De Manchester City- en Oranjespeler zit na jaren kwakkelen eindelijk weer lekker in haar vel. Dat biedt onverwacht nieuwe perspectieven. Dinsdag kan Oranje tegen Polen de eerste stap zetten naar het WK in 2027.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Het is misschien wel vier, vijf jaar geleden, denkt Vivianne Miedema, dat ze zich zo goed voelde als nu. Ze is eindelijk weer ‘fit én happy’, maar de ‘oude’ Miedema? Nee, die is niet terug. ‘Ik ben een ander soort speler geworden.’
Een ‘vernieuwde vibe’ noemt de topscorer aller tijden van het Nederlands team het zelf. Een betere vibe ook, in veel opzichten. Na jaren blessureleed heeft ze niet alleen het voetbalgeluk weer gevonden, de manier waarop Miedema (29) naar ‘het spelletje’ kijkt is ook veranderd.
‘Ik wil heel graag nog meer winnen’, zegt ze in een hotel in Zeist. ‘Maar de laatste jaren heb ik natuurlijk getwijfeld of ik weer op dit niveau terug zou komen. Daarom zie ik alles wat er nu nog gaat komen als een grote bonus.’
Aan de horizon gloort in ieder geval het WK, dat volgend jaar in Brazilië wordt gehouden. Oranje kan er dinsdagavond in Gdansk tegen Polen de eerste stap naartoe zetten. Als ze als eerste eindigen in de poule, met ook nog Frankrijk en Ierland, zijn ze in juni al zeker van plaatsing. De andere drie landen maken nog kans in de play-offs.
Van de drie tegenstanders is Frankrijk de sterkste, op het EK vorig jaar verloor Nederland nog met 5-2 van dat land. Maar na dat mislukte toernooi begon het team aan een nieuwe periode onder bondscoach Arjan Veurink. Zijn eerste interland was toevallig ook tegen Polen, in oktober werd het 0-0.
‘Een heel stugge en fysieke tegenstander’, zei Veurink vorige week over die oefenwedstrijd. Het lukte in het najaar nog wel om Polen naar achteren te drukken, maar ‘kapot spelen’ zat er die wedstrijd niet in. Zijn ploeg kan dinsdag bovendien geen moment verslappen, want Polen beschikt met Barcelona-spits Ewa Pajor over een van de beste spitsen ter wereld.
Maar Nederland heeft Miedema, die al maanden uitstekend in haar vel zit. Bij haar club Manchester City speelt ze het hele seizoen al vrijwel alles en is ze ook nog in bijna alle wedstrijden belangrijk, met assists en doelpunten. In december scoorde ze voor Oranje bovendien vier keer in een oefenduel tegen Zuid-Korea.
Het was de laatste jaren allemaal niet meer vanzelfsprekend, want nadat Miedema in december 2022 een kruisband had gescheurd bleef ze kwakkelen. Het duurde relatief lang voordat ze na die zware blessure terugkwam en daarna had ze meerdere keren een terugval. Vorig jaar was al bij vlagen te zien dat ze het voetballen nog niet verleerd was, maar pas dit seizoen wordt de stijgende lijn niet onderbroken.
‘Na de winterstop voel ik me nog weer iets beter’, zegt ze. De vroege uitschakeling op het EK had één voordeel, daardoor kon ze een paar weken vrij nemen. Bij terugkomst in Manchester ging ze meteen met de medische staf om tafel zitten om een plan te maken om fit te blijven.
‘Het gaat er vooral om dat ik laat weten wanneer ik me wel goed voel en wanneer dat niet zo is’, legt ze uit. ‘Daarop worden de trainingen aangepast. Dat blijft lastig in een teamsport, je kunt niet voor iedereen alles precies op maat maken. Maar tot nu toe lukt het goed om de belasting voor mij elke week ongeveer gelijk te houden.’
Het helpt daarbij dat ze dit seizoen geen Champions League speelt, maar het moet gek lopen wil dat volgend jaar ook zo zijn. City staat maar liefst acht punten voor op stadsgenoot United en stevent af op de eerste titel sinds 2016. Begin februari werd regerend kampioen Chelsea nog met 5-1 verslagen, mede dankzij een goal en een assist van Miedema.
‘Dat was zo’n moment dat ik dacht: o ja, wauw, dit is waarom ik het nog doe, wat heb ik dit gemist in de jaren hiervoor. Ik heb super veel geluk gehad dat ik vanaf mijn 14de tot en met mijn 26ste vrijwel alles heb mogen spelen. Toen was dat normaal, maar die moeilijke jaren hebben tot een andere dynamiek geleid. Ik besef veel vaker hoe fijn het is, gewoon weer op het veld staan, dat ik weer lekker buiten ben geweest.’
Vorige week werd bekend dat ze ook na dit seizoen bij Manchester City blijft, de club maakt gebruik van de optie in haar contract om er een derde jaar aan vast te plakken. Miedema speelde maar liefst zeven jaar voor Arsenal, maar die club liet haar in 2024 gaan. De keuze voor City was toen vooral rationeel: het was een topclub, in Engeland, die aanvallend voetbal speelde. Maar op dit moment is er geen plek waar ze liever zou zijn.
‘Het heeft even geduurd voordat ik me echt op mijn gemak voelde’, zegt ze. ‘Verandering is eng en moeilijk, zeker nadat ik zo lang bij Arsenal had gezeten. Maar ik voel bij City gigantisch veel waardering en onderling respect. Vanbuiten lijkt het misschien een kille club, maar vanbinnen is het heel vriendelijk en warm. Ook daarom vind ik het elke dag heel erg fijn om naar de club te gaan.’
Dat ze zich nu een andere speler voelt dan vroeger, heeft ook te maken met haar positie in het veld. Het Nederlandse publiek kent haar vooral als doelpuntenmaker, voor Oranje schoot ze er in 130 interlands al 104 in. Maar in haar laatste jaren bij Arsenal speelde ze al vaak als aanvallende middenvelder en bij City is ze dit seizoen de vaste nummer ‘10’.
Tegen Zuid-Korea stond ze in december ook op die plek – en scoorde ze dus vier keer – maar Nederland heeft een overschot aan aanvallende middenvelders. Jill Roord, Victoria Pelova, Wieke Kaptein en de teruggekeerde Daniëlle van de Donk kunnen er allemaal spelen. Het zou dus zomaar kunnen dat Miedema tegen Polen weer in de spits staat.
‘Het maakt mij nog steeds niet uit’, zegt ze. ‘Of ik nou als negen of als tien in het veld sta, ik ben met allebei happy. Dat heb ik altijd gezegd en dat is niet veranderd omdat ik bij City nu alleen maar op 10 speel. Ik speel waar het team mij op dat moment het meest nodig heeft.’
Ze is nooit een aanvaller geweest die chagrijnig was als ze niet had gescoord. Ook als ze in de spits staat, denkt ze na over hoe ze de spelers achter zich kan helpen. En in deze fase van haar carrière heeft ze nog meer oog voor haar ploeggenoten.
‘Toen ik 18,19,20 was, moest ik me natuurlijk heel erg bewijzen. Dan ga je op een gegeven moment naar het buitenland en dan ben je er heel erg mee bezig om het daar goed te doen. Dat is het leuke van nu: vroeger voelde ik meer druk, wilde ik het goed doen voor het team, nu haal ik er juist energie uit om met anderen bezig te zijn.’
Haar carrière verdiende een mooier einde, vond ze zelf. Geen gedwongen afscheid door een blessure, dat had ze moeilijk kunnen verkroppen. ‘Dat is altijd mijn motivatie geweest om door te gaan. Ik wilde heel graag afsluiten op mijn eigen manier, op het veld, met kwaliteit om me heen. En met plezier.’
‘Maar nu ik dat weer heb, is het ook weer aan het kantelen. Ik merk gewoon dat ik nog goed genoeg ben, dat ik nog veel kan betekenen voor City en ook hier, bij het Nederlands elftal. Ik kijk er weer naar uit om iets te vieren, om succes te hebben. Die excitement komt er nu nog bij.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant