Ze brachten navigatiebedrijf TomTom tot grote hoogte, maar beleefden ook diepe dalen. Donderdag kondigde het echtpaar Harold Goddijn (65) en Corinne Vigreux (61) zijn vertrek aan bij de leiding van het Amsterdamse navigatiebedrijf. ‘Soms vragen mensen of we nog wel bestaan.’
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Analist Jos Versteeg van InsingerGilissen wist het eind 2018 zeker: nu was het echt gedaan met de navigatiespecialist uit Amsterdam. ‘Dit is de doodsteek voor TomTom.’ Het bedrijf had zojuist zijn grootste koersval sinds 2011 beleefd, nadat Renault, Nissan en Mitsubishi voor hun navigatiesystemen waren overgestapt naar aartsvijand Google.
Dat besluit trof mede-oprichter en CEO Harold Goddijn (65) hard. Hij had altijd gezegd dat veel klanten uit de auto-industrie juist voor zijn bedrijf kozen omdat ze onafhankelijk wilden blijven van Amerikaanse big tech, met reuzen als Apple, Google en Microsoft. De CEO zag zijn bedrijf als het Zwitserland van de navigatie-industrie, waar de kostbare data van autofabrikanten veilig waren.
‘Er zitten niet alleen voordelen aan zo’n overstap naar Google’, waarschuwde hij in een interview met de Volkskrant. Hun vertrek leverde volgens hem ook gevaar op voor autofabrikanten. Maar Goddijns pleidooi vond niet langer weerklank.
Ooit was TomTom zelf een techreus. Twintig jaar geleden was het jonge bedrijf heer en meester op het gebied van de toen populaire navigatiekastjes: apparaatjes met een beeldscherm die automobilisten feilloos door stad en ommelanden loodsten. Het Amsterdamse bedrijf zag als eerste de kracht van gps-navigatie in en had er zeer succesvolle soft- en hardware omheen gebouwd.
In 2006 was het marktaandeel in Europa uitgegroeid tot 50 procent en stond de merknaam synoniem voor het product: automobilisten vroegen een TomTom voor hun verjaardag. ‘We hebben huwelijken gered’, zei Goddijn geregeld. Het jonge bedrijf was een jaar eerder naar de beurs gegaan, groeide als kool en belandde al snel in de AEX, de eredivisie van de effectenbeurs, samen met grote namen als Shell en Philips.
Beleidsmakers die in die tijd vonden dat Nederland meer energie moest steken in innovatie, zeiden dat ‘we moeten zoeken naar de volgende TomTom’. CEO Goddijn en marketingdirecteur Vigreux, zijn echtgenote (ze leerden elkaar kennen in de jaren negentig bij de Britse computermaker Psion), hadden daar niet zo veel mee. Toen NRC Goddijn in 2011 vroeg naar zijn toverformule voor een beter investeringsklimaat, bleef hij het antwoord schuldig: ‘Ik zou niet weten hoe dat moet. Dat is mijn vak ook niet’, hield hij de verslaggevers voor.
Tegenwoordig klinkt de roep om ‘de volgende TomTom’ niet langer. Beleidsmakers zijn tegenwoordig op zoek naar ‘de volgende ASML’. Want de ster van TomTom is verbleekt.
Terwijl de vier oprichters er dankzij hun aandelenverkoop in 2006 warmpjes bij zaten (Goddijn staat op nummer 201 van de Quote 500 met een geschat vermogen van 330 miljoen euro), ging het TomTom toen al minder voor de wind. Zo had het bedrijf zich verkeken op de aankoop van de maker van digitale kaarten TeleAtlas. De bedrijfsleiding had zich in 2007 laten meeslepen in een biedingenstrijd met concurrent Garmin, om uiteindelijk 2,9 miljard euro neer te tellen voor het eveneens Nederlandse TeleAtlas.
Die aankoop markeerde het einde van de hoogtijdagen. De kredietcrisis barstte los, consumenten kochten geen kastjes meer, en de koers van TomTom kelderde met 90 procent in een jaar tijd. Het einde was nabij, klonk het toen ook al geregeld.
Kort daarna diende de volgende storm zich aan: de snelle opkomst van de smartphone en Google Maps, dat gratis was en net zo goed werkte als TomToms kastjes. Tomtom kromp en werd verbannen van de AEX naar de Midkap, om ook daar te worden verstoten, om zijn werdegang te eindigen bij de smallcaps – de Amsterdamse ranglijst voor onbeduidende beurskleintjes.
Goddijn, die bij de verkoop van zijn aandelen samen met de andere mede-oprichters vele tientallen miljoenen had vergaard, werd in die periode weleens gevraagd of hij en zijn vrouw niet een deel van hun vermogen konden steken in de redding van het bedrijf. Het echtpaar weigerde.
Geldwolven waren ze echter niet. TomToms grondleggers besteedden een flink deel van hun verworven miljoenen in projecten die de maatschappij ten goede kwamen. Zo richtte Vigreux in 2018 de Amsterdamse programmeerschool Codam op, waar getalenteerde maar minder kansrijke studenten gratis leren programmeren. Begin dit jaar had ze al meer dan 20 miljoen euro in het project gestoken, aldus het FD.
Redding bleek ook niet nodig: TomToms veelvuldig aangekondigde dood bleek telkens schromelijk overdreven, want het concern wist onder Goddijn en de Française Vigreux (doorgaans meer op de achtergrond) keer op keer uit de as te herrijzen, elke keer in een net wat andere gedaante.
Zo groot als in de jaren nul zou de navigatiespecialist nooit meer worden. Al is dat niet zeker, want de markt waarop het bedrijf zich nu richt, die van de productie van extreem nauwkeurige kaarten voor zelfstandig rijdende auto’s, kan de komende jaren zomaar exploderen.
Niettemin is het bedrijf allang geen publiekslieveling meer. Met de kastjes verdween ook de merknaam uit de autocabine en daarmee uit het collectieve geheugen. Het bedrijf is als toeleverancier voor de auto-industrie veel minder zichtbaar. ‘Soms hoor ik mensen vragen: bestaan jullie nog wel?’, constateerde Goddijn eerder in Trouw. ‘Toen de losse verkoop van kastjes groter was, hadden wij massa’s consumenten als klant. Nu hebben wij 500 klanten die er echt toe doen.’
3X Goddijn en Vigreux
Henk Volberda, hoogleraar strategie en innovatie aan de Universiteit van Amsterdam, vindt dat TomTom veel wendbaarder was in een snel veranderende techwereld dan bijvoorbeeld Nokia. De Finse telefoonmaker negeerde de opkomst van de smartphone en ging bijna ten onder, terwijl Goddijn en Vigreux telkens de veranderende tijdgeest goed wisten te lezen. ‘In onze branche is het bijna een gegeven dat eens per tien jaar zich een grote verandering aandient’, zei Goddijn hierover in het FD.
Corinne Vigreux zegt dat ze na het verlaten van de top bij TomTom betrokken blijft bij haar programmeerschool Codam, maar dat ze haar financiële bijdrage wil verminderen tot minder dan 2 miljoen euro per jaar. Zodat er geld vrij komt voor andere scholingprojecten voor kansarme kinderen. Tegen het FD: ‘Ik trek me absoluut niet terug. Codam is mijn baby. Die laat ik nooit meer los.’
‘Het begint met geloven in jezelf. Vertrouwen hebben, geïnspireerd raken door vrouwen die de top al bereikt hebben. Ga ervoor’, zei Vigreux in 2015 in de Volkskrant op de vraag hoe vrouwen vaker in de boardroom kunnen komen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant