Home

Minister Hermans zoekt naar opening bij oppositie, maar houdt vast aan eigen koers

In haar eerste debat tast minister van Volksgezondheid Sophie Hermans (VVD) nog af hoe ze steun kan vergaren voor de forse bezuinigingen op de zorg. De tegenstand blijft groot, maar de oppositie weet nog geen gezamenlijk front te vormen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Wie knippert als eerste? Is het minister van Volksgezondheid Sophie Hermans (VVD), die een pakket aan stevige bezuinigingen moet doorvoeren, of toch de oppositie, die er veel aan gelegen is om de scherpe randjes daarvan af te schaven? Die vraag hangt donderdag constant boven het debat waarin de Tweede Kamer zich buigt over de zorgbegroting van 2026.

Het is een gemankeerd debat. Formeel gaat het nog over de plannen die het vorige kabinet voor dit jaar had. Maar met een net aangetreden kabinet dat op termijn 10 miljard euro aan zorgkosten gaat bezuinigen, wil de Kamer het vooral over de nieuwe plannen hebben.

Niet verzekerd van steun

De oppositiepartijen hebben dinsdag, in het eerste deel van het debat, al het probleem geschetst waar Hermans en haar collega-minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, CDA) voor staan. Als bewindspersonen in een minderheidskabinet moeten ze voor elk afzonderlijk plan voldoende steun vergaren, en daarvan zijn ze allerminst verzekerd.

Zowel aan de linker- als de rechterzijde van de Kamer is er forse kritiek op de voornemens van het kabinet-Jetten. In het regeerakkoord heeft de coalitie onder meer afgesproken om het eigen risico van de zorgverzekering de komende jaren te verhogen en een eigen bijdrage te vragen voor wijkverpleging.

GroenLinks-PvdA-Kamerlid Julian Bushoff vindt het onverteerbaar dat er vooral geld wordt gehaald bij kwetsbaren en mensen met een laag inkomen. PVV-Kamerlid Vicky Maeijer vreest dat met name het hogere eigen risico betekent dat mensen zorg gaan mijden, waardoor hun gezondheid verslechtert. Het zou de zorgkosten volgens haar op lange termijn juist opdrijven.

Coalitiepartijen D66, VVD en CDA delen die bezorgdheid, maar niet de conclusie. Ze willen dat de minister de komende tijd uitzoekt wat de gevolgen voor kwetsbare mensen precies zijn en hoe die kunnen worden beperkt.

Noodzakelijke hervorming

Die tijd grijpt Hermans met beide handen aan, blijkt donderdagochtend wanneer ze het woord neemt. Bij het uitwerken van de maatregelen belooft ze oog te hebben voor het effect dat de maatregelen hebben op het mijden van zorg.

Tegelijkertijd heeft ze een duidelijke boodschap voor de oppositie: ze staat wel degelijk achter de weg die de coalitie heeft ingeslagen. Een hoger eigen risico is in haar ogen een onvermijdelijke hervorming om de zorg ‘betaalbaar en toegankelijk’ te houden. ‘Die keuzes vragen van iedereen iets. Daar is het kabinet eerlijk over.’

Het typeert de opstelling en toon van de minister in het hele debat. Aan de ene kant heeft ze begrip voor de bezorgdheid van de oppositie en erkent ze er samen met hen uit te moeten komen. Tegelijkertijd houdt ze onomwonden aan haar eigen koers vast.

Niet één front

Ook als GL-PvdA’er Bushoff tegenover de minister benadrukt dat ze de plannen beter meteen weg kan gooien omdat die volgens hem ‘niet op een meerderheid in de Kamer kunnen rekenen’, houdt ze vast aan de strategie. ‘Het gesprek met de Kamer is nog maar net begonnen’, zegt ze.

Die opstelling kan Hermans zich voorlopig permitteren. Het is immers zeer de vraag of Bushoff gelijk krijgt. In het begrotingsdebat tekent zich af wat ook vorige week in het debat over de regeringsverklaring bleek: ondanks de machtige positie tegenover een minderheidskabinet weet de oppositie nog niet één front te vormen om breed bekritiseerde plannen geheel van tafel te halen.

Dat blijkt bijvoorbeeld als Kamerlid René Claassen (Groep Markuszower) aan Bushoff vraagt hoe ze samen gaan optrekken tegen de kabinetsplannen. Net als de GL-PvdA’er voelt Claassen ook een ‘harde njet’ tegen maatregelen als de verhoging van het eigen risico.

Maar om die van tafel te krijgen moet er wel weer elders geld worden gevonden. Waar GroenLinks-PvdA daarvoor bijvoorbeeld kijkt naar vermogenden, vindt Claassen dat er wel wat gehaald kan worden bij ontwikkelingssamenwerking en migratie. ‘Daar gaan wij elkaar niet in vinden’, aldus Claassen.

Dat Bushoff de uitspraken van Claassen desalniettemin gebruikt om te onderstrepen dat Groep Markszower en GroenLinks-PvdA in principe wel op één lijn liggen, is tekenend voor de onzekerheid rond een gezamenlijk front.

Onzekere haastklus

Het biedt kansen voor Hermans en Sterk. Zij krijgen zo op z’n minst de tijd om gesprekken te voeren met de oppositiepartijen om tot eventuele deals te komen. Op korte termijn is dat vooral belangrijk voor Hermans. Zij moet volgend jaar al 1 miljard euro bezuinigen met de verhoging van het eigen risico. De benodigde wetswijziging moet dan ruim voor die tijd zijn doorgevoerd; een onzekere haastklus.

Bovendien kreeg Hermans er deze week een uitdaging bij. Vanuit zowel de coalitie als oppositie is forse kritiek op het gebrek aan budget om Nederland te wapenen tegen een volgende pandemie. Hermans worstelde er in het debat openlijk mee, maar adviseerde toch tegen een voorstel van ChristenUnie-leider Mirjam Bikker om geld vrij te maken. ‘Ik kan dat niet zelf besluiten’, aldus Hermans, die wees op de beperkte financiële ruimte die ze heeft.

Hermans zal daarom de banden met de oppositie de komende tijd goed moeten onderhouden. Alleen zo kan ze voorkomen dat een meerderheid van de Kamer haar tot een rigoureuze koerswijziging dwingt. Maar een echte poging dat te voorkomen, deed ze in haar eerste debat niet. De staarwedstrijd is nog maar net begonnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next