Home

De boswachter rook een chemische lucht in het bos. Toen moest het hele natuurgebied op de schop

Drugsdumping Op de Brabantse Wal werd in 2021 een gigantische put met drugsafval gevonden. Om de grond te saneren moest een groot stuk bos worden gekapt. De boswachter zag het natuurgebied veranderen in een laboratorium. Nu durft hij te hopen op herstel.

Medewerkers van de provincie Noord-Brabant saneren de put met drugsafval die in 2021 werd gevonden in natuurgebied de Brabantse Wal.

De boswachter steekt zijn schop in de grond. Het is woensdag, in natuurgebied de Brabantse Wal vormt zich langzaam een lentelandschap. Behalve op de kale krater waar boswachter Erik de Jonge (43) staat, verlicht door de zon, omgeven door naaldbos. Hier groeit al vijf jaar niets.

Het was de grootste drugsafvalput die ooit gevonden is op de Brabantse Wal. Sinds de ontdekking in 2021 werd alleen al uit het grondwater 750 kilogram aan drugsafvalstoffen van een cocaïnewasserij verwijderd – en nog meer uit de grond, al is onbekend hoeveel. Nu stopt de provincie Noord-Brabant, hoofdverantwoordelijk voor de sanering, met deze miljoenenoperatie. Het is aan de natuur.

Het drugsafval is grotendeels weg. De gehaltes in de grond en het grondwater, dat ook gebruikt wordt als drinkwater, vormen geen gevaar meer voor mens en milieu. Het betekent niet dat de bodem schoon is, vooral in de diepere grond en het grondwater zitten nog resten. De provincie zal in april en oktober het grondwater peilen, om na te gaan of het afval verder is afgebroken.

De drugsput in Halsteren staat niet op zichzelf. Ook in Bergen op Zoom, Deurne, Boxtel, Someren en Zundert maakt de provincie Noord-Brabant door drugs vervuilde grond schoon. Voor die saneringen ontving de provincie ongeveer 6,8 miljoen euro subsidie van de landelijke overheid. De provincie probeert de schade te verhalen op de daders of medeplichtigen. Tot nu toe zijn er alleen verdachten.

De dumpingen waar Brabant om bekendstaat, hebben zich inmiddels als een olievlek over Nederland verspreid. De politie trof tussen 2020 en 2024 meer dan zevenhonderd locaties met drugsafval aan, met een recordaantal van 217 dumpingen in 2024. De cijfers over 2025 zijn nog niet bekend. Waar het voorheen vaak om blauwe tonnen of jerrycans ging, wordt het drugsafval tegenwoordig vaker onder de grond opgeslagen. Zoals op de Brabantse Wal, wat het moeilijk op te ruimen maakt.

Een stil hoekje zonder paden

De Brabantse Wal is het mooiste natuurgebied van Nederland, vindt de boswachter. Al achttien jaar banjert De Jonge, kort haar en volle baard, in zijn groene fleecevest door het gebied. Hij werkt niet als boswachter, hij ís boswachter. De Jonge houdt van de stuifduinen op de Brabantse Wal, die vroeger de kustlijn vormden. En van de steile afdaling via de klei naar Zeeland, zijn geboortegrond. Onderweg zie je zoveel variatie: heide, vennen, bossen. Hij is ermee vergroeid geraakt.

De boswachter kwam weinig in het naaldbos, gelegen op een oud landgoed. Het was een plek om zuinig op te zijn. Er waren geen fiets- of wandelpaden, het was een stil hoekje. De vogels en het wild hadden het er voor het zeggen. Klein grut: appelvinkjes, goudhaantjes en kuipmeesjes. En groot grut: tientallen slapende reeën en één wespendief, de zeldzame havik die in het Natura 2000-gebied beschermd werd. Althans, dat dacht De Jonge.

Bij het naaldbos is een erfje, het enige nabije uit de bewoonde wereld. De eigenaar had een kleine paardenstal, een weitje – niets bijzonders, vond De Jonge, zo zijn er zovelen. Ook was er een langwerpig, laag gebouwtje van golfplaten, tegen de stuifduin waarop het naaldbos ligt aan. Daar was een hennepkwekerij opgerold toen hij net boswachter was. Argwaan had hij er sindsdien niet meer bij, omwonenden wel, bleek achteraf.

Op 23 maart 2021 deed de politie een inval. Ze ontdekten een cocaïnewasserij onder de golfplaten. De Jonge werd gebeld. Terwijl de agenten de wasserij ontruimden, prikte een scherpe lucht in zijn neus. Niet zoet, zoals bij de xtc-labs die de boswachter elders zag. Maar chemisch, vergelijkbaar met de geur van nagellakremover. Vanonder de golfplaten kon het niet komen, de wind stond de andere kant op. Toen gingen bij hem de alarmbellen af.

De boswachter liep nog eens door het naaldbos. Hij zag looftakken liggen, afkomstig uit het oudste bos van Nederland, verder op de Brabantse Wal. Die trok hij weg. Eronder lag een ruw en zwaar tapijt, vergelijkbaar met jute, van drie bij drie meter. Hij wenkte een agent en samen trokken ze het tapijt weg. Daaronder waren metalen platen vastgeschroefd. De Jonge wrikte ze los met een schepje.

Opnieuw prikte een walm in zijn neus. Onder de platen zaten een groot gat, overspannen met balken. De grond was een dikke koek van prut. Dit is heel serieus, dacht De Jonge.

Dan is het redden wat er te redden valt. Het Brabants Landschap, eigenaar van de grond, groef de zichtbaar vervuilde grond weg. Dat is een verplichting bij een milieuprobleem, er staat 24 uur voor. Vaak volstaat dit, bijvoorbeeld bij een dumping van vaten. Als die gelekt hebben, haal je de grond eronder weg. Maar deze drugsafvalput was van een ongekende grootte. Hoelang de put gebruikt was, weet de boswachter nog steeds niet.

Butanon, benzeen en isopropanol

Zijn rustige naaldbos werd een laboratorium. In de afgraving werden grondmicrofoons geplaatst, om via trillingen de samenstelling van de grond te meten. En om het grondwater te testen gingen er telkens weer nieuwe peilbuizen, veertien in totaal, de grond in. Steeds dieper, meer dan tien meter uiteindelijk zelfs, als weer eens bleek dat de vervuiling nog verder was doorgedrongen in de grond. Als een peilbuis de grond in ging, kwam er zoveel damp uit de bodem dat de meetbedrijven tegen de boswachter zeiden: zet het maar af hier.

De vervuiling bleek als een trechter de bodem in gelopen, een brede vlek onder het naaldbos. Het zou een peperdure schoonmaak worden, waarvoor het Brabants Landschap, werkgever van de boswachter, als particuliere natuurorganisatie niet wilde opdraaien. De Jonge liet de bouwplaats zien aan burgemeesters, wethouders, de commissaris van de koning, Tweede Kamerleden en ministers. Met terugwerkende kracht stelde het kabinet geld beschikbaar om bij te dragen aan de kosten voor de saneringen die de provincie Noord-Brabant maakt.

Het laboratorium werd, twee jaar na de ontdekking inmiddels, een bouwplaats omgeven door hekken. Voor graafmachines werd een weg aangelegd over het heuvelachtige terrein naar het anders voor voertuigen onbereikbare hoekje. De weg werd vrijgemaakt door vierhonderd naaldbomen te kappen. Verschrikkelijk, vond boswachter De Jonge. Misschien zou hij het daar nooit meer bos zien worden, dacht hij toen.

Er werden vijfhonderd vrachtwagens aan grond afgegraven. De grond belandde in hoopjes op een weiland naast de put, waar hij werd uitgesorteerd. Zo’n 120 vrachtwagens aan sterk vervuilde grond werden afgevoerd naar afvalverwerkingsbedrijf ATM in Moerdijk. Daarin zat butanon, een oplosmiddel. En benzeen, onderdeel van de benzine waarmee de cocaïne uitgewassen werd. Maar ook isopropanol, een desinfectiemiddel.

De volgende stap was het grondwater, begin vorig jaar. Het vervuilde water werd via vijf buizen opgepompt, samen met wat schoon water. Dat ging samen door een zuiveringsinstallatie, speciaal op de bouwplaats neergezet. Zo’n veertien zwembaden, zoals je ze tegenkomt in de achtertuinen van mensen, aan water werden gezuiverd. Het water werd aan de randen van de krater teruggebracht.

Rogge voor een nieuw wortelstelsel

Boswachter De Jonge hielp de put te dichten, afgelopen najaar. Boven een leemlaag kwam grijs zand, net als voorheen. En daarbovenop het karakteristieke, gelige stuifzand. Afgetopt met schone grond uit de oude boslaag. Om de glooiingen in het oorspronkelijke landschap na te bootsen, bekeek de boswachter oude beelden.

Afgelopen oktober lag er weer een stuifduin. Een bak zand zonder leven, dat nog wel. Dus ging boswachter De Jonge toen winterrogge inzaaien, dat voor een nieuw wortelstelsel in de grond moet zorgen. De zaden zijn gekiemd, is woensdag te zien, en gaan nu wortel schieten. Als het graan goed groeit, is dat een positief teken, als een natuurlijke thermometer. De ronkende apparatuur bij het naaldbos is verdwenen.

Zijn schop zit in de grond, de boswachter plant een lindeboompje. Om zich heen hoort hij mezen, lijsters en merels. In het weiland op weg naar de stuifduin zag hij reeënsporen. Mensen mogen hier voorlopig niet komen. De lindeboom – bijen zijn er gek op – heeft hartvormige bladeren en wortelt dieper dan naaldbomen. Voor de boswachter voelt het als een overwinning op de vervuiling.

Natuur en milieu

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next