Home

Even nobel als legendarisch: de ‘Help’-albums van War Child, waarvoor de Britse poptop nu weer is opgetrommeld

Vrijdag verschijnt Help(2), het nieuwste album in een serie compilatieplaten van War Child. Net als voor de eerste editie, in 1995, zijn Britse pophelden samengekomen, onder wie Damon Albarn, Arctic Monkeys en Depeche Mode – met dit keer ook versterking van de nieuwe generatie.

schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.

Het is weer een imposante stoet artiesten die voorbijtrekt op het nieuwe War Child-compilatiealbum Help(2), en ze zijn weer opmerkelijke, spontane samenwerkingen aangegaan. Neem Flags, met Damon Albarn van Blur (57), Grian Chatten van Fontaines D.C. (30) en rapper en spoken word-artiest Kae Tempest (40) samen achter de microfoon.

Het gaat over landsvlaggen en hoe die de voorbije jaren een andere gevoelswaarde hebben gekregen: ‘You feel the fear where you once felt pride.’

‘Die zin ontroert me’, zegt muziekmanager Tony Crean (62), via Zoom, vanuit Londen. Hij was dertig jaar geleden een van de drijvende krachten achter de legendarische voorloper van Help(2): het verzamelalbum Help (1995), waarmee hulporganisatie War Child zijn fijne neus toonde voor toonaangevende popmuziek van het moment.

‘Ik vond landsvlaggen altijd prachtig’, zegt Crean. ‘Ik tekende ze als kind na, wilde ze allemaal kennen. Ik ben groot voetballiefhebber: op een wereldkampioenschap stonden de vlaggen van de deelnemende landen voor kleur en verbroedering. Nu staan ze steeds vaker voor nationalisme en xenofobie. Daar gaat het liedje voor mij over.’

Speciaal voor de gelegenheid

Over Creans verzuchting kunnen we een paar dingen zeggen. Ten eerste: Flags is een uitnemend voorbeeld van wat de in totaal drie Help-compilaties van War Child (1995, 2005 en 2026) zo bijzonder maakt. Prominente popmuzikanten droegen er nieuwe, vaak speciaal voor de gelegenheid geschreven nummers aan bij, die ze kwamen opnemen in de Abbey Road- studio’s in Londen. Daar liepen ze collega-deelnemers tegen het lijf, met wie soms ter plekke samenwerkingen ontstonden. Zoals in Flags.

De opbrengsten gaan, ook nu weer, naar War Child, en via die organisatie naar kinderen in oorlogsgebieden. War Child biedt ze noodhulp, onderwijs en geestelijke bijstand. En hoop.

War Child wordt opgericht in 1993 door de filmmakers Bill Leeson en David Wilson en de Nederlandse vredesactivist Willemijn Verloop. Directe aanleiding zijn de gruwelijkheden van de Bosnische oorlog (1992-1995) in voormalig Joegoslavië.

Het recht van elk kind op bescherming, onderwijs en geestelijk welzijn wordt de hoofdmissie. Vanaf het begin speelt muziek een rol: muziektherapie blijkt voor kinderen met oorlogstrauma heilzaam.

Het besef dat popmuzikanten de organisatie aandacht, naamsbekendheid én geld kunnen opleveren, is er al snel, waarbij War Child (geholpen door professionals uit de muziekindustrie) al snel een scherp gevoel voor de kwaliteitspop van het moment toont.

Na Help (1995) verschijnen nog zes War Child-compilaties, waaronder nog twee met Help als hoofdtitel. Groot-Brittannië blijft hofleverancier, zij het minder dominant dan in 1995.

Ten tweede: toen Crean in 1995 aan het eerste Help-album werkte, riep de Britse vlag inderdaad een totaal ander gevoel op. Het was het vaandel van ‘Cool Britannia’ en Britpop. Help, ook vaak ‘The Help Album’ genoemd, werd een soort aanvullende staalkaart van Britpop in bredere zin, een essentiële uitgave in een piekjaar van de Britse popmuziek.

De Union Jack stond voor vrolijkheid, bravoure en hervonden zelfbewustzijn. Nu wordt hij vooral gehesen om uiting te geven aan anti-EU-, anti-immigratie- en anti-vluchtelingensentimenten.

Een rol voor het WK voetbal

Ten derde, een aardig detail: je zou kunnen zeggen dat het wereldkampioenschap voetbal, met zijn vrolijke vlagvertoon, de jonge muziekpromotor Tony Crean in de armen van War Child dreef en zo een beetje bijdroeg aan de totstandkoming van het eerste Help-album.

Dat zit zo: Crean bemachtigde in 1990 kaartjes voor een paar duels tijdens het WK in Italië, onder meer voor de kwartfinale in Florence die, uiteindelijk, zou gaan tussen Argentinië en Joegoslavië.

Crean: ‘In de stad en rond het stadion sprak ik Joegoslavische supporters, die me vertelden dat het land al was verbrokkeld. Het rommelde er. Voor mijn gevoel kwamen ze van heel ver, maar ze zeiden: welnee, we zijn vanmorgen in de auto gestapt. Toen een jaar later een bloedige oorlog uitbrak in het voormalige Joegoslavië dacht ik aan die mensen en besefte ik hoe dichtbij dat allemaal was. Concentratiekampen, massagraven, vluchtelingen, een steenworp over de Italiaanse grens. Die oorlog hield me enorm bezig.’

Toen de jonge organisatie War Child, opgericht in 1993, in 1995 een charity album wilde samenstellen, hoorde de toen 32-jarige Crean tot de handvol jonge professionals uit de Britse muziekindustrie die graag wilden helpen, zoals ook de promotors Terri Hall en Rob Partridge en muziekuitgever Anton Brookes. Crean was in die tijd perspromotor bij het kleine label Go Discs, waar hij promotiewerk deed voor artiesten als Paul Weller en de triphopgroep Portishead.

Crean staat te boek als het brein achter Help, maar hijzelf is te bescheiden om dat te beamen: ‘Ik was gewoon geschokt door de oorlog in Bosnië en het feit dat veel Europese regeringen toe zaten te kijken hoe de ramp zich voltrok. We wilden iets doen. De popmuziek was nu eenmaal onze wereld: die konden wij in beweging krijgen. We konden artiesten mobiliseren.’

Wrange mazzel

Ze gingen praten: War Child en de muziekprofessionals die zich opwierpen als wat je het War Child-muziekteam zou kunnen noemen, of ‘War Child Records’. Die zomer, in juli 1995, voltrok zich de huiveringwekkende etnische zuivering in Srebrenica: nog meer verbijstering, nog meer urgentie.

Help ontstaat vooral vanwege Bosnië. In juli 1995 vindt voor Europa’s neus een etnische zuivering plaats in Srebrenica: 8.300 Bosnische moslims werden vermoord door de Bosnisch-Servische troepen van generaal Ratko Mladic.

War Child weet zowat de hele Britpop-generatie te mobiliseren voor het in één dag op te nemen Help: Oasis, Blur, Suede en Radiohead, maar ook de triphopgroepen Massive Attack en Portishead en relatieve oudgedienden als The Stone Roses en Paul Weller. The KLF draagt bij onder de schuilnaam The One World Orchestra.

Noel Gallagher, Paul Weller én Paul McCartney spelen samen Come Together onder de naam The Smokin’ Mojo Filters. Help wordt een klassieke momentopname, voor herhaling vatbaar.

‘Bij een album voor het goede doel’, zegt Crean, ‘dacht je aan U2, Bob Geldof en Billy Bragg. Geen kwaad woord over hen, maar wij wilden dat ons album jonger en hipper zou zijn. We wilden de voorhoede, de Britpop-kopstukken die je op dat moment misschien niet direct associeerde met een plaat voor het goede doel.’

Dat zou dat jaar veranderen. Paul Weller zette zijn schouders eronder. Noel Gallagher van Oasis en de leden van Blur ook. Neneh Cherry, als zangeres actief in de vroege triphopscene, deed mee, met Massive Attack en Portishead in haar kielzog. Ook van de partij: The Stone Roses, Radiohead, Suede, Orbital, The Chemical Brothers.

Crean: ‘We hadden, wrang gezegd, de mazzel dat de gruwelijkheden in voormalig Joegoslavië samenvielen met een hoogconjunctuur in de Britse pop. Die golf konden we inzetten voor War Child. Britse bladen schreven in 1995 over een ‘oorlog’ tussen Oasis en Blur. Ergerlijk, vonden wij, want dicht bij huis woedde verdomme een échte oorlog.’

Rock Against Racism

De betrokkenen, ook Crean, waren tieners rond 1980, de tijd van punk, post-punk, reggae, ska en two tone, de tijd van Rock Against Racism, concerten tégen de apartheid in Zuid-Afrika en vóór stakende mijnwerkers.

‘We waren allemaal overtuigd van de politieke invloed die muziek kon hebben, maar realiseerden ons ook dat War Child eigenlijk apolitiek was. De organisatie zet zich in voor álle oorlogskinderen.’

Crean wilde vooral ook laten zien dat helpen snél kon.

‘Ik zei tegen iemand dat de geweldige reggaeband Toots and the Maytals ooit een concert liet opnemen dat de volgende dag op vinyl in de platenzaak lag. Maar ja, hoe kreeg je dat gedaan? Een gozer naast me zei: ‘Dat weet ik wel, want ik werkte mee aan die plaat.’ Dat was Rob Partridge, die had gewerkt als promotor van Toots, maar ook van Bob Marley.’

Alles op Help werd in een tijdsbestek van 24 uur opgenomen, in Abbey Road, op maandag 4 september 1995, onder de bezielende voogdij van een producer die de hele operatie overzag en de opnamen leidde. Wie? Ach, nog maar een grootheid: Brian Eno, warm War Child-pleitbezorger.

Een droom

‘Die dag was als een droom’, zegt Crean. Kate Moss en Johnny Depp kwamen langs en zongen spontaan mee in Fade Away van Oasis. The Charlatans en The Chemical Brothers besloten samen te werken. Manic Street Preachers deden mee: hun eerste activiteit na de mysterieuze verdwijning van hun gitarist Richey Edwards.

En toen moest het mooiste nog komen. Paul Weller en Noel Gallagher waren de hele dag in de weer in de studio: Weller hielp waar hij kon, Gallagher stond onvermoeibaar journalisten te woord. Toen stapte Paul McCartney binnen en was een samenwerking snel beklonken: de drie stortten zich op Come Together van The Beatles.

‘Dat was, zacht uitgedrukt, zo’n moment waarop je even in je arm moet knijpen om te geloven dat het echt gebeurt’, zegt Crean. ‘Dertig jaar later voel ik het nog.’

Help werd meteen gemixt, waarna de tapes snel naar verschillende cd-fabrieken in Groot-Brittannië en Europa gingen, die hadden toegezegd snel te kunnen persen en leveren. Een ervan stond in Nederland.

Crean: ‘Persen. Artwork. Boekjes. Doosjes. Tempo. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat heel veel mensen hun best hebben gedaan.’

Overweldigend succes

Op zaterdag 9 september was Help te koop. Het album bracht 1,25 miljoen pond in het laatje voor hulp aan oorlogskinderen, een overweldigend succes. Niet zo vreemd dat War Child na 1995 af en toe albums bleef uitbrengen, waaronder nog twee Help-afleveringen: Help! A Day in the Life (2005) en nu dus Help(2), allebei op momenten dat de Britse popgrond weer bovengemiddeld vruchtbaar was.

Irak, Afghanistan, Congo. Tijd voor een tweede Help-album, ook al omdat de Britse popmuziek opnieuw een hoogconjunctuur beleeft. De tijden zijn veranderd (internet!), maar het idee is hetzelfde: iedereen naar de Abbey Road-studio’s voor één opnamedag, 8 september 2005. Het eindresultaat kan al op 9 september worden besteld en gedownload via de War Child-site en verbreekt alle downloadrecords.

Alumni van het eerste Help-album keren terug: Damon Albarn, Manic Street Preachers en Radiohead. Ze komen de nieuwe generatie tegen: Coldplay, Kaiser Chiefs, Maxïmo Park, Elbow, Bloc Party en Pete Doherty’s Babyshambles. Prachtige samenwerking: Boy George en Antony (nu bekend als Anohni) in het kerstlied Happy Christmas, War Is Over.

Waarom het derde Help-album Help(2) heet? Simpel: ook Help! A Day in the Life (2005) was een groot succes, maar het originele Help-album blijft de gouden standaard, het meest mythische verhaal. Vooral qua samenwerkingen wil Help(2) de ware opvolger van het origineel uit 1995 zijn.

Het album verdient het ook om zo te worden gezien. Het is sterk, weer een staalkaart, maar dan van nu, met (om maar wat te noemen) het eerste nieuwe Arctic Monkeys-nummer in meer dan drie jaar: Opening Night.

Help(2) wordt niet binnen een week na opname uitgebracht, zoals in 1995, maar alle bijdragen zijn ook nu weer in bliksemvaart opgenomen: binnen enkele dagen en op één plek. Alle artiesten waren ook nu fysiek aanwezig in Abbey Road om iets bijzonders te maken. Filmregisseur Jonathan Glazer was er om een Help(2)-film te maken: hij liet kinderen filmen met handcamera’s.

Crean en een van zijn partners in crime van 1995, muziekuitgever Terri Hall (niet te verwarren met de mannelijke muzikant Terry Hall van The Specials, die op Help te horen is) gingen tegen het einde van de sessies even langs Abbey Road om de sfeer te proeven. De sfeer van samenwerking was tastbaar.

‘Dat vind de grote verdienste van Help(2)’, zegt Crean. ‘Graham Coxon van Blur die meespeelt met Olivia Rodrigo. De bijzondere samenwerking in Flags. Fontaines D.C. coverde Black Boys on Mopeds van Sinéad O’Connor. In 1995 deed Sinéad zélf een prachtige cover op Help. Nu is ze er niet meer. Dat zijn ontroerende dingen. De sfeer in de studio, de saamhorigheid. Het was net als toen.’

Kinderleed in oorlogsgebieden is er eind 2025 in schrijnende overvloed: Oekraïne, Gaza, Soedan, Syrië, Congo, Myanmar. Tijd voor Help(2), al is het dan de derde Help.

Epicentrum zijn opnieuw de Abbey Road-studio’s in Londen, nu onder supervisie van producer James Ford. De opnamen beslaan een krappe week in november 2025. Niet alleen Damon Albarn (Blur), Grian Chatten (Fontaines D.C.) en Kae Tempest werken memorabel samen. Ook jonge band English Teacher en Blur-gitarist Graham Coxon kruisen de degens, net als (een Pakistaans-Amerikaans duet) Arooj Aftab en Beck.

De nieuwe post-punkgolf wordt vertegenwoordigd en meer vrouwen, met The Last Dinner Party, Wet Leg, Anna Calvi, Nilüfer Yanya, Ellie Rowsell van Wolf Alice, Beabadoobee en superster Olivia Rodrigo.

Ook opvallend: enkele bands die je wellicht miste in 1995 (Pulp) en 2005 (Arctic Monkeys) halen nu de schade in naast de terugkerende Help-alumni Albarn, Coxon en Beth Gibbons (Portishead). Wie Help(2) op vinyl aanschaft, treft een bijgesloten vinylsingle aan met een livenummer van nóg een Help-pionier: Oasis.

War Child bracht, naast het Help-drieluik, nog drie opvallende compilatiealbums uit. Op 1Love (2002) coveren artiesten als Muse, Oasis en de Sugababes een nummer 1-hit van hun keuze. Aan Hope (2003), speciaal voor Irak, dragen de giganten Paul McCartney, David Bowie en George Michael bij. Op Heroes (2009) vertolken artiesten als Beck, Lily Allen en Franz Ferdinand een nummer van hun idolen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next