Home

Komen streekproducten wel echt hier uit de buurt? - Omroep West

REGIO - Haagse koeken die uit Sassenheim komen, een Delfts taartje dat in Schiedam gebakken wordt en zuivel die uit Midden-Delfland moet komen, maar ineens onder de rook van Gouda wordt gemaakt. Het klinkt alsof we in de maling worden genomen. Maar wat blijkt: er zitten allerlei verhalen achter.

De koeling van de Jumbo-supermarkt aan de tweede haven van Scheveningen staat er vol mee: Delflandse zuivel. Een stuk duurder dan uit de 'gewone' fabriek, maar een echt streekproduct dat direct aan de grazige weiden van Den Hoorn of het wonderschone Schipluiden doet denken.

Bij filialen van Albert Heijn in Den Haag liggen Haagsche Mueslikoeken in het schap, onder de vlag van Streeckgenoten. Dat is een label waarmee Albert Heijn specialiteiten uit de buurt te koop aan biedt. De Haagsche Haverkoeken liggen er gebroederlijk naast.

Een trede lager treffen we Delfse pofferts aan, gevulde krentenbroden. Dan dromen we weg naar blauw aardewerk, grachtjes en Willem van Oranje. Maar wacht even, als we alle etiketten nader bestuderen schrikken we toch even wakker.

Want de melk komt niet uit Midden-Delfland, maar uit Oudewater, onder de rook van Gouda. Dat is ruim 50 kilometer verderop. De Delftse pofferts blijken te worden gebakken in Schiedam en de Haagsche Koeken zijn afkomstig uit Sassenheim. Of zelfs Bunschoten, want die plaats staat óók op het etiket.

Eerst nemen we maar eens contact op met Albert Heijn. Hoe kan dit allemaal? In eerste instantie krijgen we een vrij nietszeggend antwoord. 'Ons assortiment Streeckgenoten komt bij lokale makers vandaan.'

'Met dit assortiment geven we onze klanten de kans om te genieten van lokale specialiteiten die voortkomen uit het vakmanschap van deze makers. Wij zetten altijd de naam van de maker en de productnaam die de maker zelf gebruikt op ons etiket.'

Maar vinden ze dit zelf dan niet misleidend of op zijn minst verwarrend? En waarom verwijzen ze naar de fabrikanten, het ligt toch in hun winkels? 'Ik verwijs niet naar de maker, ik leg alleen uit hoe de benamingen van de producten tot stand zijn komen', reageert hun woordvoerder.

'Er zijn tal van voorbeelden van recepten die traditiegetrouw ergens vandaan komen. Een Delftse Poffert is dus de naam van het soort gebak, net zoals een Arnhems meisje zo blijft heten, ook als deze buiten Arnhem is gebakken', schrijft hij ons. Haagse hopjes, die kennen we wel, maar haverkoeken?

'De koeken worden van origine gemaakt en verkocht in Den Haag', laat Bakkerij Ammerlaan uit Sassenheim weten, die op het etiket staat.

'Sinds enkele jaren hebben wij een samenwerking met De Haagsche Koekmeisjes van Bakkerij Driessen en maken een deel van de producten ter ondersteuning', laat Mitchel Ammerlaan ons weten.

En ze maken zelf ook streekproducten in Sassenheim, laat hij weten. 'Wij maken Bonbollen, een chocolade bonbon in de vorm van een tulpenbol.' Toch even terug naar die koeken van bakkerij Driessen.

'Wij bakken die koeken al jaren achter onze winkel aan de Mezenlaan in Den Haag', legt Timo de Jong van bakkerij Driessen uit.

'Maar toen wilde Albert Heijn ze ook gaan verkopen. Zoveel koeken kan ik niet bakken en omdat we toch al samenwerkten met Ammerlaan, helpen zij ons. Gelukkig maar, want intussen verkoop ik duizenden pakjes per week', zegt hij lachend.

De Jong benadrukt dat het gaat om een echt Haags recept. 'Met ingrediënten als mokka, rozijnen en noten. Die mokkasmaak is een beetje voortgekomen uit de Haagse hopjes. 'En Daniëlle, de bedenkster van de Haagsche Koekmeisjes is echt Haags. Zij staat ook op de foto op de verpakking.'

De Haagse bakker heeft nog een nieuwtje. 'We liggen nu nog in honderd filialen rondom Den Haag, maar als het goed is vanaf volgende week bij supermarkten in heel Nederland.' Dat is dus andere koek voor de Haagse bakker.

En hoe zit het dan met Bunschoten? 'Daar zit Borgesius, de grootste industriële bakkerij van Nederland. Zij controleren als voornaamste leverancier van Albert Heijn de kwaliteit van de bakkerijen die meedoen aan Streeckgenoten.'

En dan zijn collega in Schiedam. Neemt die een loopje met de Delftse traditie? Zeker niet, want ook hij heeft een goed verhaal. 'De naam Delftse Poffert verwijst naar de oorsprong van het product. De Poffer was in de jaren negentig een lokale specialiteit van Bakkerij Bierhuizen in Delft', schrijft Richard Remmerswaal. Hij stuurt ook een link mee naar een oud krantenartikel hierover.

'Toen Bakkerij Bierhuizen in 2010 haar deuren sloot, is de bakker die verantwoordelijk was voor het maken van de Delftse Poffers bij ons in dienst gekomen. Daarmee is ook het originele recept en de productkennis bij ons terechtgekomen. Sindsdien bakken wij de Delftse Poffert volgens dat recept.'

Toch zijn ze wel iets met de tijd meegegaan, vertelt hij. 'We hebben daarbij enkele technische optimalisaties doorgevoerd om de kwaliteit en houdbaarheid te verbeteren, maar de basis en het karakter van het oorspronkelijke Delftse product zijn behouden gebleven. De productie vindt plaats in Schiedam, maar de naam verwijst naar de historische oorsprong en ontwikkeling in Delft.'

Door naar Midden-Delfland. Hoe zit het met die zuivel die daarvandaan zou komen, maar in Oudewater (provincie Utrecht) wordt gemaakt? Delflands Hof, dat de producten in het verleden op de markt bracht, reageert niet op vragen van Omroep West.

Heerlijk van Dichtbij reageert wel. Dat is de overkoepelende organisatie rond streekproducten in Midden-Delfland. Er blijkt sprake te zijn van een zeer korte overgangsperiode.

'Zes jaar geleden is een vijftal boeren als coöperatie Delflands Hof begonnen met het verkopen van echte boerderijzuivel aan de horeca', legt Annelou van Kleef uit.

'Maar precies een week daarna kwam corona. En zo zijn we met onze producten zoals melk, yoghurt, vla en chocolademelk in de supermarkten beland.'

En dat liep goed. 'De boeren van Delflands Hof waren erg ambitieus en hebben een jaar geleden een nieuwe zuivelfabriek geopend. Het duurde allemaal erg lang voordat de apparatuur er was en daarna kwam een hoop gedoe met technische problemen.'

Met alle gevolgen van dien. 'Uiteindelijk hebben deze vijf boeren de stekker eruit getrokken. Dat hoorden we een week van tevoren. Maar als je niet levert, kun je je boeltje wel sluiten. We willen omzet genereren voor onze boeren, maar we doen dit ook omdat we willen dat kleinschalige boeren in leven kunnen blijven en een goed verdienmodel houden.'

Dus zijn ze met de resterende boeren op zoek gegaan naar iemand die snel zuivel kan leveren, die ambachtelijk op de boerderij gemaakt is. 'In Midden-Delfland of dichte omgeving was er niemand die het kon of wilde, dus we zijn in Oudewater beland. Daar hadden ze al een productielijn, met dezelfde ingrediënten en ruimte om ook voor ons dingen te maken', zegt Van Kleef.

'Maar als je aan de supermarkt levert en je wil iets veranderen aan je product, dan moet je dat ruim van tevoren aangeven. Want die moeten bijvoorbeeld hun prijslijsten, kassasystemen en schapinformatie allemaal aanpassen.'

Maar, die tijd was er niet. En dus hebben ze naar eigen zeggen een 'grote truc' uitgehaald.

'Toen hebben we gezegd: we komen eraan met een vrachtwagen vol met flessen en etiketten, vul die flessen maar. En toen hebben we zelf met vrijwilligers er allemaal andere etiketten op zitten plakken.'

'Die zitten er bewust, want we laten zien waar het vandaan komt. We hebben de supermarkten ook wel geïnformeerd, bijvoorbeeld met nieuwsbrieven. Maar de consument bereiken, vonden we lastiger.'

Peter de Vette, één van de boeren uit de voormalige coöperatie, bevestigt deze lezing tegenover Omroep West. 'Het verdient geen schoonheidsprijs, omdat je het oude etiket gebruikt, terwijl je een andere leverancier hebt. Maar we doen het wel volgens de regels, want het productie-adres is wel per direct gewijzigd.'

En er komt verandering aan, want vanaf volgende week liggen de producten met een nieuw etiket in de supermarkt. 'Wat we nu leveren, komt dus al uit Oudewater. We zijn nu de hele webshop aan het ombouwen, want vanaf 1 maart gaan we echt onder hun label leveren.' Eigenaar Koornneef van de Jumbo op Scheveningen laat weten dat ze hun markteting-uitingen daarop zullen aanpassen.

Wat mag wel en wat mag niet?

NVWA:

'Er is niet echt regelgeving voor, behalve als het gaat om erkende benamingen.

We kennen allemaal Engelse drop, Arnhemse meisjes of Chinese kool. Niemand verwacht dat die ook echt uit Arnhem, Engeland of China komen. Maar er is ook een grijs gebied. Haagse Haverkoeken, is dat een soortnaam die algemeen is? En als je het dan Haagse haverkoeken noemt, moeten ze dan uit Den Haag komen?

Je moet er wel bijzetten waar de producent zit. Je moet wel eerlijk en duidelijk zijn over waar het vandaan komt. Je mag een consument niet misleiden. Maar Haagse haverkoeken uit Sassenheim of Delftse pofferts uit Schiedam, dat is geen probleem, als je het er duidelijk bij zegt. De voorbeelden die u noemt kennen wij trouwens niet.

We doen per jaar een paar keer controles rondom dit soort dingen. Maar onze prioriteit ligt bij voedselveiligheid en die is niet in het geding als je jokt over waar iets vandaan komt.

Tot slot nog een algemene tip: voordat je het koopt, kijk goed op het etiket wat daar staat.'

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur:

'Het is goed om te weten dat er een verschil is tussen streekproducten en kwaliteitsaanduidingen.

Streekproducten (bijvoorbeeld Groene Hart geitenmelk) kunnen via een privaat label beschermd zijn. De vereniging Streekproducten Nederland (SPN) is hiervoor het aanspreekpunt.

Kwaliteitsaanduidingen (bijvoorbeeld de Westlandse Druif of de Brabantse Wal Asperge) zijn producten die beschermd zijn op grond van de EU-verordening 2024/1143. De verordening is recent aangepast, om zo de aanvraag voor een kwaliteitsaanduiding makkelijker te maken.

Momenteel wordt gewerkt aan de implementatie van de nieuwe verordening, waarbij de focus ligt op het beter stroomlijnen van de huidige werkwijze. Nederland zet zich in om, via het Europese systeem van kwaliteitsaanduidingen, producenten de mogelijkheid te geven meer meerwaarde voor deze producten te creëren. Denk daarbij aan bescherming tegen namaak, hogere marges en het versterken van de lokale economie.

Alle producten met een kwaliteitsaanduiding staan in een zogenoemd Unieregister. De RVO houdt een register bij van de Nederlandse producten met een kwaliteitsaanduiding. Handhaving en toezicht op de producten is, afhankelijk van het soort product, belegd bij COKZ, KCB en de NVWA.

Zodra de naam van een product niet is geregisterd in het Unieregister, genieten de producten geen bescherming. Concreet, de producten "Haagsche koeken" en Delflandse Zuivel staan niet in het Unieregister en zijn daarom niet beschermd op grond van EU-verordening 2024/1143.'

Meer over eten en drinken zie je in ons dossier food

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next