Home

Musea, maak naar kunst kijken comfortabel – zet er eens een bank voor, zou ik zeggen

​is kunstredacteur van de Volkskrant.

Onlangs bevond ik me in een van de minst gezellige gebouwen op aarde. Betonnen vloer, fel wit licht dat associaties oproept met een laboratorium of tandartspraktijk. Algehele indruk: atoombunker.

Ik was echter niet aan het schuilen, ik wilde kunst kijken. White Cube Mason’s Yard in Londen is een van de zes locaties van de van oorsprong Britse galerie White Cube.

In de grote tentoonstellingsruimte op de begane grond loopt een vrouw in het zwart. Na een paar seconden krijg ik in de gaten dat zij niet naar de kunstwerken kijkt. Langzaam loopt ze langs de muren. Ze is hier om bezoekers in de gaten te houden. Niet dat ze naar me kijkt. Misschien heeft ze de opdracht zichzelf onzichtbaar te maken. Het resultaat is dat ik me onzichtbaar voel.

Het idee achter zo’n betonnen doos met spierwitte muren, deze ultieme ‘white cube’: alle aandacht voor de kunst, niets dat afleidt, een showroom. Maar werkt het zo? Ik voel me ongemakkelijk in dit felle licht. De schilderijen zijn indrukwekkend en toch wil ik hier zo snel mogelijk weg.

Nu moet zo’n topgalerie natuurlijk vooral kunst verkopen. Dat galeries überhaupt mensen in hun winkel dulden die kijken en niet kopen mag geprezen worden.

Het vreemde is dat musea voor moderne en hedendaagse kunst vaak ook weinig verwelkomend zijn. Als je alles wat afleidt weghaalt, hou je iets kaals en doods over.

Dat zit hem niet alleen in de witte muren. Zitplekken ontbreken meestal. Die zouden visueel en fysiek in de weg staan. Ze hinderen de doorstroom van bezoekers.

Ondertussen wordt er geklaagd dat bezoekers slechts 15 tot 30 seconden aandacht besteden aan een kunstwerk. Zet er eens een bank voor, zou ik zeggen. En dan niet zo’n klein spartaans bankje dat het kijken naar een videokunstwerk moet faciliteren. Dat is ongemak troef. Zonde.

Ook de lattenbanken van Stedelijk Museum Amsterdam zijn minimalistisch verantwoord maar niet geschikt om comfortabel op te zitten. En als musea rekening houden met het comfort van de bezoeker, doen ze dat vaak niet bij het kunstkijken. Zo heeft Museum Voorlinden een rij zachte banken staan, gericht naar het uitzicht. In museum De Pont is een lounge met een gashaard en een bank met zicht op, wederom, de tuin.

Vorige week werden de plannen voor de komende Biënnale van Venetië onthuld. De hoofdtentoonstelling is een immens parcours dat 15 duizend vierkante meter beslaat. Hier wordt straks kunst getoond van 111 deelnemende kunstenaars en kunstcollectieven. Een bezoek aan de Biënnale is een oefening in kijken én uithoudingsvermogen.

Opmerkelijk: dit jaar worden bezoekers gemaand tot rust. Er zijn straks zelfs kleine ‘oases’ ingericht die uitnodigen tot contemplatie. Het begin van de inleidende tekst van de curator (de vorig jaar overleden Kameroens-Zwitserse Koyo Kouoh): ‘Neem een diepe ademteug. Adem uit. Laat je schouders zakken.’

Kennelijk is deze tentoonstelling een uitnodiging om te vertragen, in plaats van om door te stromen. Een plek waar je tijd mag doorbrengen. Ik verheug me daarop. Misschien staat er zelfs ergens een fijne uitnodigende bank.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Els de Grefte, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof of Anna van Leeuwen stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next