Opera Deze vrijdag beleeft Theory of Flames, een filmopera over liefde in tijden van fake news, zijn première. Nooit eerder maakte de gelauwerde componist Michel van der Aa zo’n persoonlijke opera. „Het is waar dat ik mensen probeer wakker te schudden.”
Michel van der Aa: "Als je carrière begint te lopen is het moeilijk op de rem te trappen."
‘Sorry dat ik wat later ben, onze teambespreking liep uit.” Michel van der Aa kijkt om zich heen in de verlaten foyer op de bovenste etage van het operagebouw in Amsterdam. „Is het hier niet wat donker? Zullen we kijken of de lichten aan kunnen?”
Het is een paar weken voor de wereldpremière van zijn moderne opera Theory of Flames, waarbij een muzikaal verhaal vervlochten wordt met filmfragmenten. Van der Aa maakt „heftige dagen door”. Alles moet tiptop in orde zijn. Hij accepteert het niet als er één pixel verkeerd staat in een beeld, vertelde zijn vrouw Maaike Aarts, professioneel violist. „Dan moet alles opnieuw.” Ze karakteriseerde hem als „geestig, wilskrachtig en vriendelijk”, maar ook „perfectionistisch en een controlfreak”.
Van der Aa is een internationaal gelauwerd componist, bekend om zijn theatrale instinct en de souplesse waarmee hij verschillende kunstgenres combineert. Door het gebruik van nieuwe technieken, zoals de VR-bril waarmee bezoekers van zijn opera From Dust een op maat gemaakte wereld konden betreden, weet hij ook veel jongeren voor opera te interesseren.
De afgelopen weken organiseerde Van der Aa meerdere ‘doorlopen’, waarbij Theory of Flames zonder onderbreking werd opgevoerd. Zoals half februari, toen hij met zijn team achter een lange tafel zat, en in opperste concentratie het dramatische verhaal volgde dat zich voor zijn ogen ontvouwde. Hij praatte weinig en leek ontroerd toen de laatste aria werd gezongen.
Theory of Flames gaat over regisseur Neola, die tijdens de research voor een film verstrikt raakt in een web van complottheorieën. Haar partner Marianne begrijpt niet waarom ze de overheid opeens niet meer vertrouwt, en waarom ze doorlopend berichten inspreekt over geheim agenten, verdachte patronen en slimme camera’s. De irritaties lopen op en de twee groeien uit elkaar.
Het is een actueel verhaal over communicatie en liefde in tijden van fake news, maar ook een tijdloos verhaal over het subtiele en geleidelijke proces van verwijdering tussen mensen die niet meer dezelfde ijkpunten hebben. Hoe kun je dan toch tot elkaar komen? Die vraagt werpt Van der Aa op in Theory of Flames, zonder een pasklaar antwoord te geven.
Met zijn bijna 56 jaar is hij de oudste van zijn team, dat bestaat uit twee dramaturgen, een musical director, een scenograaf en een kostuumontwerper. Door zijn spiky haar en casual kleding – T-shirt, spijkerbroek, gympen – valt het leeftijdsverschil niet op. „Ik heb de verwondering van een peuter en de melancholie van een tachtiger”, zegt hij halverwege het gesprek.
„Ik ben opgegroeid met een vader die cantates van Bach op de piano speelde. Maar ik hield net zo veel van de Beatles, ABBA, Talk Talk en Kate Bush. Al die invloeden zijn terug te vinden in mijn werk. Vooral mijn moeder stimuleerde me om mijn fantasie de vrije loop te laten. Thuis in Schoorl had ik een speelkamer waar ik doolhoven maakte van lakens, draden en wasknijpers. Vanaf mijn achtste voerde ik voorstellingen op voor mijn ouders. Toen die mij een oude Dual pick-up hadden gegeven, vertelde mijn oom dat als je een van de twee draadjes naar de speaker doorknipt en daar een lampje tussen doet, het gaat knipperen op de muziek. Magisch.”
„Ik werd daar verliefd op de theatrale mogelijkheden van licht, decor en geluid. Ik leerde de spanningsboog van het theater kennen. Elke zaterdag werd gerepeteerd en één keer per jaar voerden we iets op voor het dorp. In feite doe ik nu hetzelfde, maar dan in het groot.”
„Hooggevoelig, maar ook redelijk eigenwijs. Ik had een sterke controledrang en merkte dat ik stand kon houden in deze wereld door dingen te creëren. Dat ik daar gelukkig van werd.”
„Ja. Ik beleefde dingen heel intens, zat vaak in mijn hoofd. Ik had moeite om te verwerken wat ik overdag had meegemaakt – en dat waren geen traumatische, maar hele alledaagse dingen.”
„Nog steeds. En het moeilijke is: soms wil ik het hoofd niet temmen, omdat het een bron van creativiteit is. Het zoeken naar balans daarin is een levenslange strijd.”
„Ik zou willen dat ik meer kan genieten van dat soort momenten. Maar het valt mij zwaar om in zo’n zaal te zitten zonder in mijn hoofd verder te bewegen. Dus broedde ik op een overgangsscène in Theory of Flames. Net zoals ik in deze periode, zo vlak voor de première, met mijn hoofd soms ook al bij mijn volgende werk zit.”
„Ik ben nog steeds rusteloos tijdens vakanties, maar het lukt me beter om te doseren. Niet te vaak ’s avonds doorwerken na een drukke dag. Ik heb sinds een tijdje een eigen werkruimte waar niemand mij stoort. Als ik thuiskom ga ik koken en dan ben ik er ook echt voor mijn vrouw en kinderen.”
Michel van der Aa: „Ik sluit me na voorstellingen wel eens op in het publiekstoilet om de ongefilterde waarheid te horen.”
Hij zucht. „Ja, het gaat heel snel, daar verbaas ik me over. Na de geboorte van ons eerste kind heb ik bewust tijd vrij genomen, maar na de geboorte van ons tweede kind was ik volop met mijn werk bezig. Ook als we met het gezin aan de keukentafel zaten, was ik er vaak niet bij met mijn gedachten. Er zijn wel eens momenten dat ik denk: had ik andere keuzes moeten maken? Waarom heeft het zo lang geduurd voordat ik wat beter leerde doseren? Maar ja, als je carrière begint te lopen is het moeilijk op de rem te trappen.”
„De dood van een ouder is altíjd ingewikkeld, ook als je vijftig bent, al is 24 natuurlijk wel heel jong om een ouder te verliezen. Toen mijn vader overleed zat ik aan het begin van mijn carrière. Ik stopte het verdriet weg, dat is er heel geleidelijk in verdunde vorm uit gekomen. Ik weet niet of het vroege overlijden van mijn vader impact heeft gehad op hoe ik mijn rol als vader zelf invul. Ik denk het eigenlijk niet.”
Hij zwijgt even. „Ik heb altijd al veel over dat thema nagedacht, als tiener al, toen mijn vader nog leefde. Hoe ziet het einde van de levensboog eruit? Hoe kijk je terug? Wat was belangrijk? Waarvan heb je spijt? Misschien heeft dat met mijn rijke fantasie te maken, met dat hoofd dat altijd aanstaat. Dan kom je vanzelf bij de existentiële vragen uit.”
„Absoluut.”
„Niet alleen als het over de dood gaat, maar ook de manier waarop we met elkaar communiceren, het thema van Theory of Flames. Sinds de coronaperiode laten mensen zich niet meer door wetenschappelijk bewijs leiden, maar door de vraag of iets wel of niet in hun wereldbeeld past. We kijken elkaar minder aan, mijden bepaalde onderwerpen. Ik vind dat het grootste probleem van onze tijd. Wat te doen als keihard ontkend wordt dat ICE-agenten onschuldige burgers doden, terwijl hun acties vanuit alle hoeken gefilmd worden? En tegelijkertijd een probleem dat daar haaks op staat: hoe om te gaan met anderen als je je eigen ogen niet meer kan vertrouwen? Als door beeldmanipulatie nep nauwelijks meer van echt te onderscheiden is?”
„Héél beangstigend. En daardoor superrelevant, ook voor kunstenaars. Want naast het feit dat kunst mooi en ontroerend kan zijn, is het ook een manier om kwesties te agenderen en mensen tot meningsvorming en discussie aan te zetten. Het geeft mij een heel fijn gevoel als dat lukt. Ik sluit me na voorstellingen wel eens op in het publiekstoilet om te achterhalen of dat zo is. Zo hoor ik de ongefilterde waarheid.”
„Vaak gaat het alle kanten op, maar in het beste geval betrekken mensen wat ze gezien hebben op hun eigen leven. Dat gebeurde bij After Life en Upload, en als dat bij Theory of Flames ook gebeurt, zit er een gelukkig man op de wc-pot.”
„Zorg dat alle vormen van censuur worden uitgebannen, want zonder artistieke vrijheid kun je geen maatschappelijk relevante kwesties bespreekbaar maken. En geloof me, die censuur is echt een probleem aan het worden. Kijk naar het filmfestival in Berlijn, waar filmmakers zich van de directie niet over politieke kwesties mochten uitlaten. Of de Biënnale van Venetië, waar een kunstproject werd teruggetrokken omdat het tot polarisatie zou kunnen leiden. En wat dacht je van de vele artiesten die niet meer in het Amerikaanse Kennedy Center willen optreden, omdat president Trump daar zijn visie op kunst probeert door te drukken?”
„Nee. Mijn werk is meer humanistisch dan politiek, maar ik ken veel kunstenaars die zich afvragen of ze nog wel een voorstelling over een trans persoon kunnen maken, of over de verschrikkingen in Gaza. Als dat niet meer kan in Nederland, omdat dat tot felle protestacties leidt, kun je spreken van censuur.”
„Boosheid. Ik word er opstandig en activistisch van. Als het moet ga ik de straat op om te protesteren. Ik móet alle gangen in dat doolhof in mijn hoofd kunnen inslaan. Ik zou het héél erg vinden als dat niet meer lukt.”
„Omdat ik mezelf als een humanistische verhalenverteller beschouw, voelt het wat raar om van een activistische opera te spreken. Maar het is waar dat ik met Theory of Flames mensen probeer wakker te schudden. Dat gevoel van urgentie maakt het persoonlijk. Je kan het heel erg met elkaar oneens zijn, wordt letterlijk in de opera gezegd, maar verdiep je in wat een ander kijkt en leest. Al was het maar om nooit het verwijt te krijgen dat je niet alle bronnen hebt geraadpleegd.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden