Expert data-economie Europese privacyregels dwingen armere mensen meer te betalen, zegt de Amerikaanse hoogleraar Laura Veldkamp. Terwijl ze misschien beter af zouden zijn met lagere prijzen in ruil voor hun data.
Een AI-centrum van Google werd geopend in Berlijn, op 5 maart 2026.
Laura Veldkamp is een energieke Amerikaanse hoogleraar met een Nederlandse vader. Ze weet alles over de data-economie, gelooft sterk in marktwerking en heeft duidelijk lol in haar specialisme, dat door AI relevanter is dan ooit. „Data zijn de brandstof voor AI”, vat ze samen in een videogesprek. „AI heeft data nodig om te floreren.”
Traditioneel draait het in de economie om arbeid en fysieke kapitaalgoederen: machines en kantoren. Die zijn nog steeds geld waard, maar inmiddels „geeft niets zoveel concurrentievoordeel als een goede dataset”, schrijft Veldkamp, in de inleiding van haar boek The Data Economy (2025).
Laura Veldkamp (50) is hoogleraar financiën en economie aan de Columbia Business School in New York. Ze is gespecialiseerd in de dataeconomie en publiceert daar veel over, waaronder in 2025 het boek The Data Economy: Tools and Application, dat ze schreef samen met Isaac Baley. Ze is geboren in Massachusetts, haar vader komt uit Nederland. Ze promoveerde aan Stanford University op economische analyse en beleid.
„Data zijn gedigitaliseerde informatie. Je kunt beargumenteren dat krassen op een kleitablet ook data zijn, maar dat gaat voorbij aan waarom we het nú over data hebben. Dat is omdat we nieuwe technologieën hebben die enorme hoeveelheden data gebruiken om efficiënter te worden.
„Data zijn ook bezit. Ze raken niet op door ze te gebruiken om een algoritme te trainen. De data die we vandaag verzamelen kunnen morgen nog steeds relevant zijn, hoewel de waarde ervan door de tijd af kan nemen.
„Data zijn ook een bijproduct van een economische activiteit. Als we online winkelen, zelfs als we niets kopen, produceren we data. Die vertellen welke producten we in ons winkelmandje stoppen, op welk moment van de dag we dat deden en met welke browser.
„Er worden ook data gegenereerd als ik buiten loop en mijn mobiel in mijn zak heb. Dan worden waarschijnlijk door meerdere apps tegelijk mijn locaties opgeslagen. Ik probeer ze uit te zetten, maar dat heb ik vast niet altijd gedaan.”
„Omdat ik niets terugkrijg voor de data die ik geef. Als iemand zegt: als je je locatie deelt, krijg je onze dienst gratis en anders moet je ervoor betalen, dan kan ik een afweging maken of het me dat waard is. Als het prijsverschil groot genoeg is, zou ik mijn locatie waarschijnlijk delen.
„Als ik naar een specifiek adres ga en me laat tracken, en in ruil daarvoor aanwijzingen krijg hoe ik er het snelst kan komen, dan heeft dat waarde voor mij en is het een uitwisseling. Dat vind ik prima.”
„Bij ruilen wissel je het ene goed voor het andere zonder geld te gebruiken. De gratis apps die we gebruiken, zijn in mijn ogen een vorm van ruilhandel: ik geef jou mijn data, jij levert mij een digitale dienst. Veel andere transacties zijn deels ruilhandel: ik koop iets online en ik betaal het bedrijf met geld, maar ook met mijn data, want die hebben waarde voor het bedrijf. Zij kunnen efficiënter worden dankzij de data over mij, of ze verkopen. Daar is niets mis mee, maar we krijgen als consumenten niet veel terug voor de data die we de bedrijven geven.
„De maatschappij zal efficiënter worden door AI en het gebruik van data. Het is een productiviteitsrevolutie. Maar hoe verdeel je die taart? Ik denk dat de technologiebedrijven een te groot deel inpikken. De voordelen zouden meer naar de consumenten moeten gaan.
„Dat dit nu niet gebeurt, komt deels doordat we geen echte optie hebben om ‘nee’ te zeggen. Ik zou een systeem willen met twee prijzen: één waarbij ik de verkoper het recht geef mijn data te gebruiken en een optie waarbij ik dat niet doe. Persoonlijk heb ik er niet zo’n probleem mee als mensen data van me hebben, maar ik wil er wel graag iets voor terug. Waarom zou alleen Google ervan profiteren, toch?”
„Op dit moment dwingen we armere mensen om meer te betalen. Privacyregels die de verkoop van data verbieden, leiden tot hogere prijzen.”
„We beschikken niet over uitgebreide datasets met gegevens over kortingen die allerlei bedrijven geven, maar er zijn sterke voorbeelden. Verzekeringsmaatschappijen die je een lager tarief bieden als je een app installeert. Supermarkten die korting geven als je bestellingen koppelt aan je account [zoals bijvoorbeeld een Bonuskaart].
„En je kunt het iedereen vragen die in een data-intensieve omgeving werkt: zou je klanten dezelfde prijs vragen als je hun data niet zou mogen gebruiken? Ze zouden het een idioot idee vinden. Natuurlijk vragen ze dan meer.
„Jij kunt zeggen: van privacy wordt een luxe gemaakt. Ik zou zeggen: privacyregels dwingen armere mensen meer te betalen, terwijl zij juist profiteren van goedkope en gratis diensten en mogelijk beter af zijn met lagere prijzen in ruil voor hun data. Nu dwing je ze hetzelfde te betalen als rijke mensen die erg om privacy geven. Terwijl privacy voor iemand met honger misschien helemaal niet belangrijk is.
„We praten nu veel over de banen van de toekomst, als AI veel werk overneemt. Ik denk dat het produceren van data ook een banencategorie wordt. Mensen die bijvoorbeeld een camera op hun hoofd hebben of sensoren op hun handen, en die daarmee data genereren over hoe ze dingen openen en bedienen. Data die dan weer worden gebruikt om robots te trainen. Als mensen daarvoor betaald worden en zij kunnen zelf beslissen of ze meewerken, is dat dan privacyschending? Zeker, maar wel een waarvoor wordt betaald en die sommige mensen een stuk liever hebben dan zwaar fysiek werk bijvoorbeeld.
„Het is een markt. Privacybeleid sluit die markt af en zegt dat er aan data niet mag worden verdiend. Daarmee verminder je de opbrengst van die handel. Ik wil dat een groter deel van die opbrengst naar consumenten gaat.”
„Als je vermoedt dat dat gebeurt ga je toch naar een ander bedrijf? Of je kiest voor de optie waarbij je je data niet deelt? Dit werkt wel alleen als er voldoende concurrentie is.”
„Je hoeft geen economie te hebben gestudeerd om te weten of je te veel betaalt voor je boter of melk. Ik denk dat we ook snel leren wat de waarde is van onze data, wat een goede deal is en wat een slechte. En wie weet ontstaat een vorm van certificering die je helpt beslissen. Zodat je kunt kiezen voor een product of dienst met klasse A qua privacy, of klasse B, C of D.”
„Data noemen we een ‘niet-rivaliserend goed’. Jij kunt een kopie van de data hebben, ik kan een kopie ervan hebben, of iemand anders. Als je het bedrijf het recht hebt gegeven de data te gebruiken, heb je je korting gekregen, ben je er in feite voor betaald en zijn jullie beiden eigenaar van de data.”
„Als we nu de bezittingen van een bedrijf optellen, tellen we de data die ze genereren met hun transacties niet mee. Op de balans staat alleen wat ze hebben betaald voor ingekochte data. We zeggen: we kunnen het niet meten, het is daardoor gevoelig voor manipulatie, dus schrijf het maar niet op. Daarmee negeer je een enorme hoeveelheid waardevolle bezittingen.
„Hetzelfde geldt voor het bruto binnenlands product. Terwijl de waardevolste bedrijven ter wereld zo worden gewaardeerd vanwege hun data, zie je dat niet terug in hoe het bbp wordt berekend. Dan krijg je dus geen accuraat beeld.
„We moeten regels en afspraken ontwikkelen om bedrijven en investeerders te helpen de waarde van data op dezelfde manier te bepalen. China is daar wel al mee begonnen.”
„Dit draait om data als brandstof voor AI. AI is een technologie om voorspellingen te doen – voorspellingen over wat je zult kopen of waar je op gaat klikken, of welk woord het volgende zou moeten zijn. Sommige data kunnen de nauwkeurigheid van een voorspelling erg vergroten en andere maar een beetje, die geven minder informatie.”
„Wat ze waarschijnlijk bedoelen is dat een bedrijf minder weet over Europese klanten omdat ze daar minder over mogen verzamelen. En omdat ze minder weten, is de toegevoegde waarde voor het preciezer maken van voorspellingen van een beetje extra informatie relatief groot.
„Ons Amerikanen kennen ze al van binnen en van buiten. De data die wij genereren is niet slechter, maar hij zal de precisie van de voorspellingen minder sterk vergroten, want die is al heel accuraat.”
„Data over gezondheidszorg zijn extreem waardevol, want in de zorg draait het bij uitstek om voorspellingen. De chirurg die fysiek een operatie uitvoert is maar een klein deeltje van het systeem; 95 procent draait om begrijpen en interpreteren van symptomen en de juiste voorspelling maken over het effect van een behandeling. Daar is AI de perfecte technologie voor.
„Tegelijk delen we juist die data niet, want als ik een ernstig medisch probleem heb wil ik niet dat anderen dat weten. Mijn werkgever niet, de verzekeraar niet, vanwege de gevolgen die dat kan hebben. Dus hele hoge baten, maar ook hele hoge kosten als die data niet strikt anoniem verwerkt worden.”
„We hebben strenge regels voor data over gezondheid nodig die delen toestaan, maar anonimiteit handhaven. In de VS worden gezondheidsdata nu vrijwel niet gedeeld. Mede daardoor zie je allerlei kleinere zelfstandige praktijken fuseren tot grote ziekenhuissystemen. Want die hebben als voordeel dat ze data kunnen delen zonder dat het delen heet, want het blijft intern. En dat leidt weer tot monopolies in de zorg en hogere prijzen.”
„Dat klopt. Het hart van de makers zat wel op de juiste plaats. Ze wilden voorkomen dat digitale bedrijven misbruik maken van mensen.”
„Er is geprobeerd je tegen misbruik te beschermen door de verkoop van allerlei soorten data te blokkeren. Beter was geweest de datamarkt te laten bloeien, in een systeem waarin de consument van de opbrengst profiteert.”
„Tsja, er zijn zoveel dingen die je niet kunt krijgen. Als je arm bent en de prijzen zijn hoog kun je besluiten de diamanten ring van oma te verkopen. Dat is ook vreselijk. Ik zie privacy niet als iets dat zo heilig is dat je mensen moet verbieden het te verkopen omdat dat beter voor ze zou zijn. Ik wil niet dat je je nier verkoopt als je wanhopig bent. Dat gaat wel erg ver. Maar je data is geen nier. Je gaat er niet dood aan.
„Je wilt weten welk merk tampons ik gisteren heb gekocht? Is het vies walgelijk en raar? Zeker, maar als je me genoeg betaalt zal ik het vertellen. Dat zit voor mij niet in dezelfde categorie als organen.”
„Ik dwing niemand zijn privacy op te geven. Ik geloof sterk dat elke transactie een privacyvriendelijke optie moet hebben. En ik denk dat mensen die keuze zelf kunnen maken.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen