Iraniërs in de VS Met demonstraties, posters en vlaggen maken de Iraanse inwoners van Tehrangles hun vreugde over de Amerikaanse-Israëlische aanval op Iran duidelijk. „De Iraniërs zijn meer verenigd dan ooit, binnen en buiten het land. We gaan ons land terugpakken.”
Een enorme vlag van Iran die werd gebruikt tot aan de revolutie van 1979 en een foto van Reza Pahlavi, de zoon van de voormalige sjah, bij een demonstratie in Westwood, Los Angeles op 1 maart. .
Bahman Bennett (77) had jarenlang een lange baard en lang haar. Die heeft de Iraanse Amerikaan dit weekend afgeschoren, vertelt de kunstenaar in zijn winkel in Los Angeles – uit vreugde over een nieuw tijdperk dat volgens hem aanbreekt. „Na 47 jaar hebben de VS en Trump gedaan wat het beste is voor ons. Ze hebben het kwaad gedood.”
Bennett verkoopt in zijn winkel zijn eigen houtsnijwerk, en allerhande Iraanse spullen: traditionele muziekinstrumenten, vlaggen, theepotten. Op de balie ligt een petje met de tekst Make Iran Great Again. Aan de muur hangt sinds dit weekend een enorme Amerikaanse vlag. „Ik heb er vijfduizend besteld”, zegt Bennett. Die gaat hij weggeven aan klanten, zegt hij.
Over de hele wereld volgt de Iraanse diaspora de historische ontwikkelingen in het Midden-Oosten, maar nergens zit die in zo’n unieke positie als in Los Angeles. De Californische stad kent een van de grootste Iraanse gemeenschappen buiten het land, met naar schatting circa 150.000 Iraans-Amerikanen. Zij wonen vooral in de wijk Westwood, niet ver van Beverly Hills – een buurt vol Iraanse restaurants, tapijtwinkels en een Perzische ijszaak.
In ‘Tehrangeles’, zoals de wijk informeel heet, zagen de inwoners de afgelopen dagen hoe hun thuisland samen met Israël de leider doodde van het land waar hun familie vandaan komt – en vaak nog woont. Dat leidde zaterdag direct tot een enorme vreugdedemonstratie bij een blokkerig gebouw van de federale regering in de buurt.
De haat jegens het dictatoriale regime onder de Iraniërs in LA is enorm, In de wijk zijn veel emoties te proeven – blijdschap, zorgen om familie in Iran – maar eentje is erg duidelijk: dankbaarheid richting president Donald Trump.
Broodbezorging bij een Iraanse winkel in Westwood, een stadsdeel van Los Angeles.
Op een middag na het weekend rijdt Mohsin (45), die zijn achternaam niet wil geven, in zijn pick-uptruck op en neer over Westwood Boulevard. De wagen is uitgerust met een Amerikaanse, Israëlische en Iraanse vlag. „Ik was een uur geleden klaar met mijn werk en ben gaan rondrijden”, vertelt hij van achter het stuur, terwijl NRC een stukje meerijdt. „Ik wilde de vreugde delen. Deze blijdschap zal eeuwig duren. Ik had meneer Donald Trump niet dankbaarder kunnen zijn.”
En hoe zit dat met die Israëlische vlag? „Het Israëlische en het Iraanse volk zijn vrienden. Dat waren ze vroeger ook.” Tot de Iraanse revolutie van 1979 konden de twee landen goed overweg.
In zijn kleine kruidenierswinkel zegt Mohammed Ghafarian (78) van achter een stapel dadels dat Trump het „geweldig” gedaan heeft. „Iedereen hier is heel blij. De Iraanse regering heeft [bij het neerslaan van protesten begin dit jaar] dertigduizend mensen gedood in de straten, zonder reden.” Het is goed dat Trump heeft ingegrepen, vindt hij. Ghafarian maakt zich al lange tijd grote zorgen over zijn familie in het land. „Ik heb drie broers, twee zussen en veel neven en nichten in Iran. Ik heb ze al weken niet gesproken.” Hij hoopt maar dat alles goed is met ze.
Een groot deel van de Iraanse gemeenschap in Los Angeles kwam rond 1979 naar de VS, op de vlucht voor het nieuwe regime. Er is een grote Joods-Iraanse gemeenschap in de stad en er zijn families die aanhangers waren van de afgezette sjah. In de decennia daarna volgden meerdere migratiegolven, onder meer tijdens de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988), en elke keer dat de regering protestbewegingen hard neersloeg.
Ghafarian in zijn winkel.
In dit mozaïek van Iraanse immigranten lijkt de buurt wel behoorlijk verenigd te zijn in de liefde voor Reza Pahlavi. Deze zoon van de laatste sjah werpt zich deze weken nadrukkelijk op als nieuwe leider van Iran.
Ofschoon Pahlavi nooit afstand nam van het autoritaire en spilzieke bewind van zijn vader, en grote delen van de Iraanse diaspora niks van hem moeten hebben, is hij populair in Los Angeles. Langs Westwood Boulevard kom je zijn beeltenis om de paar meter tegen op posters. De Iraanse vlag van voor de revolutie, met een gouden leeuw en zon, hangt aan veel gebouwen.
In bijna elk gesprek klinkt lof voor Pahlavi. Bahman Bennett wijst trots op een foto die prominent boven de toonbank hangt: hijzelf (met lange baard) naast Pahlavi in zijn winkel. Bennett sprak hem naar eigen zeggen „veertig minuten” en gaf hem een van zijn kunstwerken cadeau. „Het is een geweldige en kalme man”, vertelt hij. „Hij is hoogopgeleid, hij spreekt drie talen. We willen hem als koning, als president – maakt niet uit als wat precies.”
Bahman Bennett in zijn winkel
De foto van Bennett met Pahlavi
Shawn (57, achternaam bekend bij de redactie), een Iraanse Amerikaan die uit angst voor het Iraanse bewind zijn achternaam niet in NRC wil zien, vertelt dat hij pas het laatste jaar fan werd van Pahlavi. „Vroeger zei hij in interviews dat hij prima tevreden was met zijn luxe leventje en zich niet ging bemoeien met Iran.” Dat is volgens Shawn veranderd, Pahlavi is zich meer gaan bekommeren om de situatie in het land en zet zich nu in voor verandering.
Pahlavi’s organisatie was betrokken bij twee grote demonstraties in Los Angeles, in februari. Bij een betoging kwamen meer dan 200.000 mensen opdagen. Aan Westwood Boulevard zijn de posters die de bijeenkomst aankondigen nog te zien, veel mensen beginnen erover.
Shawn, die naar eigen zeggen in zijn jeugd in Teheran nog gevoetbald heeft tegen Pahlavi („zijn team won altijd”), zegt dat de ‘kroonprins’ ook profiteert van een zekere nostalgie bij de diaspora over het ‘oude’ Iran. „We konden overal heenreizen zonder visum, de Iraanse munt was belangrijk.” Wie die tijd zelf niet heeft meegemaakt, hoort erover via zijn of haar ouders, aldus Shawn.
Terwijl de wereld vreest voor een bloederig en lang conflict in het hele Midden-Oosten, wuift in de wijk bijna iedereen de suggestie weg dat het Amerikaanse ingrijpen verkeerd kan uitpakken. „Ik maak me totaal geen zorgen”, jubelt Mohsin in zijn pick-uptruck. „De Iraniërs zijn meer verenigd dan ooit, binnen en buiten het land. We gaan ons land terugpakken.”
Ook Bennett – die terloops zegt dat zijn neef een oog verloor bij de recente protesten – wil niks weten van het idee dat de VS beter passief hadden kunnen blijven. „Natuurlijk is oorlog niet goed”, zegt hij. „We zien er niet naar uit. Maar dit is de enige kans die we hebben. En het is beter dan de regering die tienduizenden mensen doodt.”
Aan tapijtwinkel Damoka hangt een enorme vlag van Iran met een afbeelding van een zon en een leeuw, de informele oppositievlag die werd gebruikt tot aan de revolutie van 1979.
Roozbeh Farahanipour in zijn Griekse restaurant in Tehrangeles.
Alleen Roozbeh Farahanipour (54) zegt duidelijk dat hij zich zorgen maakt. De Iraans-Amerikaanse eigenaar van het Griekse restaurant Delphi zegt in de deuropening van zijn zaak dat de VS wat hem betreft nu moeten stoppen. „Khamenei doden was goed. Nu moeten ze de overwinning uitroepen en de regio verlaten. De missie is geslaagd, nu is het aan het Iraanse volk.”
„Ik snap niet waarom we er nog zitten”, vervolgt hij. „Ik wil geen nieuw Irak. Ik wil geen boots on the ground. Ik wil geen dode Amerikanen of dode burgers. Ik wil niet dat geld van belastingbetalers in een conflict aan de andere kant van de wereld terechtkomt.”
Dat is wel erg welbespraakt, is hij politicus of zo? Farahanipour noemt zijn naam, en met even googelen blijkt hij inderdaad niet zomaar een restauranteigenaar. Farahanipour is een van de leiders van een groot studentenprotest in 1999 in Iran, en medeoprichter van een in het land verboden oppositiepartij. „Ik heb drie keer in de gevangenis gezeten”, vertelt hij.
In 2000 kwam hij naar de VS als politiek vluchteling en begon een tweede leven als succesvol restaurantondernemer: hij heeft meerdere zaken in de straat. „Ik ben de American Dream”, lacht Farahanipour, die zich als enige wat onverschilliger uitlaat over Pahlavi. „Hij kan op de lijst van kandidaten die het land kunnen leiden.”
Ondanks zijn kanttekeningen benadrukt ook hij zijn blijdschap. „Op dit moment wacht ik al sinds 1989 [toen Khamenei aantrad als hoogste leider]. Maar het volk moet de klus nu afmaken. Niet de VS.”
Een kind zwaait in Los Angeles met de Iraanse vlag, in de variant van voor de Revolutie van 1979.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet