Meisjesschool In de eerste uren van de Amerikaanse ‘Operation Epic Fury’ worden ruim honderd Iraanse meisjes gedood na een aanslag op hun basisschool. Hoe heeft het zover kunnen komen?
Zo'n honderd graven worden gedolven op de begraafplaats in Minab in Iran voor de begrafenis van de kinderen en de leraren die omkwamen door de luchtaanval op de school op 28 februari 2026.
Het is 9:45 Iraanse tijd op zaterdag 28 februari als de Verenigde Staten en Israël, na wekenlange onderhandelingen over Irans nucleaire programma, het land plotseling aanvallen. Tientallen Iraanse steden worden gebombardeerd. Niet veel later wordt een meisjesschool in Minab, een stad in het zuiden, getroffen. Het is direct de dodelijkste aanslag met burgerslachtoffers van deze oorlog tot nu toe: ruim honderd burgers komen om, onder wie vooral jonge kinderen.
Maar de dagen na de aanslag gaat het niet alleen om de meisjes. Vrijwel direct ontwikkelt zich op sociale media een storm aan misinformatie: claims dat de aanslag niet echt is, dat de beelden nep zijn of dat Iran de school zelf – expres of per ongeluk – heeft gebombardeerd. Tussen de ruis door wordt langzaam duidelijk dat het wellicht om een fout gaat van het Amerikaanse leger. Wat weten we een week later van de aanslag op de meisjesschool?
NRC analyseerde satellietbeelden, verifieerde foto’s van het bombardement en sprak met experts om te reconstrueren hoe een school vol kinderen doelwit werd op de eerste dag van, zoals de Verenigde Staten hun oorlogsmissie noemen, ‘Operation Epic Fury’.
De schoolweek loopt in Iran van zaterdag tot en met donderdag, dus bij de eerste raketaanvallen zijn de lessen net begonnen. Dan, tussen 10 en 11 uur lokale tijd, wordt de Shajareh Tayyebeh-school in Minab geraakt door een raket. Ruim honderd kinderen tussen 7 en 12 jaar worden gedood.
Op sociale media verschijnt een video van na de aanval: bijna het hele dak van het schoolgebouw ligt eraf, op het plein eromheen ligt puin, volwassenen staan rondom het gebouw. Er wordt geschreeuwd, een vrouw staat met de handen in het haar toe te kijken hoe mannen klimmend over het puin naar de kinderen zoeken.
Op video's van net na de luchtaanval is het verwoeste schoolgebouw te zien.
Urenlang is dit het enige beeld van de aanslag op de school; de door het regime opgezette internetblokkade maakt het voor Iraniërs vrijwel onmogelijk om te delen wat er in hun land gebeurt. Maar die ene video is voldoende om te achterhalen waar die is genomen: naast een militair complex in Minab.
Minab ligt in Hormozgan in het zuidoosten van Iran. De provincie is van groot militair belang, omdat het uitkijkt over de Straat van Hormuz en de Perzische Golf. Dit maakt de stad een strategisch knooppunt voor de marine van de Revolutionaire Garde.
Op satellietbeeld is te zien dat de school ongeveer zestig meter van de militaire basis ligt. In de basis bevinden zich meerdere gebouwen, waaronder een medische kliniek van ‘de marine van de Islamitische Revolutionaire Garde’, zo is te lezen op de gevel, en een gebouw genaamd het ‘Seyyed al-Shuhada Cultureel Complex van de Revolutionaire Garde‘.
Op de website van de Islamitische Revolutionaire Garde staat dat de Asef Missile Brigade inderdaad in Minab is gestationeerd. Deze brigade wordt beschouwd als een van de belangrijkste onderdelen van de marine van de Revolutionaire Garde.
Het is duidelijk dat de school geen onderdeel is van de militaire basis: de school en de speelplaats zijn met muren afgeschermd van de rest van het complex. In het verleden maakte het gebouw van de school wel deel uit van de basis, tonen satellietbeelden. Maar tussen 2013 en 2016 is het met muren van de basis gescheiden.
Er zijn meer tekenen dat het gebouw inmiddels civiel wordt gebruikt. Vanaf 2016 is op satellietbeelden te zien dat de militaire observatieposten rondom de school zijn weggehaald en dat er een aparte ingang is gekomen voor de schoolkinderen. Vanaf 2018 is de afscheidingsmuur beschilderd met kinderlijke tekeningen en zijn de kenmerkende lijnen van een sportveld op het schoolplein te zien.
Ook als op basis van verouderde informatie werd aangenomen dat dit gebouw bij het militaire complex hoorde, waren er verschillende zichtbare aanwijzingen dat het gebouw inmiddels civiel wordt gebruikt.
Hoe is het schoolgebouw gescheiden van de militaire basis? Scroll in vijf stappen door de beelden heen. Tekst gaat door onder de graphic.
De Shajareh Tayyebeh-school in Minab maakt deel uit van een uitgebreid netwerk van scholen die structureel en administratief verbonden zijn met de marinebasis, schrijft Al Jazeera. Veel leerlingen zijn kinderen van militairen van de Revolutionaire Garde.
Maar dat verandert niets aan de vraag of deze aanval geoorloofd is, zegt Jessica Dorsey, universitair docent Internationaal Recht aan de Universiteit Utrecht. De muur tussen de marinebasis en de school is volgens Dorsey een belangrijk detail. „De school is duidelijk afgescheiden van de militaire basis. Dus ze wisten of hadden moeten weten dat dit een civiel gebouw was.”
Zelfs wanneer scholen wél voor militaire doeleinden worden gebruikt, vereist het humanitair oorlogsrecht nog steeds dat alle mogelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om „incidentele schade aan burgers en civiele infrastructuur” te voorkomen, aldus het Internationale Comité van het Rode Kruis.
Dat lijkt hier niet te zijn gebeurd, zegt Dorsey. De aanval vond plaats tijdens schooltijd. „Omdat de school dichtbij militaire doelen ligt, lijkt het op een geval van verkeerde doelidentificatie. Ze hadden het gebouw als school moeten herkennen en voorzorgsmaatregelen moeten nemen.” Zoals het plannen van de aanval buiten lestijd, of het waarschuwen van de school.
Verkeerde doelidentificatie kan te maken hebben met het hoge tempo van de operatie. „Als je in vier dagen ongeveer 2000 aanvallen uitvoert, iets wat tegen ISIS in Irak en Syrië zes maanden duurde, kan het moeilijker zijn om je verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht na te leven en geen fouten te maken bij het raken van doelwitten.” Het hoge tempo maakt het bovendien lastiger om aanvallen tussentijds of achteraf grondig te evalueren, vervolgt ze.
Volgens Dorsey zou het bombardement op de school mogelijk een oorlogsmisdaad kunnen zijn. „Zelfs al waren er militairen aanwezig geweest, blijft een school een burgerobject. Je mag die dan niet opeens vernietigen.”
Patrick Bolder, oud-luchtmachtofficier en defensie-expert bij The Hague Centre of Strategic Studies, denkt ook dat duidelijk moet zijn geweest dat het om een school ging, vanwege de goede informatiepositie van Amerika en Israël over Iran. „Israël had zelfs toegang tot verkeerscamera’s in Teheran-stad. We zien dat beide landen veel doelen in Iran weten te raken. Dat betekent dat er heel lang onderzoek is gedaan.”
De kritiek past in een breder plaatje van zorgen over ‘Operation Epic Fury’. Volgens veel critici druist de oorlog in tegen het internationaal recht. Eerder zei universitair hoofddocent Marieke de Hoon tegen NRC: „De aanval op Iran is in strijd met het geweldsverbod, de centrale steunpilaar van de internationale rechtsorde.”
Ondanks de internetblokkade verschijnen na de aanslag meer beelden online van de ravage. Ook Iraanse staatsmedia delen tientallen foto’s; op de gepubliceerde beelden, die door NRC zijn geverifieerd, zijn de lichamen van jonge kinderen te zien, onder het puin of in een lange rij lijkzakken naast elkaar gelegd. Volgens Iraanse autoriteiten zijn bij de aanval tussen de 160 en 180 mensen gedood en rond de 100 gewond geraakt – onder wie vooral kinderen. Hoewel op beelden meerdere slachtoffers te zien zijn, kan NRC het exacte dodental niet verifiëren.
Uit de extra beelden blijkt dat niet alleen de school is gebombardeerd, maar ook andere gebouwen binnen de basis, waaronder de medische kliniek. Dit is ook zichtbaar op satellietbeelden. Volgens het humanitair oorlogsrecht moeten bij aanvallen op gezondheidsinstellingen, net als bij scholen, burgerslachtoffers zoveel mogelijk worden voorkomen.
Op beelden van net na de luchtaanvallen zijn meerdere rookpluimen te zien bij het militaire complex naast de school.
De locatie van de school en het feit dat andere plekken binnen de basis zijn gebombardeerd, kunnen erop wijzen dat de school werd geraakt als onderdeel van een reeks aanvallen op de militaire basis.
Waar hebben de projectielen de militaire basis geraakt? Scroll in twee stappen door de beelden heen. Tekst gaat door onder de graphic.
Wie verantwoordelijk is voor het bombardement op de meisjesschool, en waarom dit is gebeurd, is nog niet duidelijk. Dinsdag zei de Amerikaanse Buitenlandminister Marco Rubio tegen journalisten dat het ministerie van Oorlog „het zou onderzoeken als dat onze aanval was”, en dat de VS „niet opzettelijk een school als doelwit zouden kiezen”. Een dag later zei de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth in een persconferentie dat de Amerikanen inderdaad onderzoek gaan doen naar het bombardement. Inmiddels wijst onderzoek van Reuters er echter op dat de aanval waarschijnlijk door de VS is uitgevoerd, al loopt het officiële onderzoek nog.
Waarom is de school dan toch geraakt? Defensie-expert Bolder zegt dat onderzoek van de verantwoordelijke krijgsmacht dit nog moet uitwijzen, maar hij acht een technisch probleem het meest waarschijnlijk: „Het feit dat twee van de drie raketten wel het militaire doel geraakt hebben, is voor mij een indicatie dat hier iets fout is gegaan, mogelijk een mankement. Praat dat het goed? Absoluut niet. Dan had je niet op dat tijdstip tijdens schooltijd dat bombardement uit moeten voeren, of op een andere manier moeten zorgen dat die school nooit getroffen kon worden.”
Volgens HRANA, een in de VS gevestigde organisatie die de mensenrechten in Iran monitort, zijn er sinds het uitbreken van deze oorlog al bijna 1.200 burgers gedood.
De arm van een gedood kind ligt in het puin. Reddingwerkers en bewoners zoeken naar slachtoffers in de nasleep van de luchtaanval op de meisjesschool in Minab.
Drie dagen na de aanslag, dinsdag 3 maart, worden de slachtoffers begraven. Duizenden Iraniërs verzamelen zich rondom de kisten die door een vrachtwagen naar de Hermud begraafplaats in Minab worden gebracht. Rouwende omstanders gooien bloemen en snoepjes.
Het Iraanse regime verspreidt tientallen foto’s van de rouwstoet en de begraafplaats voor de gedode meisjes. Ook op satellietbeelden van 4 maart is te zien dat er een nieuw vlak is toegevoegd aan de begraafplaats. Er zijn meer dan honderd nieuwe graven gedolven.
Tips? onderzoek@nrc.nl
Over het bombardement op de school verschijnt direct nepnieuws. Zo wordt online beweerd dat een mislukte raketlancering van de Iraanse Revolutionaire Garde de oorzaak is. De post van X-gebruiker @Tarikh_Eran is bijna anderhalf miljoen keer bekeken, ondanks dat de inhoud ervan snel werd ontkracht: de mislukte lancering was op een andere locatie in Iran.
Een dag later gaan gemanipuleerde berichten rond waarin Iran zelf zou toegeven achter de aanval te zitten. Deze blijken afkomstig van pro-Pahlavi accounts, aanhangers van de zoon van de verdreven Shah.
Iraanse Staatspersbureaus brengen tientallen foto’s naar buiten van de rouwstoet, de graven voor de meisjes en rouwende ouders. Dat is opvallend, omdat van de Iraanse slachtoffers van de demonstraties in januari nauwelijks beelden naar buiten kwamen. Online verschenen ook AI-gegenereerde beelden over de gedode meisjes.
Door tegenstanders van het Iraanse regime worden de beelden van de begrafenis in twijfel getrokken. NRC verifieerde de beelden, net als The New York Times. Desondanks viel het een journalist op dat X ten onrechte een geautomatiseerde factcheck had toegevoegd aan de begrafenisfoto’s. Daarin wordt beweerd dat ze niet in Iran zijn genomen, maar in Indonesië tijdens de coronapandemie.
Alle beelden die voor dit verhaal zijn gebruikt zijn door NRC op basis van openbronnenonderzoek [osint] geverifieerd. Het verificatieproces van NRC richt zich op de authenticiteit van het beeld, de datum en de exacte locatie waar het is opgenomen.
Om de plek en tijd van het beeldmateriaal te verifiëren, vergeleken de auteurs onder meer opvallende details zoals gebouwen, opschriften op borden, het weer en begroeiing in de video’s met referentiebeelden van de omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van onder andere satellietbeelden, Google Street View en het Iraanse kaartplatform Neshan. Ook zijn oudere beelden van de locatie gebruikt.
De beelden zijn verzameld via sociale media en persbureaus. Vanwege de internetblokkade in Iran is het vrijwel onmogelijk om beelden op te vragen van ooggetuigen, waardoor een deel van het gebruikte beeld afkomstig is van Iraanse staatsmedia.
Met medewerking van: Pauke van den Heuvel
Graphics: Pepijn Barnard