De terugreis van een groot deel van de MotoGPpaddock na de seizoensopener in Thailand is uitgelopen op een logistieke nachtmerrie. Door oplopende spanningen in het Midden-Oosten en de sluiting van belangrijke luchthavens in Dubai, Doha en Abu Dhabi zagen veel teamleden en paddock medewerkers hun geplande terugvluchten plotseling geannuleerd worden.
De luchthavens van Dubai, Doha en Abu Dhabi fungeren normaal gesproken als belangrijke overstappunten voor vluchten tussen Azië en Europa. Veel leden van de MotoGP-paddock hadden hun terugreis vanuit Thailand via één van deze hubs gepland. De plotselinge sluiting van deze luchthavens legde het internationale vliegverkeer grotendeels stil, met grote gevolgen voor de paddock.
Voor een aantal MotoGP coureurs bleef de impact relatief beperkt. Zij reizen vaak met privé vluchten rechtstreeks van Thailand naar hun thuisland. Voor het merendeel van het paddock personeel en coureurs uit de Moto2- en Moto3-klassen lag dat echter anders.
Al tijdens het raceweekend werd duidelijk dat de terugreis problematisch kon gaan worden. Gedurende het weekend werden steeds meer vluchten geannuleerd of aangepast, wat voor grote onzekerheid zorgde. Het vooraf boeken van een nieuwe vlucht bracht enorme financiële risico’s met zich mee zolang de oorspronkelijke vlucht nog niet officieel geannuleerd was.
Bovendien konden luchtvaartmaatschappijen nauwelijks alternatieven aanbieden, omdat onduidelijk was hoe lang de situatie zou duren. Daarbij speelde ook de angst om tijdens een tussenstop vast te komen zitten op één van de genoemde hubs wanneer de situatie verder zou escaleren.
Wie zelf op zoek ging naar alternatieve routes – bijvoorbeeld via Korea, China, Turkije of andere Europese hubs – liep tegen enorme prijzen aan. Ticketprijzen stegen al snel tot bedragen van €5000,00 tot ver boven de €10.000 per persoon. In veel gevallen bleken vluchten bovendien al uitverkocht tegen de tijd dat het boekingsproces werd afgerond.
Toen duidelijk werd dat een groot deel van de paddock noodgedwongen langer in Thailand zou moeten blijven, greep de MotoGP organisatie in. Binnen 24 uur werden twee chartervluchten geregeld: één naar Madrid en één naar Milaan, met in totaal plaats voor ruim 600 personen.
De vlucht naar Madrid werd voornamelijk gevuld met Dorna-medewerkers en Spaanse coureurs en teamleden. Op de vlucht naar Milaan bevonden zich veel teamleden van onder andere KTM, Aprilia en Ducati, evenals diverse Moto2- en Moto3-teams.
Ook Red Bull KTM Ajo met o.a. Collin Veijer kon een plaats bemachtigen op deze vlucht, evenals Racesport.nl medewerkers Evert Slager, Randy van Maasdijk en Gerard van Maasdijk en enkele andere landgenoten die werkzaam zijn binnen de paadock.
De achtkoppige Ziggo Sport Racing-crew had deze problemen niet. Zij reisden naar Bangkok met een rechtstreekse KLM-vlucht en bleven daardoor de grootste logistieke problemen bespaard. Een deel van het team keerde dinsdag terug naar Nederland, terwijl anderen bewust enkele dagen langer in Thailand blijven en later deze week terugvliegen.
De ontstane situatie heeft inmiddels geleid tot een aanzienlijke financiële strop voor teams en paddock medewerkers. Hoewel geannuleerde vluchten in sommige gevallen worden gecompenseerd, dekt dat slechts een deel van de extra kosten die gemaakt zijn.
Daarnaast keren veel reisverzekeringen niet uit wanneer de oorzaak van de verstoring gerelateerd is aan oorlogssituaties of geopolitieke conflicten.
Volgens verschillende teams waarmee inmiddels is gesproken, lopen de extra kosten voor Moto2- en Moto3-teams op tot wel €30.000. Voor MotoGP teams ligt dat bedrag vermoedelijk nog aanzienlijk hoger.
Daarmee krijgt het 2026 MotoGP seizoen voor veel teams en paddock medewerkers direct een onrustige en kostbare start.