Home

Pelsjagen, poolonderzoeken: zij braken door het ‘ijzige plafond’

Poolgebied Mannelijke avonturiers maakten naam met heroïsche poolreizen, maar vrouwen gingen óók. En op Spitsbergen zie je tegenwoordig steeds meer vrouwen.

Lada, uit Rusland, werkt als gids in Pyramiden, een voormalig Russische mijnstadje op Spitsbergen, nu een 'spookstad'. Ze draagt een geweer, om een ijsbeer weg te kunnen jagen mocht dat nodig zijn - dat is er verplicht.

Fotoserie

De foto’s bij dit artikel komen uit het boek Only barely still – On Women and Wilderness van de Belgische fotograaf Catherine Lemblé (1990). Zij portretteert daarin vrouwelijke bewoners van de Noorse eilandengroep Spitsbergen in de Noordelijke IJszee.

Ze heetten Fridtjof, Roald, Robert. Of, zoals ze de geschiedenis zijn ingegaan: Nansen, Amundsen Scott. Drie mannen die begin vorige eeuw naam maakten door hun heroïsche reizen naar het poolgebied. Nansen doorkruiste Groenland van oost naar west en kwam dichter bij de geografische Noordpool dan iemand ooit vóór hem. Amundsen plantte triomfantelijk de Noorse vlag op de Zuidpool – ruim een maand voordat de Britse Scott daar uitgeput aankwam. Als helden werden ze, al dan niet postuum, vereerd; hun expeditiedagboeken werden in tientallen talen vertaald. Stoere verhalen over kruiend ijs, intense kou, uitputting, over kameraadschap en verbroedering. Verhalen waar maar heel zelden een vrouwennaam in voorkomt. IJs, dat was een mannenaangelegenheid.

Voor de bühne, uiteraard. Want door de eeuwen heen heeft het poolgebied óók altijd toebehoord aan vrouwen. De Vikingvrouwen die duizend jaar geleden naar Groenland voeren. Inuitvrouwen. Pelsjaagsters. Poolonderzoeksters.Ook met de grote Westerse poolhelden reisde altijd wel een vrouw mee – op z’n minst in gedachten. Fridtjof Nansen schreef, op zijn lange scheepsreis naar het noorden, tientallen liefdesbrieven aan zijn vrouw Eva Sars. Brieven waar hij haar liefkozend ‘Evapadje’ noemde en fantaseerde over hun hereniging. „Liefde is de sterkste macht in ons bestaan”, schreef hij, smachtend naar het thuisfront. Roald Amundsen, op zijn beurt, was ongetrouwd maar hield er altijd wel een geheime minnares op na. Zo raakte hij kort na zijn Zuidpoolverovering smoorverliefd op Kristine Elisabeth Bennett, kortweg ‘Kiss’- zodanig zelfs dat hij tijdens latere poolreizen hele dagboeken aan haar volschreef, tot zijn dood aan toe. De vliegtuigen waarmee hij in 1925 naar de Noordpool probeerde te vliegen noemde hij Kristine en Elisabeth. En dan was er nog Kathleen Bruce, de grote liefde van Robert Falcon Scott. Zij voer met hem mee naar Antarctica, stond hem met raad en daad terzijde totdat hij aan zijn daadwerkelijke zuidpoolexpeditie begon. En toen hij op de terugweg, na die aftroeving door Amundsen, door uitputting, honger en onderkoeling overleed in zijn tent, was zij tot het laatst in zijn gedachten. „Aan mijn vrouw”, schreef hij boven zijn laatste liefdesbrief – om dat vervolgens door te strepen en ervan te maken: „Aan mijn weduwe”.

Al die vrouwen maakten, achter de schermen, de poolreizen van hun echtgenoten mogelijk. Ze zorgden niet alleen voor de kinderen maar haalden soms zelfs het geld binnen waarmee de terugreis van hun wederhelft moest worden gefinancierd, want poolexpedities waren een dure hobby. De Amerikaanse Josephine Peary, getrouwd met Robert Peary, zag haar man maar liefst zeven keer naar Groenland vertrekken. De eerste keren ging ze mee, want vrouwen aan boord waren, zoals hij het zelf omschreef, „goed voor het hooghouden van de mannelijke uitmuntendheid”. Hoogzwanger stapte ze aan boord, om ver boven de poolcirkel van een dochter te bevallen. Hun tweede dochter werd thuis geboren, maar overleed toen ze zeven maanden oud was. Radeloos regelde Josephine opnieuw geld voor een schip naar Groenland, om hoogstpersoonlijk Robert te gaan ophalen. In de haven aangekomen bleek hij zelf weer op trektocht over de ijskap. Wel aanwezig was Aleqasina, een Inuitmeisje – een puber nog – bij wie hij een kind bleek te hebben verwekt.

Jenny, Cornelia en Lea leerden elkaar kennen op de volkshogeschool op Spitsbergen. Hier zitten ze onder een kabelbaan die steenkool vervoerde toen mijnbouw nog groot was op Spitsbergen.

De voormalige Russische mijnbouwnederzetting Pyramiden.

Plassen boven de poolcirkel

Mijn eigen eerste poolervaring had ik begin 2009, toen ik een paar maanden studeerde op de Noorse eilandengroep Spitsbergen, ver boven de poolcirkel, aan de noordelijkste universiteit ter wereld. Met sneeuwscooters trokken we erop uit om veldwerk te doen: we zetten boringen in permafrost terwijl er altijd één van ons op de uitkijk stond, als ijsbeerwacht. Als een van de vrouwen in onze groep moest plassen dan gingen we direct maar alle zes tegelijk; we stroopten bij 25 graden onder nul onze overalls naar beneden en stonden met onze ruggen naar elkaar toe in een cirkel – ook weer zodat we bijtijds eventuele ijsberen konden spotten.

Ik zakte bijna met een sneeuwscooter door het zee-ijs en mijn vingers waren tijdens veldwerk gevoelloos door de kou. Toch verloor ik mijn hart aan dat weidse, witte landschap. Daar te wonen tussen de gletsjers, ver weg van de bewoonde wereld, had iets magisch. Later keerde ik diverse malen terug, naar Spitsbergen, Groenland en Antarctica – als journalist en reisgids. Tijdens de verplichte schiettraining die ik als gids op Spitsbergen moest volgen snauwde de instructeur me toe: „You shoot like a girl.” In zijn ogen hoorden vrouwen alleen boven de poolcirkel thuis als ze zich als mannen gedroegen.

Gelukkig was hij in de minderheid – verreweg de meeste mannen die ik in en rond de hoofdstad Longyearbyen tegenkwam waren vrouwvriendelijk. Sinds een jaar of tien vestigen zich zelfs meer vrouwen dan mannen op Spitsbergen, las ik recentelijk in het fotoboek Only barely still. Daarin portretteert de Belgische fotograaf Catherine Lemblé de hedendaagse vrouwen op Spitsbergen, als eerbetoon. Vrouwen op sneeuwscooters, vrouwen met geweren, vrouwen achter een hondenslee, vrouwen bij de steenkolenmijn: vrouwen die zich het eiland boven de poolcirkel eigen hebben gemaakt. Te lang hebben de westerse ontdekkingsreizigers het poolgebied gefeminiseerd, door het te omschrijven als maagdelijk landschap, als een passief lichaam dat kan worden veroverd en getemd, schrijft de Britse schrijfster Abi Andrews in een begeleidend essay. Ze haalt een sciencefictionverhaal van Ursula Le Guin aan, uit 1982, waarin een groep Zuid-Amerikaanse ontdekkingsreizigsters lang voor Amundsen en Scott op de Zuidpool arriveert – maar de vrouwen besluiten hun ontdekking geheim te houden, en zo het poolgebied te beschermen.

Ook de Oostenrijkse Christiane Ritter (1897-2000) wordt genoemd in het fotoboek van Lemblé. Zij overwinterde in 1934 op Spitsbergen, samen met haar echtgenoot en een bevriende Noor. De heruitgave van haar dagboek (in Nederland gepubliceerd in 2018) werd een bestseller. Ze skiet, ze poetst, ze bakt en ze raakt ingesneeuwd in een arctische storm. Als de mannen, na weken afwezig te zijn geweest, opeens weer opduiken in de kleine hut merkt ze hoe ze aan territorium moet inboeten: „Ik ren heen en weer tussen provisiekast en waskom, tussen kokend water en sneeuw, tussen kachel en tafel. Ik voel me net een kanarie die na een lang uitstapje in de openlucht zijn kooi herkent en nu vrolijk van het ene stokje naar het andere wipt.”

Brigitte voor de Sveagletsjer. Het grootste deel van haar leven bracht ze door op zee. Als kapitein voer ze de wereld rond. Ze werkt vaak op Spitsbergen voor een toeristische organisatie die onder meer boot- en kajaktochten organiseert.

Bloedpudding

Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren overwinterende vrouwen zoals Ritter nog sterk in de minderheid – pas in 1898 was er voor het eerst een ploeg pelsjagers gearriveerd met zowel vrouwen als kinderen. Gangbaar zou het pas decennia na 1945 worden. De meeste vrouwen gingen mee als huisvrouw en assistent. Sommige vrouwen beviel het leven boven de poolcirkel zo goed dat ze er jaren bleven. De Noorse Hansine Hansen bijvoorbeeld, die begon als kok en keukenmeid in de kleine steenkoolmijnstad Ny-Ålesund, aan de noordwestkust van Spitsbergen. Ze raakte zwanger van een Duitser en werd alleenstaande moeder van een dochtertje, Hanna, tot ze de pelsjager Peder Pedersen ontmoette en met hem de wildernis in trok. Ze had een eigen wapen, trok eropuit, plaatste vossenvallen met lokaas. Bij vlagen verlangde ze naar de bewoonde wereld – bijvoorbeeld in de herfst van 1929, toen ze hoogzwanger was van hun zoontje. „Vannacht lag ik te huilen omdat ik plotseling zo’n allesomvattende zin in verse melk of verse vis kreeg”, schreef ze in haar dagboek. „Mijn arme man wist zich geen enkele raad. We hadden proviand voor twee jaar, alles waarvan die IJszee-vaarder van me dacht dat we het nodig zouden hebben. Maar verse melk of verse vis, midden in de winter in het noorden op Spitsbergen, was meer dan hij kon regelen.” Maar kort daarna maakte ze alweer opgewekt bloedpudding van zeehondenbloed en uiteindelijk raakte hun zoontje zo goed doorvoed dat hij later, bij een dokterscontrole, als dreumes van anderhalf al even groot bleek als een driejarige peuter.

Ronja met huskypuppy’s. Zij groeide op Spitsbergen op en verhuisde op haar achttiende naar het vasteland. Inmiddels werkt ze als schrijnwerker en zangeres.

Niet elk poolverhaal kende een happy end. Zoals Scott tragisch aan zijn einde kwam in zijn slaapzak op Antarctica, zo stierven ook sommige poolheldinnen in het harnas. De Noorse Ilse Grau bijvoorbeeld, die in 1936 haar verloofde Ewald Schmutzler – een Duitse pelsjager – naar Spitsbergen achterna reisde om te ontkomen aan haar gewelddadige stiefvader. Ilse ging met Ewald mee op alle jachttochten en bij alle andere werkzaamheden en uitstapjes buiten de hut, tijdens de hele poolnacht, maar de vangst was karig. Die hele winter hadden ze maar tien poolvossen gevangen en in het voorjaar besloten ze naar het vasteland van Noorwegen terug te keren om te trouwen. Toen sloeg het noodlot toe.

Hij zou, bij een naburig radiostation, post gaan halen en informatie inwinnen over boottochten naar Noorwegen. Normaal gesproken duurde die skitocht een uur of vijf, maar uiteindelijk keerde hij pas na een dikke week terug – waarschijnlijk omdat het te hard waaide. Bij thuiskomst trof hij Ilse niet meer aan.

Na lang zoeken vond hij, samen met een vriend, eindelijk skisporen, een paar kilometer ten noorden van hun hut. De sporen eindigden abrupt in de Orustrivier, en stroomafwaarts vonden de mannen een skistok van Ilse. Na een poosje troffen ze ook haar lichaam aan – vastgevroren in het ijs, daar waar de rivier uitmondde in een lagune. Hoe ze precies gestorven is, is nooit opgehelderd.

Mia werkte in mijn Gruve 7. De foto is genomen toen net was aangekondigd dat deze binnenkort zou sluiten. Mia verliet Spitsbergen in 2025, en hoopt elders in het poolgebied te kunnen werken.

Spitsbergens hoofdstad Longyearbyen tijdens de poolzomer in augustus, wanneer de zon dag en nacht boven de horizon blijft.

Siberische dochters

Soms werden poolvrouwen juist uit hun noordelijke omgeving weggerukt – denk aan Camilla en Kakonita, de in 1912 geadopteerde Siberische dochters van Roald Amundsen. Ze kwamen bij hem aan boord tijdens een mislukte scheepsexpeditie door de Noordoostelijke Doorvaart – een noordelijke doorsteek naar China langs Rusland waar zeevaarders allang naar zochten. Kakonita’s vader, die werkte op Amundsens schip, was alleenstaand, Camilla kwam uit een groot gezin; de ouders hoopten op een beter leven voor hun dochters.

Of dat lukte is de vraag: aanvankelijk gingen ze met hun adoptievader naar zijn huis in Noorwegen, maar toen hij weer nieuwe avonturen plande werden ze ondergebracht op een kostschool in Denemarken. En toen hij na de mislukte Noordoost-passage bankroet ging besloot hij in 1924 dat ze terug moesten naar Siberië, waar ze niet goed meer konden aarden – uiteindelijk belandden ze in Seattle, waar hij ze in het voorjaar van 1927 opzocht. Een jaar na die laatste ontmoeting kwam Amundsen om het leven, tijdens een reddingsexpeditie voor de Italiaanse zeppelinvaarder Umberto Nobile bij Spitsbergen. Kakonita behield de achternaam Amundsen en hield lezingen over haar adoptievader; Camilla sprak later nooit meer over hem.

Na Amundsens dood bleven de polen lonken, zowel voor mannelijke als voor vrouwelijke avonturiers. De Deense Caroline Mikkelsen was de eerste vrouw die aan land ging op Antarctica, in 1935 – kort na de overwintering van Christiane Ritter op Spitsbergen. Ze vormde een uitzondering, want de dertienhonderd vrouwen die zich in 1937 kandidaat stelden voor een geplande (maar nooit gerealiseerde) nieuwe Britse expeditie naar het continent werden allemaal afgewezen. Pas in 1969, het jaar van de maanlanding, bereikte een team van zes vrouwen de geografische Zuidpool. In 1994 deed de Noorse Liv Arnesen dat nog eens dunnetjes over, tijdens een solotocht op ski’s. En op 8 januari 2008 was Bernice Nootenboom de eerste Nederlandse vrouw die skiënd de Zuidpool bereikte: een tocht van 840 kilometer.

Angie, de frontdeskmanager Gjestehuset 102, het enige hostel in Longyearbyen, de hoofdstad van Spitsbergen. Zij isFilippijnse; de Filipijnse gemeenschap op Spitsbergen telt ruim tweehonderd mensen.

Het ijzige plafond

Er zijn ook steeds meer vrouwelijke geologen, biologen en glaciologen. Een verbetering ten opzichte van ruim een eeuw geleden, toen de Britse paleobotanist Marie Stopes tevergeefs aan Robert Falcon Scott vroeg of ze mee mocht naar Antarctica. (Het mocht niet, maar hij beloofde wel om fossielen voor haar mee terug te nemen – die werden na de fatale tocht in 1912 bij zijn levenloze lichaam teruggevonden.)

Toch is het ‘ijzige plafond’ nog altijd niet doorbroken, stond in 2023 op de website van de British Antarctic Survey boven een interview met Jane Francis, hun eerste vrouwelijke directeur. Het Britse instituut, gevestigd in Cambridge, kreeg dat jaar een prijs toegekend vanwege de inspanningen voor meer gendergelijkheid. Op Spitsbergen streeft de universiteit ernaar dat in 2028 ten minste 40 procent van de hoogleraren vrouwelijk is, ten opzichte van 22 procent in 2022.

De Britten en de Noren lijken wat dat betreft een uitzondering. De doorstroom van vrouwelijke promovendi naar academische posities hapert; veel onderzoeksters krijgen te maken met seksistisch gedrag. Uit een publicatie in wetenschapstijdschrift PNAS bleek recentelijk dat vier op de vijf vrouwen negatieve ervaringen had opgedaan tijdens veldwerk in het poolgebied, variërend van menstruatieongemak en seksisme tot ongewenste intimiteiten en lichamelijk geweld.

En zelfs op Spitsbergen zijn vrouwen, alle gendergelijkheid ten spijt, niet onder álle omstandigheden welkom. Wie hoogzwanger is, moet naar het vasteland vertrekken, omdat het ziekenhuis de juiste voorzieningen niet heeft. Sterven is er (ongeacht geslacht) in principe ook verboden: begrafenissen mogen er niet langer plaatsvinden.Kathleen Bruce, de weduwe van Robert Falcon Scott, nam nooit echt afscheid van haar man. Toen ze Antarctica verliet was dat met stille trom, want – zo zei ze later: „Ik wilde niet dat iemand hem verdrietig zou zien.” Later, in 1913, reisde ze per schip naar Nieuw-Zeeland om hem daar op te wachten; niet wetend dat haar man al bijna een jaar eerder was doodgevroren op het ijs. „Het ergste van deze hele situatie is de gedachte dat ik jou niet meer zal zien”, schreef hij in zijn laatste brief. Hij benadrukte dat hij er alle vertrouwen in had dat zij „wijs” en niet ­sentimenteel zou handelen. Ze was een sterke vrouw – dat kon niet anders, als echtgenote van een poolreiziger. Of, zoals Fridtjof Nansen schreef in het boek over zijn poolreis, dat hij aan zijn echtgenote Eva opdroeg: „Aan haar, die de moed had om achter te blijven.”

De bevroren kustlijn van Adventfjorden bij min 30 graden Celsius. Deze fjord vriest tegenwoordig niet meer helemaal dicht, waardoor het niet meer mogelijk is hem te voet of met een slee over te steken.

Gemma Venhuizen is fysisch geograaf en wetenschapsredacteur bij NRC. Ze vertaalde recentelijk het boek Poolliefde van de Noorse auteurs Anders Bache en Sigri Sandberg, over het liefdesleven van poolreizigers (Uitgeverij De Geus, 240 pagina’s, 21,99 euro).

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next