Home

Bergen zette ‘grote ego’s en korte lontjes’ bij het grofvuil: de lokale politiek heeft weer schwung gekregen

Jarenlang werd de gemeentepolitiek in het Noord-Hollandse Bergen gegijzeld door geruzie. Om dat te doorbreken, gooide de gemeenteraad bij de vorige verkiezingen het roer radicaal om, met een raadsbreed akkoord en wethouders van buiten. Heeft dat geholpen?

In nog geen vier minuten was het gebeurd en hadden de raadsleden van het Noord-Hollandse Bergen iets gedaan wat zelden – of misschien zelfs nooit – eerder was vertoond in de Nederlandse gemeentepolitiek. Die dinsdagavond 8 oktober 2024 liep D66-fractievoorzitter Klaas van der Kaaij kalm naar het spreekgestoelte. Al meer dan twee uur had de gemeenteraad die avond vergaderd. Later zou hij over dit moment zeggen dat ‘de last van de wereld op zijn schouders drukte’.

In de drukbezochte raadszaal kon je een speld horen vallen. Van der Kaaij schraapte zijn keel. Somde álle fracties een voor een op. Allemaal, vervolgde hij op ernstige toon, steunen ze de motie van wantrouwen tegen burgemeester Lars Voskuil. ‘De gemeenteraad besluit unaniem om het vertrouwen op te zeggen.’

Toen de raadszaal niet veel later leegliep, was de stemming bedrukt. ‘Iedereen was in shock’, zegt Van der Kaaij terugkijkend. Maar, vervolgt hij, ‘wilden we als gemeenteraad het verleden echt achter ons laten, dan moesten we wel schoon schip maken. Zelfs als dat, hoe pijnlijk ook, betekende dat we een burgemeester moesten wegsturen. Elk individueel raadslid stond achter dit besluit.’

Wie in de politieke geschiedenis duikt van Bergen (dertigduizend inwoners), treft geen fraai beeld. Zo moesten in de periode tussen 2018 en 2022 vijf wethouders voortijdig vertrekken, en ook in de jaren daarvoor was er gedoe. ‘Grote ego’s en korte lontjes’, noemde het Noordhollands Dagblad de politiek van deze welvarende kustgemeente, waaronder naast Bergen ook Egmond en Schoorl vallen. Een eerdere burgemeester sprak tijdens zijn nieuwjaarsspeech van 2020 zelfs van ‘bestuurscultuurschaamte’. Want hoe kon ze alle verhalen over een verziekte werksfeer, stuntelende wethouders, onderlinge ruzies en vriendjespolitiek nog aan de inwoners uitleggen?

‘Het was een zooitje’, zegt ook Henk Borst, oprichter en lijsttrekker van Ons Dorp. Daarom gooide de Bergense gemeenteraad na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 het roer om. Het moest radicaal anders: met professionele wethouders van buiten en een raadsbreed akkoord, gesteund door alle partijen, waardoor er geen scheiding is tussen coalitie en oppositie, maar er gewerkt wordt met wisselende meerderheden en een agenda op hoofdlijnen.

Hoe is dat nu, bijna vier jaar later, bevallen? Kunnen andere gepolariseerde gemeenten iets leren van de ervaringen van Bergen? En waarom kon het juist in deze bestuursvorm gebeuren dat de burgemeester in 2024 sneuvelde?

Vastgeroeste patronen

‘Wat je voorheen in Bergen zag’, zegt CDA’er Theo van Eijk, ‘was alleen maar strijd.’ De stemverhoudingen waren vrijwel altijd 11 voor, 10 tegen. ‘Dan had de coalitie bijvoorbeeld iets besloten, maar won de oppositie vervolgens de verkiezingen en gingen alle besluiten weer op de schop, met als gevolg niet alleen een verziekte sfeer, maar ook nog eens allerlei rechtszaken van boze burgers en procedures bij de Raad van State.’

Na de vorige verkiezingen werd Van Eijk aangetrokken als formateur. Want, zegt de voormalig burgemeester van Medemblik, ‘ik geloof echt in raadsbrede akkoorden. Je moet telkens op zoek naar een meerderheid om besluiten te nemen. Net als het kabinet-Jetten nu moet gaan doen.’

Maar, realiseerde hij zich tegelijkertijd, ‘het is moeilijk om je los te maken uit vastgeroeste patronen. Ik heb gezegd: het werkt alleen als echt alle zeven partijen in Bergen het zien zitten.’

Want, voegt Lianne van Kalken toe, zo’n constructie met een raadsbreed akkoord kan ook misgaan en de bestaande problemen juist vergroten. Van Kalken promoveerde vorig jaar op deze bestuursvorm, en is daarnaast wethouder in Vlaardingen. ‘Hier hebben ze het in 2018 geprobeerd. Een fiasco werd het. Het woord wilden ze in Vlaardingen zelfs jarenlang niet meer horen. En ook in een paar andere gemeenten is het mislukt, zoals in Culemborg. Maar er zijn ook gemeenten die niet meer anders willen. Velsen bijvoorbeeld.’

Hoeveel gemeenten nu met zo’n raadsbreed akkoord werken, is onbekend. In 2014 waren het er 23, na de verkiezingen in 2018 waren 56. ‘Recentere cijfers zijn er niet’, zegt Van Kalken. ‘De combinatie waarvoor Bergen koos, een raadsbreed akkoord met wethouders die van buitenaf zijn aangetrokken, zie je niet heel vaak.’

Sessies met mediators

Bij aanvang was in Bergen dan ook niet iedereen overtuigd. ‘Veel mensen zeiden: dat gaan de raadsleden niet volhouden, ze gaan straks weer rollebollend over straat’, zegt griffier Janne Pijnenborg. Zo noemde Geerten Bogaard, hoogleraar decentrale overheden van de Universiteit Leiden, in het Noordhollands Dagblad het voornemen destijds ‘naïef’ en geen oplossing voor onderliggende problemen. ‘Dit werkt niet als de politiek al vergiftigd is en je in de oude situatie al geen afspraken kon maken.’

En ook de in 2024 weggestuurde burgemeester Voskuil, die niet wil meewerken aan dit artikel, zou zich hebben afgevraagd of dit de oplossing was voor deze gepolariseerde biotoop, zeggen sommigen off the record.

Maar maak je nu, aan de vooravond van de nieuwe gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart, een rondgang langs de verschillende fracties, dan hoor je enkel enthousiaste geluiden. ‘Het had niet positiever kunnen uitpakken’, zegt D66’er Van der Kaaij. ‘Voor ons is het zeker voor herhaling vatbaar’, voegt Philip Garcia Hoogland, namens GroenLinks-PvdA, toe. En wat Henk Borst van Ons Dorp betreft, de partij die in 2022 het voortouw nam voor deze manier van werken, ‘is dit de ultieme democratie. Er is meer rust en respect, er wordt geluisterd naar elkaar.’

Dat beeld hebben ook griffier Pijnenborg en Jaap Bond, de huidige waarnemend burgemeester. ‘De raadsleden hebben echt laten zien dat ze wilden veranderen’, zegt Pijnenborg, die ruim vier jaar geleden in Bergen begon en nauw contact heeft met de raad en het college van burgemeester en wethouders om vergaderingen en agenda’s af te stemmen. ‘Ik heb geteld: 78 besluiten zijn afgelopen jaar unaniem aangenomen, vijf besluiten zijn aangenomen met een paar stemmen tegen en er was één besluit waarbij de stemverhouding 10 tegen 11 was.’

Al geeft de griffier wel toe: automatisch ging het niet. Wat haar in het begin opviel, was dat de raadsleden vooral óver elkaar praatten en niet mét elkaar. ‘Dan zeiden ze tijdens de vergadering niet wat ze vonden en belden ze mij achteraf om te zeggen: ik vond eigenlijk dit of dat.’ Daarnaast bleek dat ‘in Bergen afspraak geen afspraak was’. ‘Tijdens een vergadering hadden we dan A afgesproken, maar een dag later kreeg ik een telefoontje dat het toch B moest worden.’

Inmiddels is dat veranderd, dankzij sessies met mediators, zegt ze. ‘We hebben geïnvesteerd in de onderlinge relaties en communicatie, maar ook de besluitvormingsprocessen en de spelregels zijn geprofessionaliseerd. Je ziet dat raadsleden elkaar dingen echt gunnen, ook als het gaat over amendementen.’

Laatste stuiptrekking

Een belangrijke factor voor het slagen van zo’n raadsbrede aanpak, zegt onderzoeker Van Kalken, ‘is dat je elkaar de ruimte biedt voor wisselende meerderheden, echt niet iedereen hoeft het overal over eens te zijn’.

En ook voor bestuurders en ambtenaren is deze werkwijze vaak even wennen. Zo laten de drie zittende Bergense wethouders weten dat het fijn was dat er minder nadruk lag op politieke profilering, maar vonden ze het ook spannend omdat ze nadrukkelijk de ‘wethouders van de raad’ waren. ‘Het is een besturen met de handrem erop’, licht waarnemend burgemeester Jaap Bond toe. ‘Normaal kan een wethouder een plan eerst bespreken in een fractieberaad. Maar dat automatisme is nu er niet, dus hij of zij moet heel goed aanvoelen wat er in de raad leeft.’ Wat hem betreft is dat goed gelukt. ‘Want het is heel lang geleden dat een college de hele vier jaar in Bergen heeft overleefd.’

Maar wat zegt het over de weggestuurde burgemeester? De meeste raadsleden willen er onder naam niets over zeggen. ‘Voskuil was een vriendelijke man, door burgers werd hij op handen gedragen’, legt er een uit. Tegelijkertijd benadrukken raadsleden dat er al langer klachten waren over zijn functioneren, en dat hij onvoldoende had geïnvesteerd in zijn band met de raad.

Sommigen zien zijn vertrek dan ook als ‘laatste stuiptrekking’ van de oude politiek. Anderen zien het juist als voorbeeld van hoe je als gemeenteraad ‘in de nieuwe bestuurscultuur’ een gezamenlijke vuist kan maken. Zij denken juist dat het in een klassieke situatie met een coalitie en oppositie niet snel zou zijn gebeurd. ‘Dan fungeren wethouders toch als een soort buffer tussen de burgemeester en de coalitiepartijen’, legt Bond uit. ‘Die structuur ben je hier kwijt, dat maakt een burgemeester kwetsbaarder.’

Voskuil moest in 2024 van de raad vertrekken omdat hij inschattingsfouten had gemaakt op een gevoelig dossier. Het onderwerp had de toenmalige burgemeester geërfd van een CDA-wethouder, die begin 2022 al was weggestuurd nadat hij had gesjoemeld door een CDA-verkiezingsboodschap op gemeentelijk briefpapier te versturen. Niet veel later bleek dat de wethouder ook buiten zijn boekje was gegaan door, zonder overleg, een overeenkomst te sluiten met een stichting voor het gebruik van een leegstaande school.

Maar in plaats van snel actie te ondernemen en de gemeenteraad hierover te informeren, zou het nog maanden duren voordat de burgemeester er duidelijkheid over gaf. ‘We zijn willens en wetens te laat geïnformeerd’, zegt Sjaak Swart, fractievoorzitter van KIES Lokaal. ‘Bij het besluit om een motie van wantrouwen in te dienen, zijn we bovendien echt niet over één nacht ijs gegaan’, voegt Van der Kaaij toe.

Zo lieten de raadsleden in de maanden ervoor onderzoek doen naar de kwestie en namen ze, na het indienen van de motie, meermalen de bus naar Haarlem, voor overleg met de commissaris van de koning. ‘Dat klinkt misschien een beetje als een schoolreisje, maar dat was het niet. De commissaris was niet blij, en hoopte dat we er met mediation nog uit zouden komen met de burgemeester. Maar we concludeerden allemaal dat het vertrouwen echt weg was’, zegt Swart, die de motie van wantrouwen ziet ‘als ultiem voorbeeld van hoe we als raad samen optrekken’.

Dansen op tafel

Zo denkt ook Van der Kaaij erover. ‘We zijn als raad dichter tot elkaar gekomen.’ Hij hoopt – net als meerdere andere partijen – dat Bergen na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart deze manier van werken doorzet. Al zijn er bij sommigen nog twijfels. De VVD wil eerst de uitslag afwachten, en Ons Dorp wil toekomstige wethouders niet meer ‘van buiten’ de gemeente halen.

Nu de verkiezingen naderen, merkt waarnemend burgemeester Bond bovendien dat sommige partijen meer profileringsdrang krijgen. ‘Onlangs bijvoorbeeld stelde een raadslid vragen over de opvang van minderjarige asielzoekers. Altijd een gevoelig onderwerp. En het was echt voor de bühne, want hij kende mijn antwoorden al’, zegt Bond.

Griffier Pijnenborg – die toevoegt dat haar rol er soms eentje is van een ‘schooljuf’ – hoopt vooral dat de winnaars na 18 maart niet al ‘te triomfantelijk op tafel gaan dansen’. ‘Blijf met elkaar in verbinding, blijf professioneel. Doe je dat niet, dan zet het kwaad bloed en dat sijpelt uiteindelijk allemaal weer door.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next