Pantone, maker van de kleurenbijbel, kiest jaarlijks ook de kleur van het jaar. In 2026 valt die eer te beurt aan cloud dancer, een tint gebroken wit. Musea en universiteiten bespiegelen volop wat dat zegt over de tijdgeest.
Wie op straat om zich heen kijkt, ziet steeds minder uitgesproken kleuren. Een gele regenjas of oranje paraplu valt al snel op tussen de donkere kleding. Ook in de etalages zijn weinig kleurrijke producten te zien, vooral tussen de luxe spullen. Waar de lancering van een nieuwe reeks Apple-producten vroeger nog een explosie van roze, oranje en gifgroen betekende, zijn de subtiele kleurverschillen tussen de zachtgele en lichtblauwe iPhone nu nauwelijks te onderscheiden. Ook de winkels waarin die producten worden verkocht zijn steriele, witte ruimtes.
In december werd de gebroken witte tint cloud dancer zelfs verkozen tot kleur van het jaar 2026. De kleur van het jaar wordt sinds 2000 jaarlijks gekozen door Pantone, de Amerikaanse instelling waarvan de kleurcoderingen als standaard gelden voor ontwerpers, drukkers en tal van andere industrieën.
Hoe deze verkiezing precies in elkaar steekt, is geheim. Een journalist van onlinemagazine Slate die in 2012 undercover ging, beschreef een bijeenkomst van grotendeels anonieme kleurexperts, in een ruimte die kaal en wit is om beïnvloeding te voorkomen.
Cloud dancer is volgens Pantone de kleur die de huidige tijdgeest het best weet te vatten. Zelfs de Puerto Ricaanse zanger Bad Bunny, bekend om zijn excentrieke en vaak kleurrijke stijl, verscheen onlangs in een cloud dancer-getinte outfit op misschien wel zijn belangrijkste optreden tot nu toe: de halftime show van de Super Bowl, de finale van het Americanfootballseizoen.
Een opvallende keuze op een politiek beladen moment, onder meer vanwege zijn uitgesproken kritiek op de Amerikaanse president Donald Trump en diens immigratiedienst ICE.
Volgens Pantone symboliseert cloud dancer kalmte in een maatschappij die behoefte heeft aan stille reflectie: een serene tint die staat voor ontspanning, focus en de gedachten de vrije loop laten. Precies wat nodig is in een tijd van geopolitieke turbulentie, volgens het instituut.
Toch was de verkiezing reden tot een golf van kritiek op Pantone, die een fantasieloze keuze zou hebben gemaakt. Hoe een kleur geïnterpreteerd wordt, is sterk afhankelijk van plaats en context. Waar de wolkenwitte outfit van Bad Bunny werd gevierd als symbool van verbinding, zien critici cloud dancer als een nieuw hoofdstuk binnen een eeuwenlange ontwikkeling: de terugkerende afkeer van kleur.
Volgens een onderzoek van het Science Museum in Londen uit 2020 zou het inderdaad zo kunnen zijn dat het gebruik van kleur in alledaagse voorwerpen sinds 1800 afneemt. Dit concludeerde het na analyse van zevenduizend gebruiksvoorwerpen door de eeuwen heen, met de nuancering dat het niet ging om willekeurig gekozen voorwerpen.
Zo lijkt een groot deel van de afname te verklaren door een verandering in materialen: in de plaats van geel- en bruintinten van een houten zandloper of tabakspijp kwamen de grijstinten van metaal en glas, waarvan veel elektronica gemaakt is.
Hoewel de opkomst van onder andere plastic in de tweede helft van de 20ste eeuw het juist makkelijker maakte kleurrijke objecten te vervaardigen, beperkte het gebruik van felle kleuren zich tot een piek vanaf 1960, die na de jaren tachtig vrij rap weer afnam.
Wie op de snelweg rijdt, ziet in een oogopslag dat deze afname van kleur zich de afgelopen jaren heeft voortgezet. Uit cijfers van statistiekbureau CBS en RDW (Dienst Wegverkeer) blijkt dat het aantal rode auto’s de afgelopen 25 jaar met 16 procent is afgenomen. Nog maar 6 procent van de auto’s op Nederlandse wegen is rood.
De kans dat een grijze auto voorbijrijdt is gestegen: afgelopen jaar was 34 procent van alle auto’s grijs, een toename van 16 procent.
Volgens de kleurenpsychologie is het zien van kleur een betekenisvol onderdeel van onze dagelijkse ervaring: kleur helpt ons om de wereld te begrijpen. We kunnen ermee bepalen of de banaan in de fruitschaal al rijp is, gekleurde verkeersborden wijzen ons de weg en rode knoppen op ons telefoonscherm waarschuwen ons als we op het punt staan een dierbare foto per ongeluk te verwijderen.
Kleur is ook van belang om onszelf te onderscheiden, of juist om groepen te vormen: met vrolijk gekleurde nagels draag je je persoonlijkheid uit, terwijl je je in een oranje outfit tijdens een sporttoernooi onderdeel van een groter geheel voelt.
Hoewel de waarde van kleurenpsychologie wetenschappelijk moeilijk aantoonbaar is, is er wel bewijs van het effect van kleuren op ons brein. Uit een analyse van tientallen studies, uitgevoerd door de universiteit van Rochester in de Verenigde Staten, blijkt onder meer dat het dragen van rode kleding bevorderend werkt voor sportprestaties en dat bedrijven met een blauw logo betrouwbaarder overkomen.
Kleur beïnvloedt onze gemoedstoestand – en de afwezigheid ervan dus ook.
De afname van kleur is volgens kunstenaar en schrijver David Batchelor een eeuwenoud fenomeen dat vervlochten is met de westerse cultuur. In zijn boek Chromophobia (2001), dat ‘kleurvrees’ betekent, betoogt hij dat er over kleuren hardnekkige vooroordelen bestaan.
Een tekenend voorbeeld van westerse kleurvrees is de omgang met sculpturen uit de klassieke oudheid. Hoewel is bewezen dat deze vaak beschilderd waren in allerlei kleuren, zijn de beelden door de eeuwen heen vaak wit geschrobd en is bewijs van overgebleven kleurpigmenten verwijderd.
Johann Winckelmann, de 18de-eeuwse Duitse archeoloog die wordt gezien als grondlegger van de klassieke archeologie en kunstgeschiedenis, liet zich al negatief uit over kleurgebruik en prees de schoonheid van het witte lichaam. Daardoor werd de studie van kleurgebruik in de klassieke oudheid minder serieus genomen.
Om een wit, puur, westers ideaal in stand te houden, waarvan de klassieke sculpturen als hoogtepunt werden gezien, werd kleur weggepoetst uit de geschiedenis.
In de 16de-eeuwse Italiaanse schilderkunst kwam de strijd tussen kleur en vorm tot uiting in het onderscheid tussen ‘disegno’ (ontworpen, getekend) in Florence en ‘colorito’ (gekleurd, geschilderd) in Venetië. De Florentijnse kunst werd gekenmerkt door complexe composities, precieze lijnen en grondig bestudeerde anatomie, zoals in het werk van Michelangelo. De schilder Titiaan belichaamt de Venetiaanse kunst: in zijn schilderijen bepalen kleuren, licht en losse penseelstreken de sfeer.
De status van ‘disegno’ werd verdedigd door te claimen dat het niet alleen tekenvaardigheid toonde, maar ook de intellectuele capaciteit van het ontwerpen. Deze scheppingskracht verhief schilderkunst tot een kunst, meer dan een ambacht.
In Nederland is de hogere status van kleurloosheid terug te zien in de schilderkunst van de 17de-eeuwse Republiek, toen de elite zich steevast liet portretteren in zwarte kleding. Dit gaf hun een betrouwbare, ernstige uitstraling. De ingetogenheid was bovendien wenselijk binnen het calvinistische gedachtegoed. Het was ook een subtiele manier om hun rijkdom te tonen: het zwart verven van kleding vereiste kostbare verf.
Kleur staat in de westerse cultuurgeschiedenis consequent symbool voor het onwenselijke afwijken van de norm, betoogt Batchelor in Chromophobia. Volgens de schrijver komt dit voort uit angst. Zo wordt in de Bijbel kleur gelijkgesteld aan zonde en wit aan deugd.
In het vers Jesaja 1:18, waarin God het volk van Israël vergiffenis belooft als ze naar hem luisteren, valt te lezen: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.’
Een recenter voorbeeld is de betekenis van kleur in de film The Wizard of Oz uit 1939: vanuit het grijze Kansas belandt hoofdpersoon Dorothy ineens in het kleurrijke land van Oz, maar uiteindelijk concludeert ze toch dat ze het liefst thuis is. Het echte geluk vindt Dorothy in het kleurloze Kansas. De vlucht naar een wereld van kleur is gevaarlijk en mag slechts van tijdelijke aard zijn.
De modernistische architect Le Corbusier betoogde in de 20ste eeuw bovendien dat het volledig wit schilderen van je interieur de manier was om ‘de baas over je eigen huis’ te worden. Het uitbannen van kleur bevredigt in zijn filosofie de behoefte aan controle over je leefwereld.
Volgens hem had dit een positief resultaat: huizen werden er functioneler en leefbaarder van. Zijn stilistische invloed is nog steeds te merken in de kleurloze, minimalistische interieurs die ook tegenwoordig populair zijn.
In een fragment van het Belgische tv-programma Blind gekocht bezoekt binnenhuisarchitect Daan Alferink een stel dat een, zoals hij het noemt, ‘beige latte frappuccino influencer’-interieur heeft.
De vrouw verdedigt haar kleurloze muren. ‘Hier is het zelfs niet wit, dit is kalk’, zegt ze, wijzend naar een witte muur. ‘Die stoel, die is zwart’, vult haar partner aan, ‘en die stoel is ook bruin.’
Tot zover de kleurrijke uitspattingen in het huis, dat volgens Alferink een toonbeeld is van de huidige interieurtrends. Een gebrek aan kleur lijkt ook hier een rationele keuze voor veiligheid, controle en leven volgens de norm.
In zijn boek Filterworld (2024) beschrijft de Amerikaanse journalist en cultuurcriticus Kyle Chayka hoe algoritmen in sociale media leiden tot vervlakking van smaak en homogenisering van cultuur. Zo lijken koffiezaken wereldwijd steeds meer op elkaar. Influencer en tv-persoonlijkheid Molly-Mae, die louter zwarte, witte, grijze en beige outfits deelt, heeft 8,5 miljoen volgers op Instagram.
De grijze verpakkingen van Rhode, het cosmeticamerk van model en socialite Hailey Bieber, verhieven beautyproducten tot modeaccessoires dankzij hun online populariteit. Stijl lijkt vooral in dienst te staan van online deelbaarheid, in plaats van het uiten van een persoonlijke, unieke smaak.
Deze ontwikkeling wordt met de komst van kunstmatige intelligentie alleen maar versterkt: door AI gegenereerde content verspreidt de dominante esthetiek alsmaar verder, en daarmee wordt die nog overheersender. Doordat steeds meer keuzes gestuurd worden door aanbevelingen van algoritmen, gaan persoonlijke voorkeuren steeds meer op elkaar lijken en raken we vervreemd van onze individuele stijl.
Het afwijzen van kleur volgt vaak uit het willen voldoen aan de veilige norm, zo wordt in Chromophobia beschreven. Witte interieurs en beige kleding zijn de veilige optie, waarmee je niet uit de toon valt maar wel gegarandeerd likes scoort op sociale media. Het past bij een tijd waarin er behoefte is aan orde en rust. De uitroep van cloud dancer tot kleur van het jaar vormt hiervan het hoogtepunt.
Zoals bij elke dominante culturele ontwikkeling leidt ook deze homogenisering van smaak tot een tegenbeweging. Tijdens de coronapandemie ontstond zo ‘dopamine dressing’: het combineren van bijvoorbeeld een felroze jurk, vuurrode jas en gele muts om zo de aanmaak van het gelukshormoon te stimuleren. Het zou hetzelfde gelukzalige gevoel geven als het eten van een chocolaatje, zomaar een compliment krijgen of de dierbare ring terugvinden die je heel lang kwijt was.
Hieruit volgde ook de interieurtrend ‘dopamine decor’: wie in een huis met pimpelpaarse muren, oranje bank en een regenboogtapijt woont, krijgt elke dag een extra shot gelukshormoon.
Ook politieke sentimenten hebben een turbulente relatie met kleur. Volgens politicoloog Niels Terpstra (Radboud Universiteit) kunnen kleuren mensen net zo sterk verbinden als symbolen, zoals het vredesteken of het christelijke kruis. Mensen met gedeelde ideeën scharen zich graag achter een herkenbaar visueel element, waardoor groepen ontstaan.
Bij de Rode Lijn-demonstraties bracht kleur mensen samen in hun protest tegen de oorlog in Gaza, academici verenigen zich door rode vierkantjes op hun kleding te dragen als protest tegen bezuinigingen in het hoger onderwijs. In Frankrijk verenigde de protestbeweging van de gele hesjes zich in korte tijd rondom het herkenbare neonkleurige kledingstuk.
‘Kleuren, zeker losse kleuren, hebben politieke betekenis of kunnen die krijgen. Denk bijvoorbeeld aan Pim Fortuyn, die in zijn kritiek op eerdere regeringen steevast sprak over ‘de puinhopen van paars’’, zegt Terpstra, waarbij ‘paars’ de overdrachtelijke benaming was voor het samengaan van de ‘rode’ PvdA met de ‘blauwe’ VVD.
Als de vrees voor kleur samenhangt met een behoefte aan controle en aanpassing aan de westerse norm, roept dit de vraag op of er ook een verband is met de opmars van conservatieve stromingen in de politiek. Een neiging tot homogenisering staat in elk geval op gespannen voet met een pluriforme samenleving. Het is geen toeval dat de queervlag een regenboog is: een symbool voor de diversiteit van de gemeenschap, maar ook van trots op hoe die gemeenschap afwijkt van de heteronorm.
De campagne van Zohran Mamdani, de onlangs verkozen sociaal-democratische burgemeester van New York City, was ook opvallend kleurrijk. Waar de Democraten en Republikeinen doorgaans met blauwe en rode campagnes naar buiten treden, stonden bij hem oranje en paars centraal.
Blauw en rood zijn primaire kleuren met een lange symbolische geschiedenis in de Amerikaanse politiek; oranje en paars zijn secundaire kleuren (die ontstaan door primaire kleuren te mengen) en hebben niet een dusdanige politieke geschiedenis. Daardoor bieden ze meer ruimte voor nieuwe, alternatieve interpretaties en toekomstbeelden.
De verkiezing van cloud dancer tot kleur van het jaar is dus zeker niet neutraal in de zin van politieke onrust. Tegelijkertijd herinnert de tint eraan dat individuen tegen de algoritmegestuurde stroom in kunnen gaan. Wie ’s ochtends kiest voor een grasgroene trui en het grijze exemplaar eens links laat liggen, brengt meer teweeg dan alleen een goed humeur voor zichzelf.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant