Home

Zitskiër Jeroen Kampschreur veranderde zijn instelling: ‘Ik moest van mezelf per se kei- en keihard gaan, harder dan ik kon’

Paralympische Winterspelen De succesvolle zitskiër Jeroen Kampschreur leerde met minder druk en risico van pistes te razen. Hij heeft opnieuw medaillekansen in Milaan-Cortina. „Soft ben ik niet geworden, ik ga nog steeds vreselijk hard.”

Jeroen Kampschreur op de Super G-afdaling tijdens de Wereldbeker in het Oostenrijkse Saalbach half januari.

Terwijl zijn concurrenten elkaar aan de voet van de afdaling in Beijing feliciteren, staat zitskiër Jeroen Kampschreur nog naast de piste stil op de plek waar hij even daarvoor onderuit is gegaan op de slalom. Zijn Paralympische Spelen van 2022 zijn uitgelopen op een deceptie. In plaats van meerdere gouden medailles neemt hij slechts één zilveren plak mee naar huis.

Nadat hij zijn team heeft geknuffeld en is uitgehuild, verschijnt hij even later voor de camera van NOS. „Ik lag op goudkoers, en nu lig ik eruit. Dat vind ik moeilijk om te slikken”, zegt hij. Maar nog in hetzelfde gesprekje pept hij zichzelf op. „Ik ga gewoon door. Op dezelfde manier, dat is voor goud gaan. Gas is alles, remmen is voor watjes.” Op zijn gezicht verschijnt een voorzichtige grijns.

Bij Kampschreur, inmiddels 26 jaar, is de lach nooit ver weg. Hij is de „moppentapper” van het team, zegt hij in een online interview vanuit het Franse Méribel, waar hij eind januari aan een wereldbekerwedstrijd deelnam. „Ook als het slecht is gegaan, moet je humor kunnen hebben. Het is toch al gebeurd.” In zijn Whatsapp-status drijft hij de spot met zijn handicap. Kampschreur werd geboren zonder scheenbenen, zijn onderbenen werden op 1-jarige leeftijd geamputeerd. ‘Ik heb niets onder de knie’, staat er.

Kampschreur groeide in Leiderdorp op in een sportfamilie. Zijn ouders en broer zeilden, en ook hijzelf boekte „tussen de valide kids” succes in een aangepaste optimist. Op skivakanties kon hij mee de piste op dankzij een speciaal tuigje waarmee zijn ouders hem aan zichzelf vastknoopten. Tot ze dat op een dag, Kampschreur was een jaar of tien, vergaten te doen en hij in het Oostenrijkse Gerlos in noodvaart de afdaling van de rode piste in stortte.

Wat kun jij je nog van die dag herinneren?

„Dat was mooi joh, ik had helemaal niets door. Ik was gewend dat mijn ouders me bijstuurden met een ruk aan het touw. Maar geen gehoor was rechtdoor. Gewoon gassen, dat vond ik superleuk.” 

Intussen zaten mijn ouders zwaar in de stress. Mijn vader was op dat moment aan het bellen, hoorde ik later. Hij hing snel op en schoot in een rechte streep schreeuwend achter me aan. Hij riep ‘links, links’, dus toen ik hem hoorde stuurde ik naar links weer de helling op. Zo kwam ik tot stilstand.”

Het was een „iconische dag” voor de familie Kampschreur. Om het sterke verhaal, maar ook omdat ze zo ontdekten dat Jeroen zelfstandig kon skiën. Zo’n twee jaar later deed hij mee aan zijn eerste wedstrijden als zitskiër. Deelnemers zitten hierbij in een soort kuip die op een frame is gemonteerd, en hebben aan hun kleinere skistokken twee miniski’s om te kunnen sturen.

Ondertussen bleek hij ook talent te hebben voor rolstoelbasketbal, waarvoor hij deel uitmaakte van Jong Oranje. Op zijn veertiende was het beoefenen van twee sporten op hoog niveau niet meer te combineren met school en moest hij kiezen.

Was de keuze snel gemaakt? 

 „Het was een praktische overweging, want ik wilde gewoon winnen. Bij het skiën ben ik niet afhankelijk van het team om me heen, en heb ik het helemaal in eigen hand. Maar skiën is ook de vetste sport. De snelheden liggen zo hoog, ik haal soms wel 120 kilometer per uur. Het is heel spectaculair”

Vanaf dat moment ging het snel. Op zijn zestiende verhuisde Kampschreur naar olympisch trainingscentrum Papendal, in anderhalf jaar tijd kreeg hij er ruim tien kilo aan spiermassa bij. „Ineens was ik een volwassen, getrainde gast”, zegt hij. Het resulteerde in zijn eerste podiumplekken op internationale wedstrijden. „Toen begon het vuur echt te branden. Ik werd extreem eager om te winnen.”

Bij zijn paralympische debuut, op de Spelen van 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang, won hij als achttienjarige goud op de supercombinatie, waarbij skiërs zowel een super-G-run als een slalom-run skiën. En het jaar erop haalde hij als eerste paraskiër op het WK goud in vijf disciplines. Richting Beijing zat hij in 2022 ook „in een heel goed ritme”, zegt hij. Maar in China bezweek hij onder de druk die hij zichzelf oplegde: „Ik concentreerde me te veel op het resultaat”.

Tijdens zijn eerste training op de piste in Beijing ging het al mis. Met meer dan 100 kilometer per uur sneed Kampschreur een bocht niet goed aan, waarna hij hard in de netten klapte. Hij hield er een gekneusde rib aan over, maar werd er in de wedstrijden niet voorzichtiger door. Op zowel de reuzenslalom als de slalom kwam hij ten val. Alleen op de supercombinatie won hij zilver.

Jeroen Kampschreur: „Na de vorige Winterspelen (in Beijing) was ik even helemaal klaar met de sport.”

Hoe kijk je nu terug op de Spelen van vier jaar terug? 

 „Ik moest van mezelf per se kei- en keihard gaan, harder dan ik kon. Ik moest en zou een gouden medaille mee naar huis nemen. Na de Spelen was ik even helemaal klaar met de sport. Toen ben ik op wintersportvakantie gegaan, terug naar de basis. Vijf dagen voor de lol skiën en daarna een pizzaatje in de zon. Zo vond ik het plezier terug. Ik ben nu ook al aan het kijken naar een wintersportvakantie voor na Cortina, of we nou iets te vieren hebben of niet.”

Tegen journalisten zei je dat ‘op safe voor zilver gaan’ nu eenmaal niets voor je was.

„Natuurlijk baal ik dat ik er zo in heb gestaan, maar ik was op die leeftijd nu eenmaal zo. Nu kan ik erom lachen. Ik ben iets meer berekenend geworden in de uitspraken die ik doe. Ik weet dat ik medaillekansen heb, sta er supergoed voor, maar ik heb geen resultaatdoelen meer.”

Sta je ook meer berekenend bovenaan een afdaling?

„Ja, zeker. De ‘kamikaze Kampschreur’ [zoals de NOS hem noemde] heb ik in het seizoen na Beijing aan de kant gezet. Dat kwam eigenlijk door een zware schouderoperatie. Ik zag het als een comebackseizoen, waarin het me niets uitmaakte welke resultaten ik zou halen. Maar juist door me te richten op techniek, in plaats van ‘stoom uit de oren en gaan’, boekte ik al snel weer goede resultaten.”

Voor Kampschreur was het aanleiding om met zijn sportpsycholoog te praten „Ik wilde kunnen verklaren waarom ik ineens overal goed finishte, terwijl ik voor mijn gevoel niet overal 100 procent mijn best deed. Maar dat deed ik dus wel, alleen ging ik de races met een hele andere insteek in.” Tegelijk leerde hij zijn jongere zelf dankbaar te zijn. „Door die negatieve ervaringen weet ik precies waar mijn grens ligt, en kan ik daar nu naartoe skiën. Soft ben ik niet geworden, ik ga nog steeds vreselijk hard naar beneden.”

„Door negatieve ervaringen weet ik precies waar mijn grens ligt.”

Je vader vertelde over een wereldbekerwedstrijd die je in januari skiede. In vier afdalingen haalde je twee keer de finish niet, omdat je bewust een poortje oversloeg. Zou de Jeroen van een paar jaar geleden dat ook hebben gedaan? 

„Die had wel alle risico genomen om nog een medaille binnen te slepen. Nu dacht ik echt aan Cortina. Ik kwam met meer dan 100 kilometer per uur naar beneden en dreigde op die snelheid door een paal heen te gaan, als ik zou doorzetten. Het had een zware blessure op kunnen leveren. Dat is het enige waar ik bang voor ben richting de Spelen.”

Stel, je ligt nu op de Spelen op koers voor een medaille, zou je dan nog steeds alles of niets voor goud gaan?

„Als je gaat nadenken over risico nemen, dan ga je weer naar het resultaat toe redeneren. Zo ben ik er niet meer mee bezig. Ik krijg geen tijden mee en hoef dat ook niet te weten”. 

Dan, lachend: „Vrienden en familie proberen me wel gek te maken en beginnen over gouden medailles. Die hebben er zelf natuurlijk ook erg veel zin in, ze komen met zo’n zeventig man naar Cortina. Maar ik laat me er niet door beïnvloeden. Deze Spelen zijn geslaagd als ik heb laten zien wat ik kan.”

Paralympische Spelen Nederlandse deelnemers

De Paralympische Spelen vinden van 6 tot 15 maart plaats in Milaan en Cortina d’Ampezzo. Op het programma staan wedstrijden in zes verschillende disciplines: para-alpineskiën, para-ijshockey, para-snowboarden, biatlon, langlaufen en rolstoelcurling.

Namens Nederland doen acht deelnemers nee. Naast Jeroen Kampschreur maakt ook Niels de Langen (26) voor de derde keer zijn opwachting als zitskiër, terwijl Barbara van Bergen (47) in die discipline voor de tweede keer meedoet aan de Winterspelen. In 2008 was ze daarnaast actief op de Zomerspelen als rolstoelbasketballer. Zitskiër Thijn Speksnijder (25) debuteert.

Bij het parasnowboarden doen Chris Vos (27) en Lisa Bunschoten (30) voor de vierde keer mee. Claire Petit (21) debuteert in de categorie voor sporters die op één been skiën, terwijl ook snowboarder Dean van Kooij (24) voor het eerst deelneemt.

Sport

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next