Home

Het was een zonnige morgen, maar het mooie van de Zuidas is: dat maakt dus helemaal geen reet uit

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

De sportschool was dicht vanwege een verbouwing en daarom moest ik uitwijken naar een ander filiaal, op de Zuidas in Amsterdam. De fietspaden waren druk met jonge expats die naar hun werk sjeesden, Tesla’s zoefden naar parkeergarages en het treinstation spuwde ladingen poppetjes uit die keurig richting de hoge torens marcheerden.

Stravinsky, Beethoven en Mahler keken, gevangen in straatnaambordjes, zwijgend toe en zagen hoe zij de enigen waren die deze ochtend iets van frivoliteit gaven. Het was een zonnige morgen, maar het mooie van de Zuidas is: dat maakt dus helemaal geen reet uit. De kantoortorens: grijs. De straten: grijs. De stoeptegels: grijs. De klinkers: antraciet. Het cultureel en creatief hoogtepunt van deze buurt is een gigantisch beeld van een figuur die zich bukt om een stuk stront op te pakken (oké, het is niet een stuk stront; het is een vogelnestje, maar het had een stuk stront kunnen en moeten zijn).

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Na het sporten zocht en vond ik een koffiezaak. Hij zat ingesloten tussen hoge gebouwen en had als thema ‘zwart’. Ik bestelde en ging zitten in een fauteuil, fluweel en zwart. Achter me waren twee mannen met elkaar in gesprek. ‘Dit is wat ik wil.’ De spreker klapte in zijn handen. ‘Even heel duidelijk zeggen. Nou, dan neem je ontslag.’ Ik keek uit het raam en speurde naar iets groens, of in ieder geval iets met takken. Hier groeide niets, behalve hebzucht.

Buiten liepen Zuidas-figuranten voorbij. Een jonge vrouw droeg een totebag van Marc Jacobs. Dat kon ik zien omdat er in enorme letters ‘Marc Jacobs’ op stond. De meeste mensen keken op hun telefoon. En als ze dat niet deden, hadden ze grote koptelefoons op en tuurden ze in de verte, naar een plek die niet deze was.

‘Outputgefocust, niet procesgefocust’, hoorde ik achter me. In de krant las ik een beschouwing over ‘cloud dancer’, de tint gebroken wit die volgens kleurenbijbelmaker Pantone de kleur van het jaar 2026 moet zijn.

‘Cloud dancer is volgens Pantone de kleur die de huidige tijdgeest het best weet te vatten.’ Dit is, laten we elkaar niet voor de gek houden, je reinste gelul. Bedacht door mensen die zichzelf trendwatcher noemen of ‘archeoloog van de toekomst’. Bedacht in klinische kamers in glazen gebouwen in grijze wijken. Bedacht zodat ze weer iets kunnen verkopen.

Terwijl we allemaal heel goed kunnen zien welke kleuren deze tijd echt kenmerken: het blauw van de lucht, het platina van de zon in de namiddag, het geel van de narcissen en het lila van de viooltjes. Laat je niets wijsmaken. Ga toch naar buiten, in godsnaam. Het is gratis.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next