Maandag zag ik op CNN hoe Trump in een live-uitzending op het Witte Huis medailles uitdeelde aan Amerikaanse oorlogshelden en hun familieleden. Hij was in zijn gemoedelijkste element: een grapje hier, een schouderklopje daar ten overstaan van een publiek dat hem dankbaar adoreerde. De onderliggende boodschap: wie zijn leven voor hem en zijn regime wilde opofferen, kon rekenen op zijn eeuwige genade.
Ik moest denken aan al die blije Iraniërs, ooit gevlucht uit hun land, die je nu begrijpelijke tranen van dankbaarheid ziet schreien voor de liquidatie van hun gevreesde despoot, ayatollah Ali Khamenei. Wat je ook van Trump kon zeggen, hij had toch eindelijk hun kwelgeest uitgeschakeld. Ook bij sommige Nederlandse commentatoren overheerste aanvankelijk die blijdschap. De schrijver Leon de Winter prees bij WNL op Zondag zelfs ,,het geniale team van Trump’’. Dit nadat hij gespreksleider Rick Nieman had verweten dat die ,,te veel The New York Times las.’’
Niemand wilde aanvankelijk spelbreker zijn, dus de bedenkingen kwamen pas de dagen erna langzaam bovendrijven. Trump hielp daarbij een handje mee door steeds met andere verklaringen voor zijn aanval op Iran te komen. Wat mij vooral wantrouwig stemde, was zijn verwijzing naar nucleair gevaar. Hij had destijds toch beweerd dat hij daaraan met de aanval van vorig jaar voorgoed een einde had gemaakt? En waarom liet hij opeens het woord ‘regime change’ achterwege?
In de kolommen van diezelfde New York Times waaraan Leon de Winter zo’n hekel heeft, wordt de twijfel aan Trumps goede bedoelingen met de dag sterker. Ben Rhodes, nationaal veiligheidsadviseur onder president Obama, schrijft: ,,Trump gebruikt het leger nu regelmatig als een verlengstuk van zijn persoonlijke instincten. (…) In plaats van een breuk met Amerika’s imperiale instincten te vertegenwoordigen, heeft Trump ze gepersonaliseerd.’’
Rhodes vreest een ontwrichting in het Midden-Oosten die nog jaren kan duren. Trumps oproep aan het Iraanse volk om in opstand te komen, vindt hij riskant. ,,En dan? Degenen die dat wel doen, kunnen worden afgeslacht. Een versie van het regime zou nog steeds aan de macht kunnen blijven.’’
Wat betreft die ,,imperiale instincten’’ van Amerika moest ik weer eens sterk denken aan de onvergetelijke song die Randy Newman daar al omstreeks 1970 aan wijdde: Political Science.
No one likes us, I don’t know why,/ we may not be perfect but heaven knows we try./ But all around even our old friends put us down./ Let’s drop the big one and see what happens.
We give them money, but are the grateful? No, they’re spiteful and they’re hateful,/ they don’t respect us, so let’s surprise them,/ we’ll drop the big one and pulverize them.
Asia’s crowded and Europe’s too old,/ Africa is far too hot and Canada’s too cold,/ and South America stole our name. / Let’s drop the big one, there’ll be no one left to blame us.
We’ll save Australia,/ don’t wanna hurt no kangaroo./ We’ll build an all American amusement park there/ they got surfin too.
Ruim vijftig jaar later stelde Trump voor om Gaza te veranderen in een ‘Rivièra van het Midden-Oosten’.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet