Rubriek Nederlanders maken zich meer zorgen over online criminaliteit dan ’traditionele’ vormen zoals woninginbraken. Maar er zijn nog altijd meer mensen met extra sloten op hun buitendeuren dan tweestapsverificatie op online accounts.
De website Have I Been Pwned op een laptop. Deze site wordt door experts aangeraden om te controleren of gegevens zijn gelekt.
Pling, een email van Odido. Je hebt misschien wel recht op compensatie omdat je gegevens in de gestolen data van de telecomprovider zitten, staat er. Maar: „Wij wijzen u erop dat het invullen en indienen van het compensatie-aanvraagformulier een verplichte voorwaarde vormt binnen onze dienstverlening.” Of je even op het bijgevoegde linkje wil klikken.
Het is een email die veel klanten van Odido de afgelopen week kregen, maar die niet van het bedrijf afkomstig is. „Klik niet op links, vul geen gegevens in en verwijder de email”, waarschuwt Odido zelf.
Oplichting op internet is de vorm van criminaliteit die Nederlanders het vaakst vrezen. Ruim 17 procent van de Nederlanders is bang de komende twaalf maanden te maken te krijgen met oplichting via internet. Dat blijkt uit de Veiligheidsmonitor, een grote enquête onder Nederlanders van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarin vroeg CBS mensen hoe groot zij de kans achten in het komende jaar slachtoffer te worden van vijf specifieke vormen van criminaliteit, waaronder online oplichting en een woninginbraak. Veel minder mensen zijn bang voor een woninginbraak: 6 procent.
Toch zijn er nog altijd meer slachtoffers van misdrijven in de fysieke wereld (naast diefstal en mishandeling ook bijvoorbeeld vernielingen of seksuele delicten), dan van criminaliteit op internet. 20 procent van de Nederlanders zegt slachtoffer te zijn geworden van ’traditionele’ misdrijven, zoals diefstal, vernielingen of mishandeling. Ruim 16 procent van de Nederlanders geeft aan slachtoffer te zijn geweest van online criminaliteit, naast oplichting bijvoorbeeld ook bedreigingen. In de helft van de gevallen gaat het om aankoopfraude: het slachtoffer betaalde voor een online aankoop, maar kreeg geen of niet het juiste product.
Eén leeftijdsgroep heeft wel meer te maken met online criminaliteit dan traditionele misdrijven: 65-plussers. Dat komt óók doordat ouderen relatief weinig met criminaliteit te maken hebben. „In het algemeen is criminaliteit iets voor jongeren, zowel aan de kant van het slachtoffer als van de dader”, zegt Maarten Bloem, onderzoeker bij het CBS. „Jongeren tasten grenzen af, en zijn vaker op drukke plekken waar het mis gaat, zoals het openbaar vervoer of het uitgaansleven.”
Mogelijk worden ouderen ook vaker slachtoffer van online criminaliteit omdat ze wat minder weerbaar zijn dan andere leeftijdsgroepen. „In het digitale domein komen nieuwe vormen van criminaliteit snel op”, zegt Bloem. „Ouderen passen zich wellicht wat minder makkelijk aan die nieuwe vormen aan.”
Hoewel Nederlanders zich zorgen maken over digitale criminaliteit, nemen ze relatief weinig maatregelen om zich te beschermen. Het huis wordt beter beveiligd dan digitale accounts: bijna 60 procent van de Nederlanders heeft extra sloten op de buitendeuren, terwijl nog niet de helft digitale accounts heeft beveiligd met tweestapsverificatie. Een kwart van de Nederlanders zegt geen sterke, moeilijk te raden wachtwoorden te gebruiken.
65-plussers maken er het minst gebruik van: een derde gebruikt géén sterke wachtwoorden. Maar ook jongeren van 15 tot 25 jaar gebruiken zulke wachtwoorden relatief weinig : 27 procent doet dat niet, ten opzichte van 21 procent onder 25 tot 45-jarigen.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren