Bij Stek Oost in Amsterdam wonen sinds 2018 jongeren en statushouders samen. Er vonden ernstige incidenten plaats, waaronder twee verkrachtingen. Waar ging het mis? En zijn er ook problemen bij de circa 160 andere gemengde woonprojecten in Nederland?
is verslaggever bij de redactie Binnenland, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.
De 26-jarige museummedewerker Thomas heeft even getwijfeld. Durfde hij het aan om een studio te huren in Stek Oost? ‘Ik had in Het Parool gelezen over geweld en overlast. Ik dacht: in welk lijp hol kom ik straks terecht?’
Niet dat hij veel keus had. ‘Het was óf deze goedkope sociale huurwoning óf terug naar mijn ouders. Nu dank ik God op mijn blote knieën dat ik een huis in Amsterdam heb. Ik woon ook nog eens in een pittoresk hoekje, met uitzicht op de sportvelden.’
Thomas komt liever niet met zijn achternaam in de krant. Het onderwerp Stek Oost, het Amsterdamse wooncomplex voor statushouders en jongeren, is volgens hem zwaar gepolariseerd; hij is bang voor ‘rechtse gekkies’. Ook hij is geschrokken van een veelbesproken Zembla‑uitzending. ‘Als je hoort dat vrouwen hier zijn verkracht, dat ze hun studio niet uit durfden, dan vind ik dat verschrikkelijk. Maar dat beeld van een grimmig gebouw vol misstanden, dat vind ik wrang. De meeste bewoners doen geen vlieg kwaad.’
Stek Oost, het prestigieuze, tijdelijke woonproject van de gemeente Amsterdam en woningcorporatie Stadgenoot, huisvest onder één dak jongeren en statushouders. Het circulaire gebouw is opgetrokken uit demonteerbare studio’s, met smalle gangen die doen denken aan een marineschip. De ligging: in de Watergraafsmeer, pal tegenover station Science Park en naast de sportvelden van voetbalvereniging Zeeburgia, waar de galmen klinken van een trainend jeugdelftal en hardlopers langsjoggen. Stek Oost is betaalbaar. Voor een studio van 18 vierkante meter betalen huurders 300 euro per maand. Dat maakte het project populair bij jongeren die vastliepen op de Amsterdamse woningmarkt.
Maar bewoners van Stek Oost kampten van meet af aan met overlast, intimidatie en geweld van medebewoners. Hun meldingen en klachten liepen stuk op bureaucratie, onkunde en onmacht. Hoe kon het zo misgaan in Stek Oost? En is deze zogenoemde gemengde woonvorm, sterk in opkomst in Nederland, gedoemd te mislukken?
Amsterdam had in 2016 een landelijke primeur: op verschillende locaties in de hoofdstad zouden statushouders en jongeren onder één dak komen te wonen. Het idee was om zowel de problemen op de woningmarkt tegen te gaan als statushouders een stevige duw richting integratie te geven.
Stek Oost werd in 2018 opgeleverd: 250 kleine studio’s, gelijk verdeeld over statushouders en jongeren tot 28 jaar. De jongeren werden geselecteerd op hun motivatie; zij zouden optreden als buddy’s en gangmakers. De (eveneens vaak jonge) statushouders werden niet speciaal geselecteerd, maar door het COA toegewezen. Samen zouden zij een sterke, veilige gemeenschap vormen.
Maar in de Watergraafsmeer werd die bestuurlijke droom al snel doorgeprikt. Jongeren en statushouders waren helemaal niet bezig met ‘community building’. Bewoners maakten nauwelijks gebruik van de gemeenschappelijke ruimte. Er werd al snel gedeald en gevochten, er waren steekincidenten en vrouwelijke bewoners werden belaagd.
Stadszender AT5 en Het Parool deden vanaf 2022 onophoudelijk verslag van de spanningen en de gebrekkige regie van zowel woningcorporatie Stadgenoot als de gemeente. Maar het was een Zembla‑uitzending over Stek Oost, medio januari, die een landelijke schokgolf teweegbracht. Het BNNVara‑programma sprak met betrokkenen en kreeg inzage in belangrijke documenten. Bewoners vertellen hoe ze elkaar elkaar angstige berichten stuurden over verwarde medebewoners. Sommigen kregen te maken met ernstig geweld.
Oud‑bewoner Amanda vertelt hoe zij in 2019 in contact kwam met een Syrische statushouder die de taal en cultuur wilde leren kennen. Toen ze op zijn nadrukkelijke verzoek in zijn woning kwam, dwong hij haar wijn te drinken en verkrachtte hij haar. Amanda verliet Stek Oost en deed aangifte, maar die werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs – zoals onder de oude zedenwet veelvuldig gebeurde.
Over de statushouder kwamen zowel bij de politie als de woningcorporatie andere meldingen binnen, toch bleef hij aanvankelijk in Stek Oost wonen, waar hij een andere bewoonster verkrachtte. Pas toen hij in 2022 werd gearresteerd, verliet hij definitief Stek Oost: hij werd veroordeeld tot 3 jaar cel voor twee verkrachtingen.
Toen Stadgenoot in juli 2023 weer een signaal kreeg over seksueel geweld, ditmaal over een vermoeden van een groepsverkrachting, luidde de corporatie de noodklok. ‘Het liep ons gewoon over de schoenen’, zei Mariëlle Foppen van Stadgenoot in de Zembla‑uitzending. ‘We wilden niet langer verantwoordelijk zijn voor de veiligheid in het complex.’ Besloten werd om, met verhoogd toezicht en beveiliging, toch door te gaan met Stek Oost.
Aan de telefoon vertelt Amanda hoe pijnlijk het voor haar was om de Zembla‑uitzending te zien. In haar ogen nam Stadgenoot noch de gemeente verantwoordelijkheid. ‘Vanaf het moment dat ik slachtoffer werd, was ik bang dat er meer vrouwen zouden volgen. Ik weet uit de strafzaak dat er zeven meldingen over hem zijn gedaan. Ik was verbijsterd om te horen hoe niemand echt een vuist maakte. Voor de bewoners die kwaad in de zin hadden was het zo makkelijk om slachtoffers te selecteren en isoleren.’ Wat ze bovendien pijnlijk vond: ze heeft nooit iets vernomen van de betrokken wethouders of van de burgemeester.
Amanda wist haar leven weer op te pakken, maar lange tijd had ze last van nachtmerries en paniekaanvallen. Voor de Zembla-uitzending koos ze er bewust voor om herkenbaar in beeld te komen. ‘Ik schaam me niet voor wat mij is aangedaan. Ik wil vooral dat er aandacht komt voor dit probleem.’
Die aandacht kwam er in de media; het geplaagde woonproject bereikte zelfs de redactie van de Britse tabloid The Daily Mail, die er twee stukken aan wijdde. In sommige media werd kritiek op het woonproject in één adem doorgetrokken naar het landelijke asielbeleid, zoals in het SBS 6‑programma Nieuws van de dag, waar De Telegraaf‑journalist Wierd Duk Stek Oost beschreef als ‘een experiment met idealistische jongeren. Maar net zo worden er met de hele Nederlandse gemeenschap experimenten uitgevoerd, door al die azc’s’.
Die sentimenten waren ook hoor‑ en voelbaar in Den Haag, waar midden februari honderden mensen samenkwamen om te protesteren tegen een groot gemengd woonproject met onder anderen statushouders in het voormalige HagaZiekenhuis. Sommige demonstranten brachten een Hitlergroet of droegen een prinsenvlag. Tegenstanders voelen zich gesterkt door de berichtgeving over Stek Oost. ‘Dan reizen de haren je wel te berge’, zei een buurtbewoner. ‘Zeker als je ziet hoe lokale bestuurders en politici omgaan met klachten en signalen.’
Stek Oost leidde ook tot een fel debat in de gemeenteraad van Amsterdam. Had de gemeente niet meer kunnen en moeten doen om de bewoners te beschermen? Betrokken wethouders Zita Pels (Volkshuisvesting) en Rutger Groot Wassink (Opvang) bestreden beiden het beeld van een lakse gemeente. Volgens hen is juist van alles gedaan om de veiligheid te verbeteren, zoals cameratoezicht, meer begeleiding en betere screening.
Het beeld dat bij velen is blijven hangen, is dat van een ondoordacht, ontwrichtend woonexperiment. Maar hoe representatief is Stek Oost? ‘Gemengde woonvormen liggen onder een vergrootglas’, constateert Maarten Davelaar, onderzoeker aan Hogeschool Utrecht. En dat is niet helemaal fair. ‘In gewone buurten staat het samenleven ook onder druk; ook daar wonen mensen gemengd door elkaar. Mits goed georganiseerd kun je van deze woonprojecten juist leren hoe je verbinding kunt creëren.’
Volgens Davelaar zijn er in Nederland momenteel meer dan 160 van dit soort projecten. In sommige woonvormen gaat het om ouderen, bij andere om dak- en thuislozen die worden gehuisvest samen met reguliere bewoners. In een derde van de gemende samenwoonvormen gaat het om statushouders.
Zelf deed hij al in 2019 onderzoek naar Stek Oost. ‘Dat behoort tot de eerste generatie van dit soort projecten; daar ging veel mis. De gebouwen voldeden vaak niet, de schaal was veel te groot en de verhoudingen lagen verkeerd. En een verdeling van 50 procent jongeren en 50 procent statushouders is veel te belastend.’
Voor de statushouders was Stek Oost verre van ideaal. ‘Zij waren niet voorgelicht en kwamen, na jarenlang heen en weer te zijn gesleept, ineens in een kleine studio terecht. Bovendien werden ze niet gescreend, terwijl mensen met ernstige psychische problemen niet geschikt zijn voor deze woonvorm.’
Ook werd er te veel verantwoordelijkheid bij de jongeren gelegd. Maar, stelt Davelaar: ‘Jonge mensen die voor het eerst op zichzelf wonen kunnen ook kwetsbaar zijn: ze lopen soms vast in hun studie of werk en kunnen psychische problemen hebben.’
In nieuwe woonprojecten is vaak beter nagedacht over de manier waarop verschillende groepen wél veilig kunnen samenwonen. ‘Bij geslaagde projecten is de schaal kleiner, worden de bewoners wordt meer ondersteund en voorgelicht en weten waar ze terechtkunnen met hun klachten.’
Dieke van Ewijk, eveneens onderzoeker aan Hogeschool Utrecht, griezelt bij de beelden van Stek Oost. ‘Als je dat gebouw ziet, met die smalle, donkere gangen en overal enge hoekjes, dan wil je meteen wegrennen. Terwijl: als mensen zich veilig voelen in een ruimte, maken ze sneller contact. En dat contact leidt weer tot meer veiligheid.’
Ze begrijpt de verontwaardiging over Stek Oost, maar is desalniettemin ‘heel enthousiast’ over gemengde woonvormen. ‘Bij kleinschalige projecten letten buren op elkaar. De sociale controle is soms zo sterk dat de politie er minder vaak hoeft te komen dan bij reguliere huurcomplexen. En statushouders kunnen dankzij deze woonvorm soms sneller werk vinden en de taal beter leren.’
Nieuwere woonprojecten zijn volgens Van Ewijk vaak ontworpen om veiligheid en cohesie te versterken. ‘Dat kan met brede galerijen en aangrenzende balkonnetjes, doorkijkjes, zichtlijnen en veel zonlicht.’ Als hoopvol voorbeeld noemt ze het onlangs opgeleverde Brasa Village in Amsterdam‑Zuidoost: vijfhonderd appartementen, waarvan 30 procent wordt bewoond door statushouders. ‘Dat is een ruim opgezet nieuwbouwproject. De GGD heeft beoordeeld of mensen het aankunnen om hier te wonen, of dat er sprake is van te grote trauma’s.’
‘Ik herkende veel uit de Zembla‑uitzending’, zegt Anemoon van Dijk, manager bij Woonin. De Utrechtse woningcorporatie beheert zo’n tien gemengde woonprojecten, waaronder het pioniersproject Place2BU: vijfhonderd containerwoningen voor statushouders en jongeren in Leidsche Rijn. ‘Zo ernstig als bij Stek Oost was het niet, maar ook bij Place2BU hebben we incidenten gehad.’
Woonin paste daarop het woonbeleid aan. ‘We hebben de 50/50‑verdeling losgelaten; nu is 30 procent statushouder en kijkt VluchtelingenWerk mee, zodat de juiste mensen hier komen wonen. Je moet als beheerder in de haarvaten van zo’n gemeenschap zitten, en goed samenwerken met politie en gemeente.’
Van Dijk ziet hoe gemeenten soms de druk opvoeren om verschillende doelgroepen in grote woonprojecten bij elkaar te zetten, om op te schalen. ‘Als corporatie moet je daar weerstand tegen bieden. Ik zou zeggen: houd het simpel, meng niet te veel groepen door elkaar. En blijf onder de 150 woningen.’
Woningcorporatie Stadgenoot wil voorlopig niet ingaan op vragen over Stek Oost.
In reactie op vragen van de Volkskrant laat de gemeente Amsterdam weten dat er sinds 2022 van alles is gedaan om leven op Stek Oost veiliger te maken, van betere begeleiding voor de jongeren en cameratoezicht tot aanpassingen in de verhoudingen tussen het aantal statushouders. De gemeente is er nog steeds van overtuigd dat gemengde woonprojecten van toegevoegde waarde kunnen zijn voor de bewoners en voor de stad.
Stek Oost blijft tot 2028 bestaan.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant