De Chinese overheid zet het komende jaar in op een economische groei van 4,5 tot 5 procent. Dat stelde premier Li Qiang donderdag bij de presentatie van het jaarlijkse werkrapport in Beijing. Een bescheiden doel voor China, dat sinds 2023 steevast vasthield aan 5 procent groei.
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
Het groeidoel werd bekendgemaakt bij de opening van de jaarlijkse zitting van het Volkscongres, China’s parlement. Daar werden ook bredere beleidsplannen voor het komende jaar aangekondigd. Met name het groeicijfer wordt altijd wereldwijd nauwlettend gevolgd, omdat het een zeldzaam inkijkje biedt in de economische toekomstplannen van de Chinese overheid.
‘Een bescheiden doel’, vindt econoom Bert Hofman van de Nationale Universiteit van Singapore en voormalig China-directeur van de Wereldbank. Het is ook historisch opmerkelijk: al meer dan drie decennia dook China niet onder de vijf procent groei. Chinese staatsmedia schreven dat Beijing hiermee ‘gezonde groei’ nastreeft en ‘prioriteit geeft aan groeicijfers zonder erdoor geobsedeerd te raken’.
Vorig jaar werd de 5 procent nipt gehaald, al vertraagde de groei in het laatste kwartaal van 2025 op jaarbasis naar 4,5 procent. Veel deskundigen hadden daarom al verwacht dat Beijing dit jaar het doel naar beneden zou bijstellen.
Premier Li stelde in zijn toespraak met dit doel ‘ruimte te laten voor structurele aanpassingen, risicopreventie en hervormingen’ in het eerste jaar van een nieuwe vijfjarenplanperiode, die dit jaar van start is gegaan.
Met dit groeipercentage houdt China een belangrijk langetermijnsdoel in zicht: de verdubbeling van het bruto binnenlandse product (bbp) per hoofd van de bevolking tegen 2035 ten opzichte van 2020. Dat streven vormt een onderdeel van Xi’s bredere belofte van de ‘grote heropleving van de Chinese natie’.
Vorig jaar was export nog de belangrijkste motor van de Chinese economie: ruim een derde van de groei was daaraan te danken. Hoewel de hoge importheffingen van de Amerikaanse president Trump de export naar de Verenigde Staten fors deden dalen, compenseerde China dat ruimschoots door sterkere verkoop elders.
Maar China kan niet eindeloos groei uit export persen. Analisten verwachten dat Trump handelsbeperkingen blijft opleggen, en ook andere landen verzetten zich steeds meer tegen de instroom van goedkope Chinese producten. Te veel leunen op export maakt China daardoor ook kwetsbaar.
Premier Li Qiang stelde dan ook dat China, ‘geconfronteerd met een complexe en uitdagende internationale omgeving’, moet inzetten op het vergroten van de binnenlandse vraag. Niet eenvoudig, want Chinese consumenten houden al jaren de hand op de knip. De belangrijkste oorzaak is de vastgoedcrisis. Veel Chinese huishoudens zien hun belangrijkste bezit, hun huis, daardoor al jaren in waarde dalen. Zolang dat zo is, durven ze niet vrijelijk te spenderen.
Beijing zegt al jaren dat vertrouwensprobleem te willen aanpakken, maar met weinig succes. Zo zorgden kortingsacties vorig jaar tijdelijk voor een opleving in de verkoop van telefoons, auto’s en andere apparaten. Maar zodra die programma’s afliepen, zakte de consumptie weer in.
De beleidsplannen tonen vooralsnog geen grote nieuwe initiatieven, zegt econoom Hofman. ‘Het is allemaal incrementeel.’ Zo gaat het basispensioen op het platteland net als vorig jaar met 20 yuan per maand omhoog – dat is 2,50 euro. Ook handhaaft de Chinese overheid het begrotingstekort op 4 procent, net als vorig jaar. Dat suggereert dat er niet veel meer geld wordt vrijgemaakt om de binnenlandse vraag te stimuleren. ‘Meer van hetzelfde’, zegt Hofman, al houdt hij een slag om de arm: het vijfjarenplan dat later deze week ter goedkeuring voorligt, kan mogelijk nog verrassen.
Met de gematigde groeiambitie wil Beijing vooral het signaal afgeven dat economische groei niet boven alles gaat, denkt Hofman. Dat is een belangrijke boodschap voor lokale overheden: die houden nu vaak verlieslatende fabrieken en bedrijven kunstmatig in leven om banen en belastinginkomsten te beschermen. China telt honderden van dergelijke zogeheten zombiebedrijven, onder meer in de elektrische auto-industrie en de zonnepanelenindustrie, waar het aanbod de vraag ver overtreft.
De Chinese premier presenteerde het werkrapport aan China’s parlement in de Grote Hal van het Volk in Beijing. De gedelegeerden van het Volkscongres mogen over het werkrapport stemmen, maar die stemming is vrijwel altijd unaniem. Een schijnparlement dus. Af en toe steeg uit de zaal slechts een golf aan geritsel op, als een briesje door een bos: het geluid van de drieduizend gedelegeerden die een bladzijde van het werkrapport omsloegen.
In de zee van gedelegeerden – grotendeels mannen in pak, hier en daar een vrouw en afgevaardigden van minderheden gekleed in traditionele kleding – zat Xi Jinping op een centrale plek. Voor hem op tafel stonden twee theekopjes. Eentje meer dan bij alle andere gedelegeerden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant