Frankrijk gaat het aantal kernkoppen in zijn nucleaire arsenaal verhogen. Ook gaat het voor het eerst op het gebied van kernwapens samenwerken met andere Europese landen, waaronder Nederland. Dat heeft de Franse president Emmanuel Macron maandag aangekondigd.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
De Franse aankondiging is een nieuw teken van de zich snel en soms radicaal wijzigende veiligheidsarrangementen op het Europese continent. Hoewel Franse presidenten eerder al spraken van een ‘Europese dimensie’ van de onafhankelijke Franse kernmacht (die buiten de Navo-structuur wordt gehouden), is de concrete, nauwere samenwerking met andere Europese landen – behalve de bestaande band met de Britse kernmacht – op dit gebied volstrekt nieuw.
Bij zijn aankondiging onderstreepte Macron, staand voor een nucleaire onderzeeboot in de thuishaven van de Franse nucleaire vloot in Bretagne, dat het besluit over de inzet van kernwapens altijd zal blijven voorbehouden aan de Franse president. Ook zal de samenwerking met andere Europese landen geen ‘rigide veiligheidsgarantie’ bevatten, zei Macron. ‘Er zal geen sprake zijn van een gedeelde definitie van vitale belangen. Die zullen een zaak blijven van het soevereine oordeel van ons land.’
Macron kondigde aan dat Frankrijk het aantal kernkoppen in zijn arsenaal, nu circa driehonderd, zal vergroten om de ‘geloofwaardigheid’ van de afschrikking intact te houden. Parijs zal niet langer bekend maken over hoeveel kernkoppen het beschikt. Dit besluit kan gerelateerd zijn aan het voornemen de Franse strategische strijdkrachten (die zich deels op zee bevinden en deels vanuit de lucht werken) dieper in Europa te kunnen laten opereren.
‘Dit is geen wapenwedloop’, zei Macron. ‘Het is essentieel dat onze tegenstanders, of een combinatie van tegenstanders, zelfs niet de glimp van een kans zien om Frankrijk te raken zonder zeker te weten dat ze zelf schade zullen ondervinden waarvan ze niet zullen herstellen.’
De samenwerking met Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden kan de deelname van deze landen aan Franse nucleaire oefeningen behelzen, met conventionele middelen. Maar het gaat verder. President Emmanuel Macron sprak van dissuasion avancée, vooruitgeschoven afschrikking. Dat houdt in dat onderdelen van de Franse nucleaire strijdkrachten ‘wanneer dat nodig is’ elders op het Europese vasteland ingezet kunnen worden.
De landen die op deze wijze met Frankrijk willen samenwerken, kunnen Franse ‘strategische luchtmachteenheden’ huisvesten, die zich daardoor ‘diep over het Europese continent kunnen verspreiden’ om ‘de calculaties van onze tegenstanders te bemoeilijken’, zei Macron.
Hij verwees voor de noodzaak van deze wijzigingen in het Franse nucleaire beleid naar het ‘toenemend risico op conflicten die de nucleaire drempel overschrijden, maar ook een intensivering van conflicten onder die drempel. En dit heeft zeer directe gevolgen voor ons. (...) We zijn in een ander strategisch universum beland’.
Tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat de Franse nucleaire samenwerking niet de veel grotere Amerikaanse nucleaire paraplu boven Europa gaat vervangen. Het Franse initiatief is ‘een aparte benadering’, maar ‘totaal complementair, zowel in strategisch als technisch opzicht’ met de nucleaire afschrikking binnen de Navo, zei hij.
Hoezeer in Europa toch sprake is van een strategische omwenteling, blijkt evenwel uit de deelname van landen die tot voor kort als zeer pro-Atlantisch bekend stonden – voorop Duitsland, maar ook Polen, Nederland en Denemarken – en die er enige jaren geleden niet over gepeinsd zouden hebben op dit gebied met Frankrijk in zee te gaan. Hieraan is vooral de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne debet. Die heeft de oude veiligheidsorde op het continent met veel geweld verbrijzeld.
Het sterk gedaalde vertrouwen van Europa in de Amerikaanse veiligheidsgarantie is een factor van betekenis, maar de Europese landen die nu met Frankrijk in zee gaan beklemtonen dat de samenwerking op kernwapengebied ‘aanvullend’ van karakter is en op geen enkele manier de Amerikaanse nucleaire paraplu vervangt.
Dat is ook de opvatting van het kersverse kabinet-Jetten. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven ministers Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken, CDA) en Dilan Yesilgöz (Defensie, VVD) dat de ‘beoogde samenwerking met Frankrijk een aanvulling op en geen vervanging is van de collectieve verdediging en de nucleaire afschrikkingscapaciteiten van de Navo.’ De Amerikaanse nucleaire paraplu blijft het ‘fundament’ van de nucleaire missie van de Navo, waaraan ook het Britse kernwapenarsenaal verbonden is.
Volgens het kabinet heeft het Franse kernwapenarsenaal, omdat het buiten de Navo staat, een ‘unieke, aanvullende waarde’ in de Europese veiligheidsarchitectuur. ‘Het Franse aanbod versterkt de Europese dimensie van de Franse nucleaire doctrine en komt daarmee de Europese veiligheid ten goede.’ Zowel Frankrijk als de betrokken landen onderstrepen dat hun samenwerking geen schending is van het non-proliferatieverdrag.
Duitsland wordt een ‘sleutelland’ in de samenwerking op het gebied van kernwapens, zei Macron maandag. In een gezamenlijke verklaring van Macron en bondskanselier Friedrich Merz zeggen de leiders dat de ‘concrete eerste stappen dit jaar genomen worden, inclusief Duitse conventionele deelname aan Franse nucleaire oefeningen, gezamenlijke bezoeken aan strategische plaatsen en de ontwikkeling van conventionele middelen samen met Europese partners’.
Beide landen richten een ‘nucleaire stuurgroep’ op om hun strategische samenwerking te coördineren. Ze willen hun capaciteiten ‘als Europeanen’ versterken om ‘escalatie onder de nucleaire drempel’ aan te kunnen, vooral op het gebied van vroegtijdige waarschuwing over aankomende vijandelijke raketten, luchtverdediging en het vermogen diep in vijandelijk terrein toe te slaan met precisiewapens.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant