In mijn nieuwe sportlegging ben ik op de fiets onderweg naar mijn krachttraining, een nieuwe rode sportlegging omdat altijd maar zwart zo saai is, als een jonge gast me achteropkomt, met een grote sporttas op het stuur. Hij haalt me in, houdt even de benen stil en zegt: „Ik dacht, ik zeg het toch maar even: je schijnt best wel door van achteren.”
Wow. O… Hoe gênant.
„Dankjewel”, stamel ik met gloeiende wangen. „Wat goed dat je dat zegt, dankjewel, echt!” De jongen trekt een scheef glimlachje en fietst snel verder. Ik draai me om, en rij weer naar huis. In de spiegel zie ik dat hij helemaal gelijk heeft: mijn zwarte onderbroek is duidelijk te zien, door de stof heen, helemaal als ik een squatbeweging maakt.
Shit.
Ik heb al twee keer in deze broek mijn krachttraining gedaan. Heeft niemand het gezien? Of heeft gewoon niemand er iets van gezegd? Schaamte bekruipt me. Hoe kan een kwaliteitsbroek van tachtig euro nu doorschijnen, denk ik boos. En meteen er achteraan voel ik dankbaarheid voor de gast op de fiets die de moed had er iets van te zeggen.
Want dat is het, hè. Dit zijn dingen waar we niks over durven te zeggen. Helemaal in deze tijden, waarin de term grensoverschrijdend gedrag nooit ver weg is, en jongens en mannen onzeker zijn over wat ze wel en niet ‘mogen’. Laten blijken dat je naar de billen van een vrouw hebt gekeken, lijkt soms al een doodzonde. Maar iedereen heeft ogen, en tussen waarnemen en staren zit een groot verschil.
Laat ik maar gewoon heel duidelijk zijn: zeggen dat iemand doorschijnt, mag. Heel graag zelfs. Sterker nog, het moet eigenlijk, en nu deze week de lente is aangebroken, kan ik het niet genoeg benadrukken. Veel mensen halen hun racefiets weer uit de schuur, en hun oude wielerpakjes uit de kast. Want natuurlijk gaat het niet alleen mis bij sportleggings. Ook bij fietsbroekjes, zwempakken, en allerhande andere strakke sportkleding groeit het doorschijnrisico met het aantal keren dragen en het aantal wasbeurten.
Hoe vaak ik wel niet achter iemand heb gefietst in een fietsbroek die doorscheen. En je ziet dat zelf niet hè, dat je in volle glorie je bilspleet toont. Vrouwenbillen zijn nog tot daaraantoe om aan te zien, maar op mannenbillen zit vaak ook haar. Van die kleine zweterige krulletjes onder het te dunne laagje stof.
Wat vaak gebeurt, is dat er besmuikt wordt gelachen. En gewezen. Kijk die eens. Wat dom dat je er zo bijloopt. Maar eigenlijk, heel eerlijk: dat is toch ontzettend onvolwassen? Stel je voor dat jij de bespotte persoon bent, en je bent je van geen doorschijnende bilspleet bewust.
Dus. Wees en vent. Of een vrouw. Zeg er wat van. Altijd, ook als het de andere sekse betreft. En dat kan supercasual: de zin die de jonge gast met zijn sporttas bedacht had, is eigenlijk perfect. Neutraal en beleefd. Niets is schaamtevoller dan sporten met een doorschijnende achterkant. Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet aan. Iedereen zal je dankbaar zijn.