Het stempel ‘genocide’, dat begin 2024 nog met argwaan, ongeloof en tegenzin werd bezien, is twee jaar later gemeengoed geworden als het gaat over Gaza. Al doet de Nederlandse overheid nog steeds te weinig tegen het genocidale optreden van Israël.
In het uitvoerige interview met journalist en schrijver Lotfi El Hamidi beschrijft hij hoe langzaam het op de redacties van kranten als de Volkskrant, NRC en Trouw doordrong dat Israël in Gaza genocide bedreef. ‘Ik had gedacht dat de krant meer een voorhoederol zou spelen: niet wachten tot de publieke opinie verschuift, maar de verschuiving veroorzaken. Waarom was er zoveel voor nodig om het woord ‘genocide’ of ‘genocidaal geweld’ te gebruiken (…)?’
Hoewel ik zijn mineurstemming grotendeels kan onderschrijven, moet ik toch melden dat zo’n verschuiving niet alleen veroorzaakt wordt door redactionele stellingnames, maar ook door ruimte te bieden aan die publieke opinie. Dat is ook wat El Hamidi heeft gedaan als chef van de opinieredactie van NRC.
Over de auteur
Ulli d’Oliveira is oud-hoogleraar migratierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het advocatenkantoor Prakken d’Oliveira Human Rights Lawyers. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Zelf heb ik mij niet te beklagen, met mijn nu bijna twee jaar geleden geschreven opiniestukken. Al op 15 januari 2024 nam Trouw een stuk op waarin ik betoogde dat het element opzet bij het genocidale handelen van de Israëlische regering bewezen was. Nadat ik bij de opening van het Holocaustmuseum in de Portugese synagoge op 10 maart 2024 mijn eenmansprotest tegen de aanwezigheid van de president van de genocidale staat Israël had aangeheven, gaf NRC mij op 23 maart ruim baan om mijn protest toe te lichten en een week later deed de Volkskrant hetzelfde met een flink interview.
Op 6 juli van dat jaar werd dit gevolgd door een marathoninterview met Nadia Moussaïd op NPO Radio 1 (wel was de NOS te labbekakkerig geweest om mijn protest in de synagoge uit te zenden, officieel omdat men in de regiekamer de toespraak van president Isaac Herzog niet wilde onderbreken, stel je voor).
Journalist Lotfi El Hamidi windt zich op als zijn dochter in oktober 2025 in het Jeugdjournaal moet aanhoren dat iemand, Geert Wilders, de islam een ideologie noemt ‘die niet samengaat met vrede, tolerantie en respect’. Volgens hem had de omroep dit eruit moeten knippen.
Maar wat is nu zo erg aan deze godsdienstkritiek? Zijn dochter lijkt niet erg ontdaan, heeft iets van ‘oké, dus er zijn mensen die ons niet mogen. Wilders is geen vriend van ons’. Precies dat is het. Ik kom nog uit de tijd dat het christendom en dan met name de katholieke kerk, in de grofste bewoordingen bekritiseerd werd, over het grootschalig kindermisbruik, het abortusstandpunt, de omgang met dubieuze regimes, of simpelweg omdat christendom bashen toen helemaal in was.
Monty Python liet in 1979 Jezus en meerdere moordenaars lekker aan het kruis swingen, al zingend Always look at the bright side of life. Moest kunnen. Christenen hebben dit altijd dapper gedragen en baden tot God dat de slechteriken tot inkeer mochten komen. In ons land is het zo dat iedereen, vanuit zijn eigen voorbeelden, kritiek mag hebben op een organisatie, instituut, vereniging, of godsdienst en dit ook als zodanig uiten. En noemt iemand minder vleiende dingen over je godsdienst? Ga na wat er wel of niet van klopt, en leef verder.
G.J.M. Austie, Beuningen
Het probleem van Lotfi El Hamidi lijkt me helder: zijn weldenkendheid. Daar is geen markt voor, niet op straat en, als het erop aan komt, kennelijk ook niet op de redactie van een kwaliteitskrant. Zijn manier om met deze problematiek om te gaan hanteerde ik onlangs zelf ook, dus ik spreek een beetje uit ervaring.
Na een langjarige carrière als vrijwilliger in de asielindustrie met Vluchtelingenwerk als werkgever, stapte ik onlangs in mijn nieuwe woonplaats over naar het Rode Kruis. Hoegenaamd hetzelfde werk, maar een wereld van verschil en vooral van aanzien. Werd ik als vrijwilliger voor VVN door familie, vrienden en bekenden hooguit gedoogd (ons soort mensen houdt zich niet met asielzoekers bezig), met het Rode Kruis als werkgever ben ik een man in bonis geworden. Het kan verkeren.
Van NRC naar De Groene Amsterdammer, voor de buitenstaander lijken het een paar simpele stappen, maar wat is daar allemaal aan voorafgegaan? De weldenkendheid van Lotfi El Hamidi misschien? Of het gebrek daaraan bij anderen?
Jules Bos, Tilburg
De invloed van een en ander wil ik niet overschatten. Maar de publieke opinie, ook in de media, is drastisch veranderd: ‘genocide’ is een gangbare uitdrukking geworden als het gaat over de vernietiging van Gaza. Dit stempel, dat begin 2024 nog met argwaan, ongeloof en tegenzin werd bezien, is twee jaar later gemeengoed geworden.
Trouwens, ook bij de openingsceremonie van het Holocaustmuseum bestonden er grote twijfels over de door onze regering gedecreteerde komst van president Herzog. Zelfs medewerkers van het Joods Museum bleven weg van de plechtige bijeenkomst, en persoonlijk ontvang ik tot de dag van vandaag op straat en in de tram adhesiebetuigingen van volstrekt vreemden, ook uit Joodse kring.
Er zijn bovendien talrijke manifestaties van organisaties die hetzelfde inzicht zijn toegedaan, zoals het wekelijkse protest van (ex-)diplomaten, ambtenaren, oud-ministers en vele anderen voor de tochtige deur van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag.
Ik respecteer de keuzes van Lotfi El Hamidi, maar naar mijn bescheiden inzicht is hij wat somberder dan nodig. Dat neemt niet weg dat de boven ons gestelden tot nog toe volstrekt tekortgeschoten zijn in hun reacties op het genocidale optreden van Israël, dat bovendien gepaard gaat met annexatie van de Westoever en het in stand houden van een hardvochtig apartheidsregime. Dit beleid wordt door talloze burgers, al dan niet van Joodsen huize, niet meer gesteund.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant