Home

Je overleeft een hartstilstand eerder als je buurvrouw komt reanimeren – al helemaal als ze een AED kan vinden

Reanimatie Elke week krijgen zo’n 300 Nederlanders buiten het ziekenhuis een hartstilstand. Met elke verstreken minuut daalt hun overlevingskans met 6 procent. Toch hebben zo’n 14.000 postcodegebieden geen reanimatievrijwilligers of AED’s geregistreerd.

Nederland, Houten, 26-02-26 AED/reanimatie vervolg curses. © Photo Merlin Daleman

Noem een straat in de gemeente Houten en Jeroen Balk (50) weet of daar een AED hangt en zelfs precies wáár. Op Balks initiatief is Houten een ‘hartveilige’ gemeente geworden: ze telt nu 85 van die elektrische ‘hartstarters’, in 2019 nog slechts vier. Balk is naast vrachtwagenchauffeur voorzitter van de stichting Veilig Houten. Hij is geobsedeerd met levens redden en fervent reanimatie-instructeur. Want zonder mensen die kunnen reanimeren, heb je niet zo veel aan een AED, meent Balk. „Dan is het vooral een mooi sierstukje aan de wand.”

Jaarlijks geeft Balk wel veertig cursussen. Zo ook deze donderdagavond in februari. Dertien cursisten luisteren tijdens de herhalingscursus naar Balk en collega Nico Donderwinkel – gepensioneerd ambulancechauffeur en al dertig jaar reanimatie-instructeur – in een conferentiezaaltje van een kerkgebouw in Houten. Wijdbeens staat Balk, getooid in de witte polo met het groene logo van Veilig Houten, tussen twee reanimatiepoppen die op de grond liggen.

Balk doet het hele proces nog eens voor en ploft op z’n knieën naast het ‘slachtoffer’, een mannelijke beigekleurige reanimatiepop. „Gaat het!?”, vraagt hij met gespeelde haast, de stijve torso schuddend. Het gaat niet. „Meteen 112 bellen: er is een bewusteloos persoon.” Tien seconden checken of het slachtoffer ademhaalt, bij twijfel reanimeren. Kadoenk, kadoenk, kadoenk, klinkt het ritmisch uit de borstkas van ‘het slachtoffer’ wanneer Balk z’n perfecte reanimatietechniek toont.

De kans om een hartstilstand te overleven, wordt vergroot door de aanwezigheid van burgerhulpverleners, zo blijkt uit onderzoek van ziekenhuis Amsterdam UMC. Toch heeft Nederland een tekort aan reanimatievrijwilligers, meldde de Hartstichting twee weken geleden. En te weinig AED’s (de gebruiksvriendelijke variant van een defibrillator) staan geregistreerd bij het landelijke reanimatie-oproepsysteem van HartslagNu. Naar schatting telt Nederland tussen de 100.000 en 150.000 apparaten, maar slechts 30.000 staan bij HartslagNu geregistreerd.

Ook de politiek maakt zich zorgen over de ‘AED-dekking’. Deze week bespreekt de Tweede Kamer die dan ook bij de debatten over de zorgbegroting.

Een vervolgcursus over hoe te reanimeren, in Houten.

Oproep voor first responders

Op sommige plekken staan geen reanimatievrijwilligers én geen AED’s geregistreerd bij HartslagNu. Het betreft zo’n 14.000 postcodegebieden. Daar wonen ruim 400.000 mensen, zo blijkt uit een overzicht dat NRC met openbare data van HartslagNu heeft gemaakt. In landelijke gebieden, waar mensen ver van elkaar wonen – zoals in het Groningse Westerkwartier en het Friese Súdwest-Fryslân – staan de minste vrijwilligers en AED’s in het systeem. De overlevingskans in deze postcodegebieden is al te vergroten met één AED en enkele vrijwilligers, want die kunnen in meerdere postcodes worden ingezet.

Bij een melding van een hartstilstand aan 112 worden geregistreerde first responders in de nabijheid automatisch opgeroepen via het netwerk van HartslagNu. Ze worden naar het slachtoffer gestuurd om te reanimeren of ze moeten een AED ophalen voor de arriverende professionele hulpverlening. Idealiter verschijnen drie mensen ter plaatse, vertelt Aart Bosmans, bestuurder bij HartslagNu. „Eén persoon die kan reanimeren, één die de AED bedient en de derde die de familie of ambulance opvangt. Daarvoor moeten zo’n honderd mensen worden gealarmeerd.”

De inzet van burgerhulpverleners en AED’s is wettelijk geen taak voor gemeenten. Bij een samenwerking denkt HartslagNu wel mee over langdurig reanimatiebeleid en geeft het inzicht in gemeentelijke data over het aantal alarmeringen, de reactietijden en over aandachtsgebieden. Dat kost gemeenten jaarlijks 6 cent per inwoner. Meer dan tweehonderd gemeenten hebben zo’n samenwerking.

Dat zegt niet alles. Vrijwilligers en AED-bezitters kunnen zich ook aanmelden bij het alarmeringsnetwerk als hun gemeente niet samenwerkt, benadrukken gemeenten tegenover NRC. De gemeenten Westerkwartier en Súdwest-Fryslân schrijven zich niet per se aan te melden bij HartslagNu, omdat ze de dekking anders willen verbeteren. Onder meer door inwoners te stimuleren burgerhulpverleners te worden, door reanimatietrainingen aan te bevelen of mensen op te roepen hun AED’s openbaar te maken door deze zelfstandig te registreren.

De Hartstichting weet overigens dat inwoners in landelijke gebieden wel meer oproepen van HartslagNu accepteren dan in stedelijke gebieden, schrijft het aan NRC.

‘Geen noodzaak’

De gemeenten Amsterdam en Utrecht werken ook niet samen met HartslagNu. In een reactie noemt Amsterdam de hulpdiensten verantwoordelijk voor reanimatie-oproepen en zegt dat ze die snel opvangen. Utrecht zegt een „nagenoeg dekkend netwerk” aan AED’s te hebben, wat samenwerken met HartslagNu ”geen noodzaak” maakt. Beide gemeenten schrijven budget te hebben om bijvoorbeeld inwoners te ondersteunen met trainingen en door AED-kasten te plaatsen en beheren.

De Amsterdamse politie, brandweer en ambulance staan wel geregistreerd bij HartslagNu. Ze dragen AED’s mee en zijn vaak snel ter plaatse volgens de gemeente. In Amsterdam is snelle hulpverlening daarom „niet afhankelijk van de mate waarin bewoners of vrijwilligers per wijk actief zijn” of van het aantal AED’s dat zichtbaar in de openbare ruimte hangt, aldus een woordvoerder.

Nederland heeft inderdaad veel AED’s, weet Bosmans van HartslagNu. „Maar veel zitten niet in ons systeem. HartslagNu kan die AED’s niet meenemen in de alarmering.” Het kan dat vrijwilligers in een gemeente die niet met HartslagNu samenwerkt alsnog worden opgeroepen, maar dat ze uit een andere buurt moeten komen. „Dat wilden we met HartslagNu juist beter inrichten, zodat de overlevingskans omhooggaat.”

Hans van Schuppen, anesthesioloog bij het Amsterdam UMC, is gespecialiseerd in reanimaties en nauw betrokken bij HartslagNu. „Een dekking van 100 procent zullen we wellicht nooit halen. Maar meer mensen moeten hun apparaat registreren.” Bosmans: „Winkel- en kantoorpanden kunnen een AED aanmelden en in een buitenkast plaatsen zodat deze 24/7 beschikbaar is. Dan wordt de AED ook betrokken bij de alarmering.”

‘Zesminutenzone’

Wekelijks krijgen circa driehonderd mensen in Nederland een hartstilstand buiten het ziekenhuis. De reanimatiepatiënt is gemiddeld zo’n 67 jaar oud, ongeveer 70 procent is een man. In Nederland is de kans dat iemand een hartstilstand overleeft, ongeveer 23 procent – het Europese gemiddelde is 7,5 procent.

Om een reële overlevingskans te hebben, moet een AED zo snel mogelijk worden aangesloten, blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC. Met elke verstreken minuut daalt de overlevingskans met 6 procent. De Hartstichting heeft daarom als doel gesteld om binnen zes minuten na een 112-melding te beginnen met reanimeren en een AED aan te sluiten: de ‘zesminutenzone’.

De ‘zesminutenambitie’ wordt niet in heel Nederland gehaald, weet de Hartstichting. Naast snel handelen van omstanders en hulpdiensten, is een AED op elke vijfhonderd meter afstand van een adres nodig, legt Van Schuppen uit. Die vijfhonderd meter wordt in de meeste gemeenten wel gehaald, zegt Bosmans.

Door de introductie van HartslagNu is de overlevingskans van mensen die thuis een hartstilstand krijgen door een hartritmestoornis gestegen van 26 naar 39 procent, weet Van Schuppen uit onderzoek. Uit cijfers van HartslagNu blijkt dat burgerhulpverleners gemiddeld zo’n 2,5 minuten sneller arriveren dan de ambulance.

Een AED-reanimatie-cursus in Houten.

Cardiologen

”In welke wijk je woont bepaalt ten dele hoe groot de kans is dat je een hartstilstand overleeft”, zo schrijven Tweede Kamerleden Julius Bushoff (GroenLinks-PvdA) en Mirjam Bikker (ChristenUnie) in een amendement. Ze willen 1,5 miljoen euro vrijmaken uit de zorgbegroting om dit probleem aan te pakken.

Met dat geld willen ze gemeenten financieel steunen bij hun samenwerking met HartslagNu. Volgens de Kamerleden moet de meeste aandacht gaan naar wijken „waar inwoners minder te besteden hebben en de gezondheidsproblemen vaak groter zijn”.

Mogelijk kunnen die mensen ook anders worden bereikt, denkt Bastiaan Zwart, cardioloog in het UMC Groningen. „Het is een goed initiatief, maar misschien sluit de werkwijze van HartslagNu wel niet aan op hun belevingswereld.” Zwart suggereert (lokale) voorlichtingscampagnes of campagnes afgestemd op mensen met een taalbarrière. „Als cardiologen willen we dat zoveel mogelijk mensen een basale reanimatie kunnen geven. Ook partners en buren van slachtoffers die niet bij HartslagNu staan aangemeld. Je blind staren op die AED-dekking is niet per se de oplossing bij een hartstilstand.”

Bokito

De cursusavond in Houten is gezellig – al is dat niet helemaal het juiste woord voor zo’n serieuze aangelegenheid als een hartstilstand, zegt instructeur Donderwinkel. Bij een herhalingscursus mag het, zegt hij. Een beginnerscursus is strenger, formeler. „Maar we moeten het een beetje luchtig houden als we willen dat mensen terugkomen en aangemeld blijven als vrijwilliger.”

Met dat luchtige loopt het wel los. Uit een zwart tasje dat bij de AED hoort, pakt Balk een microvezeldoekje, schaar en blauw plastic scheermesje. Het doekje is voor „je zweetplekken”, of voor viezigheid, zegt hij. Met de schaar kan kleding worden opengeknipt, zodat de borstkas vrijkomt voor de stickers van de AED, legt Balk uit. 

En het scheermesje? „Puur voor borsthaar,” zegt Balk. De plakkers die de AED-schokken geleiden moeten wel vastzitten. „En dan heb ik het niet over drie vlashaartjes”, zegt Balk zwaaiend met het mesje. „Nee, over Bokito.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Zorg

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next