De plantaardige Tiergarten Burger in het Berlijnse Hard Rock Café mag 'burger' blijven heten.
Vegaburger mag wel, kipstuckjes niet. Groenteworst wel, ‘Let It Beef’-reepjes niet. Het Europees Parlement en de lidstaten hebben donderdag tot in detail afgesproken welke vleesnamen niet meer op vleesvervangers mogen staan.
In oktober stemde het parlement voor een verbod dat ook moest gelden voor ‘burger’ en ‘worst’, maar die zijn nu van de lijst geschrapt – een milde afzwakking dus.
Rund, kalf, varken en kip, en ‘eetbare delen’ van dieren zoals schouder, vleugel en rib staan op de lijst van 31 vleesbenamingen die producenten niet meer voor plantaardige producten mogen gebruiken. Dit om consumenten te behoeden voor misleiding en verwarring. Omdat vlees (eten) een culturele en historische waarde heeft. En om de veehouderij en de vleesindustrie te steunen.
De bescherming van vleesnamen is onderdeel van een maatregelenpakket waarmee de handelspositie van de landbouw – het inkomen van boeren – zou moeten worden verbeterd. De Franse Europarlementariër Céline Imart, hoofdonderhandelaar namens het Parlement, voegde de motie toe aan het pakket.
Het parlement en de lidstaten moeten overigens nog hun officiële goedkeuring geven voor het compromis. Het duurt waarschijnlijk nog een aantal jaar voordat fabrikanten hun verpakkingen moeten aanpassen.
Producenten verwachten op verschillende manieren last te krijgen van een verbod op vleesnamen. Niet alleen moeten ze veel verpakkingen van nieuwe namen voorzien. „We zullen ook extra in marketing moeten investeren”, zegt Rutger Roozendaal, directeur van de Vegetarische Slager.
Roozendaal vreest bovendien minder vleesvervangers te verkopen omdat consumenten aan de naam niet meer kunnen zien hoe ze de plantaardige producten kunnen gebruiken: in plaats van kipfilet of rundergehakt bijvoorbeeld.
Een verbod op vleesnamen zaait eerder meer dan minder verwarring, denken tegenstanders. Onderzoek van het consumentenprogramma Radar liet bijvoorbeeld zien dat consumenten minder goed weten wat ze kopen als er niet op staat op welk vlees het moet lijken.
Deze regelgeving zou ook innovatie kunnen hinderen, zo zei europarlementariër Jeannette Baljeu (VVD): „Dat is zonde, want juist in Nederland lopen we voorop met nieuwe voedseltechnologie.” Ze refereert aan kweekvlees, waar Mosa Meat in Maastricht aan werkt: „Een fantastisch voorbeeld van voedselinnovatie, dat we juist moeten stimuleren in plaats van de nek omdraaien.”
Tegen een verbod hebben zich eerder ook al supermarkten en fastfoodketens zoals Burger King uitgesproken. Ze verwachten dat het ze dwarszit bij het halen van klimaatdoelen. Retailers proberen met vleesvervangers de dierlijke consumptie te verminderen en zo CO2-uitstoot te verlagen.
Het verbod op vleesnamen treft ook ‘hybride’ producten, waarin een deel van het vlees door plantaardige ingrediënten is vervangen. Dit is een tegenvaller voor supermarkten. Zij hopen met een ‘stille’ of ‘zachte’ transitie meer milieu-impact te hebben dan ze bereiken met volledig plantaardige producten, waar weinig groei in zit.
Overigens zijn er ook nu al beperkingen. Gehakt dat voor een deel plantaardig is, mag niet alleen gehakt heten – wel gehaktmix. Op plantaardige dranken mag geen ‘melk’ staan.
Met name de Vegetarische Slager zocht sinds de oprichting in 2010 de grenzen op, en genereerde met de ophef gratis reclame, met vleesvervangers als ‘kipstuckjes’, ‘visvrije tonyn’ en ‘gerookte speckjes’. Oprichter Jaap Korteweg antwoordde daarop altijd dat in slavink ook geen sla en geen vink zitten.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU