week gaf voor het hele zuiden (onder de Litani-rivier) van Libanon, eveneens deel van het domein van Hezbollah. Het gaat om een gebied dat anderhalf keer zo groot is als de provincie Utrecht. Er wonen honderdduizenden mensen. Het moet volgens Israël een ‘bufferzone’ worden. Aan Libanese kant wordt dit geïnterpreteerd als een sein dat Israël het wil gaan bezetten, zoals het dat ook deed tussen 1982 en 2000 – een bezetting die overigens leidde tot de oprichting van Hezbollah.

‘Zo’n bezetting zouden de Israëliërs als hefboom kunnen gebruiken in onderhandelingen met de Libanese regering’, zegt Young. ‘In ruil voor terugtrekking uit het zuiden kan Israël eisen stellen. Het gaat dan allereerst om de ontwapening van Hezbollah, en een opgelegd vredesverdrag waarbij de betrekkingen tussen de buurlanden worden genormaliseerd.’

Een stap richting ontwapening

Zover is het nog niet. Duidelijk is wel dat Hezbollah volkomen klem staat. ‘Dat Hezbollah zich in deze oorlog naast Iran voegt, is voor veel Libanezen de druppel’, zegt Young. ‘‘Genoeg is genoeg’, klinkt het.’

Vandaar dat ook de prowesterse Libanese regering de duimschroeven aandraait. Maandag verkondigde premier Nawaf Salam dat Hezbollah’s militaire activiteiten voortaan bij wet verboden zijn – een stap richting ontwapening. Enkele tientallen Iraanse officieren (‘adviseurs’ van Hezbollah) zijn volgens bronnen van nieuwssite Axios de deur gewezen of gevlucht. Wat Israël wil, kortom, is ook wat de regering in Beiroet wil – alleen de manier waarop verschilt. De eerste handelt militair, de tweede vooral diplomatiek.

Intussen zijn het burgers zoals Ali Haydar die de prijs betalen. De taxichauffeur weet al waar hij vrijdagavond slaapt, zegt hij: gewoon in Dahieh. Zijn moeder kan niet lopen en moest tijdens de evacuatie de auto in worden getild. Ze wil niet meer weg. ‘Als het onze dood wordt, sterven we liever thuis dan op straat.’ Dan klinkt er een dreun. Een nieuw bombardement, zegt hij, even verderop.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next