Home

Plan om Europese industrie te stimuleren wordt positief onthaald, maar felle discussies wachten nog

Het Europees Parlement is positief over het Made in EU-voorstel van de Europese Commissie, dat strategische industrieën moet behouden en versterken. Volgens Eurocommissaris Stéphane Séjourné (Industrie) gaat het om een ongekende koerswijziging van het economisch beleid van de EU.

Marc Peeperkorn is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel. Niels Waarlo is economieredacteur van de Volkskrant.

‘Wat we vandaag doen was een paar maanden geleden nog ondenkbaar’, zei Séjourné woensdag bij de presentatie van zijn plannen. Die voorzien in het voortrekken van Europese bedrijven bij overheidsopdrachten. ‘Europees belastinggeld moet in de eerste plaats ten goede komen aan de Europese productie en hoogwaardige banen in Europa’, aldus Séjourné. China en de VS hanteren volgens hem al jaren zo’n ‘Made in’-aanpak.

De Franse commissaris gaf eerlijk toe dat het voorstel niet zonder slag of stoot in de Commissie tot stand was gekomen. ‘Het was moeilijk om een evenwichtig compromis te bereiken.’ Hijzelf stond een protectionistischer beleid voor, net als Parijs. Hij vond echter zijn collega’s van Handel en Economie tegenover zich, die vrezen dat te veel protectionisme het Europese bedrijfsleven schaadt en tot handelsconflicten leidt. Berlijn bepleit Made wíth Europe, niet zozeer Made in EU.

Séjourné verwacht dezelfde discussies tussen de lidstaten en in het Europees Parlement, die het voorstel – officieel de Industrial Accelerator Act – moeten goedkeuren. De commissaris riep de lidstaten en parlementariërs op het wetsvoorstel ‘zo snel mogelijk’ op te pakken om het bedrijfsleven zekerheid te bieden.

Voorrang voor ‘schoner’ bedrijf

De grote fracties in het Europees Parlement steunen in elk geval de hoofdlijnen van het wetsvoorstel. Dat verplicht de lidstaten bij overheidsopdrachten Europese bedrijven die schoon produceren voorrang te geven. Het gaat onder meer om de aankoop van elektrische wagens en plug-ins: deze voertuigen moeten in de EU geassembleerd zijn en een deel van de componenten moet ook hier zijn geproduceerd.

Bij de openbare aanbesteding van bouwprojecten en de aanleg van wegen en spoorlijnen moeten de betrokken bedrijven deels schoon geproduceerd staal (25 procent) en beton (5 procent) gebruiken. Voor de bouw van zonne- en windparken en kerncentrales komen er eveneens Made in EU-eisen. Verder komen er beperkingen voor buitenlandse overnames en moet de vergunningverlening voor groene projecten sneller.

De christendemocraten, de grootste fractie in het parlement, noemen het voorstel ‘een belangrijke stap voor de Europese industriële toekomst’. De liberalen spreken van een wake-upcall: ‘Zonder steun voor onze strategische industrie verliezen we banen, bedrijven en onze technologische soevereiniteit.’

De Groenen zijn blij met het stimuleren van schoon staal, schoon beton en EV’s, maar zijn niet te spreken over wie er allemaal onder Made in EU vallen. De Commissie schaart daar niet alleen de EU-landen en kandidaat-lidstaten onder, maar ook landen die openstaan voor Europese bedrijven. Volgens de Groenen kunnen daardoor ook Amerikaanse en Vietnamese bedrijven straks meedingen naar overheidsopdrachten betaald met Europees belastinggeld.

Felle discussies

‘Iedereen is het er wel over eens dat Europa in een aantal industrieën achterloopt op de VS en China, en dat daar wat aan moet gebeuren’, zegt internationaal econoom Steven Brakman (Rijksuniversiteit Groningen). Maar daarmee heb je nog niet meteen de neuzen dezelfde kant op over de oplossingen, laten de felle discussies in de Commissie over het wetsvoorstel wel zien.

Brakman wijst erop dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen oorspronkelijk van plan was om ook technologieën zoals chips en AI in de regelgeving mee te nemen. Dat is niet gelukt.

Brakman waarschuwt ook voor de potentiële nadelen van protectionisme. Dwing je overheden om in aanbestedingen gebruik te maken van Europese producten terwijl er elders goedkopere of betere alternatieven zijn, dan kan dat de kosten van de energietransitie bijvoorbeeld opdrijven. ‘Er zitten risico’s aan als Europa zich te veel terugtrekt binnen de eigen grenzen.’

Tegenovergesteld effect

Volgens Brakman is het belangrijk om de verschillende doelstellingen van dit soort regelgeving uit elkaar te trekken. Het verkleinen van de technologische afhankelijkheid van andere landen om strategische redenen is er één, en daarbij kan het logisch zijn om hogere kosten te accepteren.

Maar wil je innovatie stimuleren, dan kunnen ‘Made in Europe’-regels ook een tegenovergesteld effect hebben, zegt hij. Bijvoorbeeld doordat oude bedrijven kunnen blijven voortbestaan die anders zouden verdwijnen omdat ze het afleggen tegen wereldwijde concurrenten. Daardoor ontstaat er minder ruimte voor veelbelovende nieuwe bedrijvigheid.

Een ander punt van zorg is de administratieve last als bedrijven en overheden moeten bijhouden waar ze hun staal of auto’s vandaan hebben gehaald.

De econoom heeft er wel begrip voor als ook landen buiten Europa onder de ‘Made in Europe’-paraplu komen te vallen. ‘Dan verweer je je tegen oneerlijke Chinese concurrentiepraktijken zonder dat je de voordelen van internationale concurrentie helemaal overboord gooit.’

VNO-NCW toont zich in een eerste reactie overwegend positief en hoopt op een snelle afhandeling van het wetsvoorstel. De Nederlandse werkgeversorganisatie drong in 2024 zelf aan op Europese regels om de vraag naar eigen goederen te stimuleren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next