Home

Via ‘motiemanagement’ gunt kabinet-Jetten de oppositie een plek in de zon, of juist niet

De strategie is al voor het aantreden van Rob Jetten uitgedacht: de oppositie valt te paaien met de goedkope publiciteit van een aangenomen motie. Alleen CDA-leider Henri Bontenbal moet zijn weerzin overwinnen.

Chris Stoffer heeft een glorieuze week achter de rug. De leider van de kleine oppositiepartij trok via een motie alle aandacht naar zich toe in de hoogoplopende discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd. Na het debat over de regeringsverklaring kondigde een talkshow hem ronkend aan: ‘SGP-leider Chris Stoffer maakt furore met zijn AOW-motie.’

Stoffer leek het er niet mee oneens. De SGP’er voerde aan tafel het hoogste woord over hoe volgens hem de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd afgezwakt kan worden. De eveneens aanwezige minister van Financiën Eelco Heinen hoorde het gedwee aan. Zo is het afgesproken: bewindslieden moeten hun ego opzij zetten en de oppositie af en toe laten shinen. Alleen zo kan het minderheidskabinet overleven.

Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.

Al voor het aantreden van Rob Jetten viel te horen dat ‘motiemanagement’ een belangrijke rol zou gaan spelen. De gedachte erachter is simpel. In een versplinterd politiek landschap heerst er onder oppositiepartijen een meedogenloze strijd om aandacht – de belangrijkste valuta van de hedendaagse politiek. Door op strategische momenten een motie aan een meerderheid te helpen, kunnen D66, VVD en CDA een oppositiepartij voor even een plekje in de zon gunnen.

Voor de buitenwereld zal het als iets futiels overkomen, maar in de Haagse binnenwereld kan een aangenomen motie een zeldzaam moment van succes zijn. Als de coalitie daarbij kan helpen zonder een hoge prijs te betalen: waarom niet?

Niet voor niets knalden afgelopen week nog net niet de champagnekurken bij de afgesplitste fractie van Gidi Markuszower (voorheen PVV), die medeondertekenaar was bij de AOW-motie van Stoffer. Markuszower mocht voor de camera’s uitleggen wat zijn ‘deal’ met de coalitie inhield.

Iets vergelijkbaars gebeurde bij een motie van ChristenUnie-leider Mirjam Bikker, die het kabinet opriep om maatregelen te nemen om de stijging van de armoede tegen te gaan. Ook deze motie werd aan een meerderheid geholpen door de coalitie. Bikker mocht ermee pronken op sociale media. D66-fractievoorzitter Jan Paternotte zette haar zondag bij de talkshow Buitenhof nog even in het zonnetje als toonbeeld van constructief oppositievoeren.

Een omgekeerd effect is er ook. Partijen die geen meerderheid krijgen, worden al snel weggezet als verliezers en afgewezen bruiden. GroenLinks-PvdA verkeert vooralsnog geregeld in die positie, met de PVV en SP als ongemakkelijke compagnons. De partij van Jesse Klaver blijft er zelf laconiek onder. GroenLinks-PvdA is ervan overtuigd dat de afgewezen moties, bijvoorbeeld over het volledig ongedaan maken van de verhoging van de AOW-leeftijd, uiteindelijk hun politieke waarde zullen hebben. Aan linkse kiezers kan zo getoond worden dat Rob Jetten als premier keer op keer kiest voor rechts en zelfs het radicaal-rechts van Markuszower.

De coalitie zal het verdeel-en-heers via moties de komende maanden alleen maar verder opvoeren, zo is de verwachting, ook omdat er voorlopig nog weinig concreet beleid voorligt. Wijlen NRC-commentator Marc Chavannes wordt nog weleens aangehaald met de bon mot dat ieder belangrijk politiek debat in Nederland eindigt in een verhoging van de benzineaccijns. Nu geldt eerder: de wereld kan in brand staan, maar de Nederlandse politiek is druk met moties, hoe ongrijpbaar soms ook.

Dat geldt zeker ook voor de motie-Stoffer van de afgelopen week. De verhoging van de AOW-leeftijd moet versoepeld worden, zo luidt het verzoek aan het kabinet, maar onduidelijk blijft hoeveel dat gaat kosten en waar het geld vandaan moet komen. De bezuiniging van 2,7 miljard euro vanaf 2033 staat nog steeds in de boeken.

CDA-leider Henri Bontenbal ageerde in 2024 nog hartstochtelijk tegen de Haagse obsessie met moties. Hij pleitte voor een quotum van maximaal twee moties per partij per debat. Ook kondigde hij aan dat zijn fractie niet meer zou meestemmen met moties die alleen bedoeld waren om ‘makkelijk te scoren’. Het meest verafschuwde de CDA’er ‘de gratis-biermoties’. ‘Een fractie verzoekt de regering in deze motie iets te doen wat geld kost, maar vertelt er niet bij waar dat geld vandaan moet komen’, aldus de definitie die de CDA-leider zelf gaf.

In die periode trok Bontenbal ook nog hard van leer tegen BBB-voorvrouw Caroline van der Plas die het kabinet in een motie had opgeroepen om het minimumloon ‘enigszins te verhogen’. Hij noemde dat ‘een grove gratis-biermotie’. ‘Als je als partij een beetje financieel degelijk bent, kom je met een verhaal bij welk potje er iets bij moet en bij welk potje er dan iets afgaat.’

Nu ‘motiemanagement’ onderdeel is geworden van de overlevingsstrategie van zijn minderheidskabinet doet Bontenbal minder moeilijk. Hij stemde voor de motie-Stoffer, hoewel niet duidelijk wordt uit welk potje de versoepeling van de AOW-maatregel betaald gaat worden. Volgens het CDA is er desondanks geen sprake van een gratis-biermotie: er zou ‘geen directe financiële claim’ zijn.

Het vereist de nodige flexibiliteit om mee te gaan in die redenering, maar Bontenbal heeft weinig keus. Zijn kruistocht tegen zinloze moties moet wijken voor de zoektocht van het minderheidskabinet naar goodwill in de Tweede Kamer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next