Home

Ook knijpers kunnen troost bieden; de eenvoud en elegantie van een minimachine

Knijpers Van veel dingen vragen we ons niet meer af waar hun oorsprong ligt. In deze rubriek wordt gezocht naar het begin der dingen. Dit keer: de wasknijper.

Een van de wasknijpers van David Smith, 1867

In de film Hamnet, nu in de bioscoop, vindt de vrouw van Shakespeare troost voor het overlijden van haar elfjarige zoon in het kijken naar Shakespeares toneelstuk Hamlet. Kunst kent in deze film zijn plaats. Kunst biedt troost en na een lekkere huilbui kun je er weer tegenaan. Geen magie maar therapie. En doorrrr.

Dan kijk ik liever naar een knijper. De ongenaakbaarheid van sterren en van voorwerpen, het raadsel van al het zichtbare, steen, hout, metaal, alles wat er is, in dit geval doelmatig verwerkt tot een minimachine; ook als je niet weet waarvoor die dient is het duidelijk dat er een doel moet zijn, dit is geen kunst, oh nee, dit is nuttig, dit is in ieder geval ooit nuttig geweest. Neuroloog Oliver Sacks voerde ooit een patiënt op die niet meer wist wat een handschoen was – een soort portemonnee voor verschillende maten kleingeld? Zouden er mensen zijn die niet weten waar een knijper voor dient, die Una Giornata Particolare niet hebben gezien, die thuis een droger hebben?

Het tijdperk van de knijper heeft minder dan twee eeuwen geduurd, ja ze zijn er nog wel, knijpers, maar net als er ook nog koetsen en paarden zijn. In de berm gereden, in de marge terechtgekomen. En dat terwijl die knijpers zo eeuwig leken. Ridley Scott laat er zijn Gladiator II heel huiselijk mee beginnen – Hanno (Paul Mescal) keurt op zijn boerderij in Noord-Afrika zo’n 1800 jaar geleden zijn graan terwijl zijn vrouw Arishat de was ophangt met knijpers, nog net niet met de ons bekende variant van de twee houten stokjes verbonden door een metalen veer. Zij heeft een houten knijper die eruitziet alsof hij al veel langer had kunnen bestaan, een stukje hout dat in  tweeën is gespleten en ook in de prehistorie de was had kunnen doen. Door sommigen wordt deze knijper dan weer als een uitvinding van de Shakers uit de achttiende eeuw beschouwd. Had ook gekund; de vorm is inderdaad eenvoudig en elegant als een Shaker-meubel.

Still uit ‘Una Giornata Particolare’ (1977), met Sophia Loren.

Wasknijpers, circa 1939.

Bleekvelden

Maar er is geen bewijs dat er in de oudheid al knijpers waren. We weten niet eens of de was in de oudheid wel altijd opgehangen werd om te drogen, laat staan of dat met knijpers gebeurde. Miko Flohr schrijft in zijn monografie The World of the Fullo: Work, Economy, and Society in Roman Italy (2013) over antieke wasserijen: „Practically, drying is not really identifiable in the archeological record.” Geschreven bronnen geven waarschijnlijk evenmin uitsluitsel.

Ook uit de tijd van Shakespeare zijn mij geen knijpers bekend. De meeste was die oude schilderijen heeft gehaald ligt te drogen op zogenaamde bleekvelden. Geschilderd lijken het wel ongekleurde varianten op de bollenvelden; witte rechthoeken en vierkanten op groen gras. Bleekvelden werden overbodig toen chloor in de negentiende eeuw linnen wit kon maken. De naam leeft hier en daar nog voort als straatnaam. Het gras is soms ook gebleven, bijvoorbeeld op de binnenplaats van het H’ART museum in Amsterdam, ooit gebouwd als bejaardenhuis.

De eerste knijper met een veer werd in 1853 gepatenteerd door David M. Smith. Zijn ontwerp werd in 1887 door Solon E. Moore vervolmaakt tot de knijper die sindsdien dan ook nauwelijks meer veranderd is, al zijn er nu ook knijpers van plastic in allerlei kleuren. De houten knijper van 1887 is de Plato-knijper geworden. Zijn ondergang werd evenwel ingezet voor de zegetocht was begonnen; de eerste wasdroger werd al voor 1887 gepatenteerd. „Einde en begin”, heten de verzamelde gedichten van Wislawa Szymborska in het Nederlands. Einde en begin.

De ‘Clothespin’ (1976) van Claes Oldenburg: een veertien meter hoge stalen wasknijper bij het stadhuis van Philadelphia, VS.

Schrijven over knopen

Wat moeten we met al deze informatie? 1887, 1853, 2013, 1800, Shakespeare, Sacks, Scott, Moore, Noord-Afrika, Rome, Amsterdam, Amerika, al die jaartallen, namen, plaatsen? Kan de knijper ze allemaal bij elkaar houden? Was ik maar een knijper, dan had ik ze niet nodig. Als mens heb ik dat wel, want feiten zijn voor mij poëzie en knijpers zijn meer kunst dan de meeste kunst. Ze bieden in ieder geval meer troost omdat ze niet bedoeld zijn om troost te bieden. Ze zijn gewoon.

Wislawa Szymborska schreef ook korte prozastukken, verzameld in Onverplichte lectuur. Ze schrijft daarin niet over knijpers, in ieder geval niet in de Nederlandse of Engelse vertalingen van haar Poolse teksten. In het Engels schrijft ze wel over knopen, ze vraagt zich onder meer af hoe de oude Egyptenaren hun witte jurken vastmaakten. Ze eindigt: „Op dit punt gekomen zullen degenen die geneigd zijn met hun ogen te rollen me een vraag willen stellen: heb ik geen grotere problemen dan de zorgen van kleermakers aan de Nijl? Natuurlijk heb ik grotere problemen. Maar dat is geen reden om geen kleine problemen te hebben.” Knijpers en feiten. Troost en verzet.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next