Onder het dikke ijs van sommige manen van de buitenste planeten - zoals Saturnus’ Enceladus - liggen mogelijk grote oceanen van vloeibaar water verborgen. Dat maakt ze bijzonder interessant voor het zoeken naar buitenaards leven. Een studie in Nature Astronomy onderzocht wat er diep onder deze ijzige oppervlakken gebeurt en hoe die processen de vreemde landschappen op deze manen hebben gevormd.
De onderzoekers ontdekten dat deze werelden voortdurend worden opgewarmd en weer afgekoeld door de zwaartekracht van hun reuzenplaneten. Wanneer de getijdenkrachten sterker worden, kan het ijs aan de onderkant smelten en dunner worden; wanneer de verwarming afneemt, vormt zich weer een dikkere laag ijs. Dat op en neer gaan beïnvloedt de druk binnenin de maan. Als het ijs snel smelt, kan de druk zelfs zó sterk dalen dat het onderliggende oceaanwater begint te 'koken' - niet door hitte, maar door de lagere druk. Dit zou bijvoorbeeld kunnen verklaren hoe de grillige breuken en kloven op manen als Miranda (van Uranus) zijn ontstaan.
De grootte van de maan blijkt cruciaal te zijn. Kleine manen als Mimas en Enceladus zijn gevoelig voor zulke drukdalingen, waardoor waterdamp kan ontstaan zonder dat het oppervlak barst. Grotere manen, zoals Titania, zouden bij smeltprocessen wél scheuren vertonen voordat het zover komt. Het bestuderen van deze ondergrondse dynamiek helpt wetenschappers te begrijpen waarom elke maan zijn eigen karakteristieke uiterlijk heeft - en brengt ons wellicht een stap dichter bij het vinden van leven ver buiten de aarde.
Source: Fok frontpage