Dominik Moll en Léa Drucker | regisseur en actrice In ‘Dossier 137’ onderzoekt een agent geweldsmisbruik door de politie tijdens een demonstratie. De regisseur probeert met de film politiegeweld en de nalatenschap van de Gele Hesjes-protesten te bespreken.
Léa Drucker en Jonathan Turnbull in 'Dossier 137'.
‘Hoe zorgen we dat er gerechtigheid komt voor diegenen die gewond raakten tijdens de Gele Hesjes-demonstraties?” Actrice Léa Drucker stelt de vraag in een Parijs hotel, waar zij en regisseur Dominik Moll vertellen over hun nieuwe film Dossier 137. „Zeggen we dat het allemaal gewoon gewelddadige relschoppers waren? Of accepteren we dat sommige mensen echt slachtoffer van de politie werden? De overheid heeft hard geworsteld met deze vraag, denk ik, en haar fouten nooit kunnen uitspreken.”
Dat is het onderwerp van fictiefilm Dossier 137. Een 20-jarige demonstrant is voorgoed verminkt, nadat hij in het hoofd geschoten werd met een riotgun tijdens een demonstratie. Stéphanie (Drucker) werkt bij ‘de politie van de politie’ – L’inspection générale de la police nationale (IGPN), ofwel Interne Zaken – en moet uitzoeken wat er gebeurde en wie de daders zijn. Maar daarvoor moet ze de enorme kloof overbruggen die de Gele Hesjes-protesten blootlegden, tussen autoriteit en burger, macht en periferie.
De discussie over politiegeweld laait regelmatig op in Frankrijk; de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties bekritiseerde de Franse overheid in 2023 nog voor hun harde aanpak van demonstranten. Toch was regisseur Dominik Moll er aanvankelijk niet op uit een film over politiegeweld te maken, vertelt hij in Parijs.
Na zijn prijswinnende La Nuit du 12, een politiethriller over vrouwenhaat, raakte hij geïnteresseerd in de IGPN. „Er was nog nooit een film over ‘de interne politie’ gemaakt, tenminste, niet in Frankrijk”, zegt Moll. „En dat terwijl het zo interessant is: met de IGPN onderzoekt de politie zichzelf. Dat betekent dat iedereen IGPN-agenten haat: ze worden veracht door hun politiecollega’s, en de media denken dat ze hun collega’s beschermen.”
De IGPN ligt vrijwel constant onder vuur. Toch kreeg Moll toestemming om enkele dagen mee te lopen. Al snel werd duidelijk dat de film over politiegeweld tijdens demonstraties moest gaan. „Terwijl we aan de film werkten braken de pensioendemonstraties uit in Frankrijk.” Honderdduizenden Fransen demonstreerden in 2023 tegen de hogere pensioenleeftijd. Moll en Drucker waren er beiden bij, in het centrum van Parijs. Drucker: „Het ging er heel, heel hard aan toe. Dat conflict was moeilijk om te zien.”
Moll: „Politiegeweld tijdens demonstraties is een complexe kwestie voor de IGPN. Agenten worden namelijk naar risicovolle demonstraties gestuurd, en als er daar iets misgaat, worden zij beschuldigd, in plaats van de mensen die de orders gaven. Het gaf me de kans het te hebben over de relatie tussen burgers en de politie – heel belangrijk in een democratie.”
Stéphanie (Léa Drucker) tijdens een straatonderzoek in de fictiefilm ‘Dossier 137’.
Het gaf hem ook de kans het te hebben over de „extreem belangrijke periode” van Gele Hesjes-protesten in 2018 en 2019, toen tien- en soms honderdduizenden mensen wekelijks revolteerden in heel Frankrijk. Eerst vanwege verhoogde brandstofprijzen, later uit algehele onvrede over de Parijse politiek, die periferie en platteland vergeten zou zijn.
„De overheid raakte in paniek omdat niemand het zag aankomen”, zegt Moll. „Er waren geen leiders, geen vakbonden om mee te praten. Het was een compleet spontane beweging.” Demonstraties liepen meermaals uit op rellen, brandstichting en vandalisme – ook van monumenten als de Arc de Triomphe. De politie reageerde daar zeer gewelddadig op. Tussen relschoppers en politie raakten onschuldige demonstranten verstrikt: sommigen van hen waren dagjesmensen die evenzeer voor ‘de grote stad’ als voor de demonstratie kwamen. Het politieoptreden veroorzaakte een nationale discussie over politiegeweld. Moll: „Maar toen kwam de pandemie. En daarna had niemand in Frankrijk het meer over de Gele Hesjes, terwijl de problemen er nog waren.”
Moll stelde de plot van Dossier 137 samen uit allerlei feiten uit de protesten. „Er was een demonstrant in Parijs, wiens hand verminkt werd door een granaat. Een demonstrant in Bordeaux die met een riotgun in het hoofd geschoten werd terwijl hij wegliep. Een jonge vrouw in Marseille die bruut in elkaar geslagen werd door meerdere politieagenten. Het duurde jaren om de daders te identificeren.”
En nog meer: „Tijdens de zwaarste protesten werd de antiterreurpolitie gevraagd om de reguliere politie te helpen. Maar zij hadden niet de juiste uitrusting. Dus toen zijn ze naar de Decathlon gegaan om skatehelmen te kopen. En die werden later dan weer gebruikt om daders te identificeren. Dat zit in de film.”
Dossier 137 schetst een politieorganisatie die liever zichzelf beschermt dan zijn burgers. Hoe dichterbij Stéphanie komt, hoe meer weerstand ze krijgt. Haar eigen ex-man, ook agent, vindt dat ze de politie „besmeurt”.
Gekeken door politieogen wordt zo zelfs objectief videomateriaal onderwerp van discussie. Moll: „Toen ik meeliep met de IGPN-agenten interesseerde het me enorm dat ze heel veel tijd besteedden aan het analyseren van die video’s, waar ze dan soms een aanwijzing vonden op de achtergrond, héél klein. Dat is interessant om mee te spelen. Je denkt namelijk dat je in die video’s objectieve waarheid zal vinden. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Neem de video van de moord op Renée Good in Minnesota. De waarheid lijkt overduidelijk, maar dat weerhoudt Trump en zijn ondergeschikten er niet van te beweren dat zij een terrorist was die een ICE-agent wilde overrijden. Er is geen objectieve waarheid meer, alles wordt absurd verdraaid. Hetzelfde gebeurt in mijn film.”
Rechercheur Stéphanie toont camerabeelden van de protesten aan een potentiële dader.
Daarom klinkt het bijna als retorische vraag als Stéphanie’s zoon voor het slapengaan vraagt: „Waarom haat iedereen de politie?” In Dossier 137 zie je ook dat de kloof zichzelf vergroot. Hoe onbetrouwbaarder de politie, hoe wantrouwiger de burger. De familie van het slachtoffer wantrouwt Stéphanie. Terwijl ze nota bene uit dezelfde plaats komen: Gele Hesjes-hotspot Saint-Dizier, een industriestadje dat verviel in armoede na het outsourcen van de metaalindustrie.
De cruciale getuige Alicia wil niet eens met Stéphanie praten; als zwarte vrouw heeft zij helemaal reden de politie te wantrouwen. Moll: „Alicia zegt: ‘Gebeurt het in de buitenwijken? Dan interesseert het niemand ene reet. Maar als het een witte jongen overkomt…’ Dat moest erin. De wapens die door de politie gebruikt worden bij demonstraties zijn namelijk eerst gebruikt in de buitenwijken tegen zwarte mensen en Arabieren. Het is bijna alsof de politie eerst wilde oefenen met hun riotguns, zonder het risico op openbare verontwaardiging.”
Toch probeerden Moll en Drucker ook gebalanceerd te zijn. We zien dat ook de agenten met veel geweld en verwarring te maken kregen. Moll: „Ik heb een probleem met een term als ‘ACAB’: All Cops Are Bastards. Dat is hetzelfde als politici die zeggen dat alle demonstranten terroristen zijn. Dat leidt nergens toe. Tijdens de Gele Hesjes-protesten was er bewijs dat de agenten van bovenaf beïnvloed werden door een bepaalde retoriek: ‘Het is oorlog. De demonstranten proberen de Republiek te vernietigen!’ Geweld komt niet uit het niets. Natuurlijk bestaan er gewelddadige agenten, maar worden zij ingeperkt door een duidelijke hiërarchie en een ethische organisatie dan zullen ze zich inhouden. Hebben ze daarentegen het gevoel dat ze hun wapens vrijuit kunnen gebruiken, dan zullen ze dat ook doen.”
Dossier 137 werd een bioscoopsucces in Frankrijk. Moll zegt zowel van agenten als voormalige Gele Hesjes-demonstranten positieve reacties gekregen te hebben. Maar hoe heeft politiegeweld zich ontwikkeld in Frankrijk sinds de Gele Hesjes? „De situatie is ongeveer gelijk. Ik denk dat [de politie] zelf het gevoel had dat ze te ver zijn gegaan. Dus hebben ze zich daarna wat ingehouden. Maar het idee blijft: hoe meer wapens, hoe beter. Dat is waar politievakbonden om vragen. Alsof het doel van de politie is om zichzelf te beschermen tegen vijanden.”