Drie uitzendkrachten in de jeugdzorg staan volgende week voor de rechter, op verdenking van misbruik van jonge meisjes. Hoe kan het dat de onbekende tijdelijke werknemers ’s nachts over kwetsbare tieners waakten?
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.
De jeugdzorgafdeling Rijnhove ziet eruit als een doodgewone buurt vlak bij het centrum van Alphen aan den Rijn. Rond een grasveld staan wat groot uitgevallen huizen van lichtbruine bakstenen. In woongroepen verblijven hier 39 jongeren die niet thuis kunnen wonen. Op de begane grond is de gemeenschappelijke woonkamer, boven hebben de jongeren een eigen plek.
De meeste jongeren zijn vrij om naar buiten te gaan. Dat geldt niet voor de twee gesloten meidengroepen, met elk zes tieners tussen de 12 en 16 jaar. Ze zijn bijvoorbeeld slachtoffer geweest van een loverboy, of kwetsbaar voor zo’n fuik. Hier zouden ze beschermd moeten worden. Tegen zichzelf en tegen de schadelijke invloeden van buitenaf.
Maar dat is niet gebeurd. Sterker, het gevaar kwam van binnenuit.
Begin november vertelden twee meisjes dat ze waren misbruikt, door twee mannen die er gezamenlijk een nachtdienst draaiden. Het waren twee uitzendkrachten van het uitzendbureau Zorgwerk. De twee, een 28-jarige man uit Maassluis en een 20-jarige Rotterdammer, werden diezelfde maand aangehouden. Komende maandag moeten ze voor de rechter verschijnen, op verdenking van verkrachting.
Extra pijnlijk: het was niet het eerste signaal van seksueel misbruik op de gesloten meidengroep. Twee maanden eerder was een andere uitzendkracht van hetzelfde uitzendbureau al in beeld gekomen als verdachte van eenzelfde delict.
De vaste medewerkers van Rijnhove zijn er ziek van, vertelt Bob Wiggers, regiodirecteur van iHub, de verantwoordelijke jeugdzorgorganisatie. ‘Ook de leiding heeft het gevoel dat zij tekort is geschoten.’
Zijn het ernstige, maar op zichzelf staande incidenten? Of hangen ze samen met structurele problemen in de jeugdzorg, omdat instellingen al jaren kampen met nijpende personeelstekorten? En is het wel verantwoord om twee mannelijke uitzendkrachten zonder toezicht van de zorgorganisatie te laten waken over jonge, kwetsbare meisjes?
Regiodirecteur Wiggers vertelt dat eind augustus een eerste signaal kwam dat een uitzendkracht op een meidengroep seksueel over de grens was gegaan. Een meisje vertelde erover, iHub haalde de medewerker uit de roosters. Maar de tiener wilde geen aangifte doen.
De volgende melding van seksueel misbruik, twee weken later, leidde wel tot een politieonderzoek. De dag erna kwam de zedenpolitie. Een 14-jarig meisje wees een uitzendkracht van Zorgwerk aan. Ook deze 24-jarige man uit Leidschendam staat komende week voor de rechter.
Op 7 november volgde de derde melding, van de twee meisjes over de fatale nachtdienst. Eén uitzendkracht stond al ingeroosterd voor die nachtdienst op de meidenwoongroep. Door een plotseling gat in het rooster kwam daar op het laatste moment een tweede uitzendkracht bij. In de rechtszaal moet duidelijk worden wat er precies is gebeurd, en of de twee mogelijk gezamenlijk opereerden.
Kinderen die uit huis worden geplaatst en niet in een pleeggezin of gezinshuis kunnen wonen, krijgen een plek in woongroepen van jeugdzorgorganisaties. Maar de jeugdzorg staat onder spanning. De werkdruk en het ziekteverzuim zijn hoog, en het verloop groot. De sector krijgt al jaren honderden vacatures niet vervuld. Bij gaten in de roosters doen jeugdzorgorganisaties daarom geregeld een beroep op tijdelijke krachten. Het gaat zo ver dat jongerenwoongroepen soms louter begeleiders hebben die niet vast in dienst zijn.
Jeugdzorgorganisatie iHub dacht zelf de veiligheid van de tienermeiden in Rijnhove afdoende te kunnen garanderen door per nacht twee zorgmedewerkers te laten waken per meidenhuis. De een is de hele nacht wakker, de ander slaapt in het huis.
Opvallend is wel dat iHub sinds afgelopen zomer, dus kort voor de gemelde incidenten, steeds vaker uitzendkrachten inhuurt. Noodgedwongen, volgens de jeugdzorgorganisatie. Ook daarvoor lukte het niet om met het vaste personeel de roosters rond te krijgen. Maar toen kon iHub nog terugvallen op een groep zzp’ers, die vaak al jaren voor de organisatie werkten. ‘Velen van hen waren voor de meiden vertrouwde gezichten’, zegt Wiggers.
Maar net als andere sectoren moest de zorg haar afhankelijkheid van deze vaste zzp’ers afbouwen. Met een nieuwe wet ging de overheid strenger controleren op schijnzelfstandigheid. Daarom vroeg iHub begin vorig jaar aan de ongeveer dertig zzp’ers die veel in Rijnhove werkten of ze in dienst wilden komen. Slechts zes van hen deden dat. De rest vertrok net voor de zomer, onder meer omdat het zzp-schap beter verdient en meer vrijheid biedt in het indelen van de eigen tijd dan een vaste baan.
Om de bezetting rond te krijgen, groeide het beroep op een aantal in zorg gespecialiseerde uitzendbureaus. Daaronder ook Zorgwerk, een dochteronderneming van uitzendbedrijf Randstad. iHub stelt onder meer als voorwaarde dat de ingehuurde medewerkers beschikken over een recente VOG (Verklaring Omtrent het Gedrag) en een geldig diploma-uittreksel van onderwijsdienst DUO. De uitzendkrachten die goed bevielen, werden door de jeugdzorgorganisatie op een ‘groene lijst’ van geschikt bevonden medewerkers gezet.
Zo gaat het in theorie. Maar als iHub op het laatste moment een beroep moet doen op het uitzendbureau, bijvoorbeeld vanwege een plotseling ziekgemelde medewerker, is er soms geen vertrouwde uitzendkracht beschikbaar. En zo gebeurde het dat voor die ene nachtdienst twee uitzendkrachten werden gestuurd die niet eerder op Rijnhove waren geweest.
Hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning weet hoe nijpend het personeelsgebrek is in de jeugdzorg. Maar deze oplossing noemt ze ‘onacceptabel’. De verantwoordelijkheid voor ‘meisjes met wie echt veel aan de hand is’ kan wat haar betreft niet volledig liggen bij uitzendkrachten.
De jeugdzorgorganisatie controleerde de twee krachten zelf niet, voorafgaand aan hun nachtdienst, erkent Wiggers. ‘Wij vonden dat we erop moesten kunnen vertrouwen dat medewerkers van een gespecialiseerd zorguitzendbureau aan al onze kwaliteitseisen voldeden.’
‘Een zorgwekkende ontwikkeling’, noemt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp het, dat door de personeelskrapte uitzendkrachten steeds vaker de gaten in de jeugdzorg opvullen. Het wekt bij de arbeidsrechtdeskundige verbazing dat de jeugdzorgorganisatie de onbekende werknemers niet checkte voordat ze er aan het werk gingen. ‘Ik begrijp de paniek, als er acuut een gat in het rooster valt. Maar de organisatie heeft wel de verantwoordelijkheid om iemand te controleren.’
Niettemin heeft ook het uitzendbureau een verantwoordelijkheid voor degenen die het uitzendt, stelt Verhulp. Dat vindt iHub ook. Met het uitzendbureau is volgens regiodirecteur Wiggers afgesproken dat Zorgwerk verantwoordelijk is voor de screening en toetsing van de krachten die zij uitzendt.
De Zorgwerk-woordvoerder zegt ‘het volste vertrouwen’ te hebben in de eigen wervings- en selectiemethode. ‘Wij screenen onze medewerkers grondig voor ze in de zorg aan het werk gaan, we spreken met ze en controleren hun papieren.’
Dat het zo misging noemt Zorgwerk ‘een uitzonderlijk incident’. Maar verantwoordelijk is Zorgwerk volgens de woordvoerder niet. ‘Als wij de uitzendkracht ter beschikking stellen, dan ligt de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt op de werkplek volledig bij de zorgorganisatie die leiding geeft en toezicht houdt op het werk.’ iHub en Zorgwerk hebben inmiddels de samenwerking beëindigd.
Na de incidenten ziet iHub er beter op toe dat uitzendkrachten voor aanvang van hun dienst een identiteitsbewijs moeten tonen bij de receptie, of de zorgmedewerker wel echt degene is die het uitzendbureau heeft gestuurd. Niet dat dat had uitgemaakt in dit geval, zegt regiodirecteur Wiggers, want de papieren van de verdachte uitzendkrachten waren in orde. Daarnaast mogen alleen nog vrouwelijke zorgmedewerkers de nachtdiensten op de meidengroepen draaien.
De jeugdzorgorganisatie dacht dat zij met de bezetting van twee nachtdienstmedewerkers die elkaar in de gaten kunnen houden de veiligheid afdoende had gegarandeerd. Toch lijkt het er gezien de genomen maatregelen op dat de jeugdzorgorganisatie voor het misging onvoldoende heeft stilgestaan bij de mogelijke risico’s van de inzet van meer mannelijke uitzendkrachten bij kwetsbare meisjes. Terwijl bekend is dat het risico op seksueel misbruik groot is in vooral de gesloten jeugdzorginstellingen.
Dat werd in 2019 namelijk bevestigd door de commissie-De Winter, die uitgebreid onderzoek deed naar onveiligheid in de jeugdzorg. Daaruit blijkt bovendien dat het bij misbruik door begeleiders meestal gaat om mannelijke medewerkers die zich vergrijpen aan meisjes boven de 12 jaar. De huidige jeugdzorgrichtlijnen schrijven voor dat de verantwoordelijken zich bewust moeten zijn van deze risico’s in de manier waarop zij de zorg inrichten. Maar er zijn geen regels voor, zoals bijvoorbeeld het vierogenprincipe in de kinderopvang.
Bovendien heeft de overheid zorgbestuurders recentelijk meerdere keren aangespoord om de antecedenten van met name de tijdelijke werknemers goed na te gaan. Dit ook vanwege waarschuwingen van de Inspectie voor met name zzp’ers die met valse diploma’s en kwade bedoelingen toegang probeerden te krijgen tot kwetsbare groepen. In de praktijk blijkt bovendien dat de nachtdiensten extra gevoelig zijn, vanwege het gebrek aan controle.
Overigens kunnen ook vaste krachten met deugdelijke papieren over de schreef gaan. In 2020 werd een vaste begeleider in een andere gesloten instelling van iHub veroordeeld voor seksueel misbruik van een 15-jarig meisje, van wie hij de mentor was. Zeker is wel dat de kans op misbruik kleiner is bij meer vastigheid in de bezetting.
Het gebrek aan vast personeel leidt daarnaast ook tot een mindere kwaliteit van zorg, zegt hoogleraar Bruning. ‘Deze jongeren hebben goed opgeleide, vaste begeleiders nodig, die een band met ze op kunnen bouwen.’
Inmiddels is genoegzaam bekend dat de gesloten jeugdzorg kinderen geen goed doet. Veel jongeren die er hebben gezeten, zeggen dat zij een trauma hebben opgelopen van het uiterst repressieve regime. Daarom wil de overheid dat er vanaf 2030 geen jongeren meer opgesloten zitten in jeugdzorginstellingen.
Recentelijk sloot iHub de beruchte gesloten jeugdzorginstelling Harreveld. De twee meidengroepen op Rijnhove behoren tot de laatste gesloten jeugdzorggroepen die nog in bedrijf zijn. Vanaf april komen er geen nieuwe meiden mee bij die van de rechter gesloten moeten zitten. Maar voor meisjes die slachtoffer zijn van loverboys heeft de jeugdzorg nog geen deugdelijk alternatief.
iHub wil zo min mogelijk afhankelijk zijn van inhuur. Maar het lukt de organisatie voorlopig niet om voldoende vast personeel te werven om de jongeren van Rijnhove de zo gewenste teams van vertrouwde gezichten te bieden. Volgens arbeidsrechtdeskundige Verhulp zou het helpen als deze beroepen beter betaald zouden worden, ‘anders krijgen we nog erger beschadigde kinderen’. ‘Ik vraag me af wanneer de eerste zorginstelling hardop zegt: onder deze omstandigheden kunnen we niet langer voor de veiligheid van kinderen instaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant