Home

Een pragmatische verbinder is Boris Dilliès, de nieuwe minister-president van alle Brusselaars, al. Nu nog Nederlands leren

Na een wereldrecord formeren (613 dagen) werd Boris Dilliès de minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij moet na zo’n lange formatie de relaties repareren in het tweetalige landsdeel, maar gleed meteen uit: de ervaren politicus spreekt (nog) geen Nederlands.

is verslaggever van de Volkskrant. Ze woont in België.

Het was een pijnlijk moment voor Boris Dilliès, de kersverse minister-president van Brussel. In zijn eerste tv-interview voor Vlaamse media bleek hij geen volzin in het Nederlands te kunnen formuleren. ‘Ik moet werk voor Brussel’, zei hij hakkelend, gevraagd naar zijn prioriteiten. Daarna, duidelijk niet in staat om de Nederlandstalige vragen te verstaan, gaf hij telkens hetzelfde antwoord: ‘We zullen zien.’

De beelden van het stuntelige interview gingen meteen rond op sociale media en oogstten in België felle kritiek: een minister-president van Brussel, een tweetalig gewest, die niet eens basisschoolniveau Nederlands haalt. ‘Een grove schande’, schreef de krant De Morgen. ‘Een van de grootste tv-uitglijders ooit’, aldus Le Soir. De Franstalige commentaren waren al even scherp als de Vlaamse.

Het was een valse start voor Dilliès, die nochtans veel troeven heeft: een ervaren teamspeler, een goede communicator, een pragmatische verbinder, precies wat Brussel nodig heeft na anderhalf jaar van politieke crisis. De Brusselse regeringsformatie duurde 613 dagen – een wereldrecord – en leidde tot een coalitie met zeven partijen. Om die bijeen te houden, lijkt de 53-jarige carrièrepoliticus Dilliès de geknipte figuur.

Het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest is het summum van Belgische institutionele complexiteit: een regering moet er over een dubbele meerderheid beschikken – aan Franstalige én Nederlandstalige zijde – terwijl de politieke verhoudingen in de rest van het land meespelen. Na maanden van blokkering kwam er deze maand een doorbraak, en was het aan de Franstalige liberale partij MR om de minister-president te leveren.

De keuze voor Dilliès kwam onverwacht. De burgemeester van Ukkel, in de rijke zuidrand van Brussel, nam niet deel aan de formatiegesprekken. Hij komt uit de Ukkelse bourgeoisie en groeide op in Zuid-Frankrijk, als zoon van een Franse vader en Belgische moeder. Zijn grootvader aan moederszijde, baron Robert Nieuwenhuys, was secretaris van de koningen Leopold III en Boudewijn. Niet meteen een vertegenwoordiger van de gemiddelde Brusselaar.

Wethouder in Ukkel

Maar Dilliès brengt ruime ervaring met zich mee. Op zijn 15de sloot hij zich bij de jonge liberalen aan, en op zijn 21ste voerde hij zijn eerste campagne. Hij klom gestaag op binnen de rangen van de Franstalige liberalen, als gemeenteraadslid en wethouder in Ukkel, kabinetsmedewerker van Brusselse ministers, Brussels parlementslid en uiteindelijk – sinds 2017 – burgemeester van Ukkel.

Dankzij die kennis van de Brusselse politiek kan Dilliès meteen uit de startblokken schieten, geen overbodige luxe gezien zijn beperkte regeertermijn. In België vinden de federale (Belgische) en de gewestelijke verkiezingen (Vlaanderen, Wallonië en Brussel) gelijktijdig plaats, elke vijf jaar. Met een formatie van 613 dagen zijn er nog zo’n 1.200 regeerdagen over, terwijl Brussel met gigantische problemen kampt, te beginnen met een begrotingstekort van minstens 1 miljard euro.

Dilliès wordt gezien als een sterk figuur, en iemand die durft te provoceren. Toen de groene Brusselse minister van Mobiliteit in zijn gemeente Ukkel fietsrekken liet plaatsen, ten koste van parkeerplaatsen, liet hij die met een cirkelzaag weghalen. Hij werd veroordeeld voor ‘inbreuk op de openbare orde’, maar zijn punt was gemaakt. Steeds meer lijkt hij naar rechts op te schuiven. Hij stelt zich regelmatig pro-Israëlisch op.

Hoffelijk en sympathiek

Hij komt weg met die provocaties door zijn persoonlijke stijl: hij wordt hoffelijk en sympathiek genoemd, ook door zijn tegenstanders, en kan met iedereen overweg. Zelfs de groene minister van Mobiliteit, met wie hij meermaals in de clinch lag, zegt dat ze hem ‘als mens’ graag mag. Dilliès is ook pragmatisch: een politiehervorming waartegen hij zich als burgemeester verzette, zegt hij in zijn nieuwe functie loyaal te zullen uitvoeren.

De minister-president zal zijn talent als bruggenbouwer nodig hebben, met een regering van zeven partijen die 613 dagen onverzoenlijk tegenover elkaar hebben gestaan. En met een gewest dat geplaagd wordt door onveiligheid, hoge huizenprijzen, armoede, werkloosheid, geldtekort en bestuurlijke verlamming. Dilliès toonde zich in zijn beleidsverklaring schuldbewust. ‘Brusselaars, u en ik, zijn verdwaald in het administratieve moeras.’

Eén brug die al meteen herstelwerkzaamheden vereist, is die met de Nederlandstalige Brusselaars, van wie de taalrechten in Brussel vaak met voeten worden getreden. Zo laat de Nederlandstalige dienstverlening in Brusselse ziekenhuizen te wensen over. Critici wijzen erop dat enkele (vrouwelijke) MR-kandidaten voor het minister-presidentschap perfect Nederlands spreken. Dat zij gepasseerd werden, toont volgens hen de minachting van de Franstalige liberalen voor de Vlamingen.

Voor de Vlaams-nationalistische partij N-VA, met Bart de Wever als (vlot tweetalige) premier van België, maar in Brussel veroordeeld tot de oppositie, is het gebrekkige Nederlands van de minister-president alvast een inkoppertje. ‘Een Brussels minister-president moet goed Nederlands spreken’, aldus N-VA-minister Theo Francken op X. ‘Als hij het niet kan, dan moet hij het snel leren. Als hij het niet wil leren, dan moet hij een andere job zoeken.’

Dilliès zelf erkende een dag na zijn veelbesproken tv-interview dat zijn Nederlands ondermaats is en beloofde beterschap. Vlaamse en Franstalige commentatoren reageren voorlopig sceptisch, met een zinnetje dat in België ondertussen als een boutade geldt: ‘We zullen zien.’

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is officieel tweetalig. Het gewest bestaat uit negentien gemeenten, waaronder Brussel, Anderlecht, Molenbeek, Sint-Gilles, Elsene en Ukkel, waar Boris Dilliès burgemeester was. De stad Brussel is tevens de hoofdstad van Vlaanderen en van België.

Naast de federale (nationale) regering telt België vijf deelregeringen met elk een eigen minister-president. Er zijn drie gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) en drie gemeenschappen: Vlaams, Frans en Duitstalig. Omdat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest samen één Vlaamse regering vormen, zijn er niet zes, maar vijf deelregeringen.

Brussel wordt de facto ook beschouwd als de hoofdstad van de Europese Unie omdat de meeste Europese instellingen er zijn gevestigd. Maar dat is geen officiële status en er zijn ook geen plannen om dat te veranderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next